Opera: Vliegende Hollander

God is een sopraan

Vliegende Hollander, met v.l.n.r. Senta (Elisabeth Hetherington), Stuurman (Marcel van Dieren), Matroos (Erik Slik) en Schipper Vliegende Hollander (Martijn Cornet) © Ben van Duin

Senta is idolaat van schipper de Vliegende Hollander en zijn zeilschip, maar verder is zij een modern meisje, met een smartphone en een Instagram-account. Ze is ook zeer gedecideerd; als de stoere schipper haar wil leiden weigert zij beslist. Zij wil hem alleen redden als hij bereid is háár te volgen.

Holland Opera geeft op meer punten een eigen draai aan de oude legende van de zeekapitein die niet kan sterven en met zijn schip tot in de eeuwigheid over de oceanen moet blijven varen, tot een meisje hem met haar liefde verlost. Want hij heeft ooit heiligschennis gepleegd.

Hier, in het oude fabrieksgebouw de Veerensmederij op een rangeerterrein achter Station Amersfoort Centraal, wedden god en de duivel om zijn lot. Zal er ooit een meisje bereid zijn zich voor hem op te offeren? God gelooft van wel. Zij heeft de recente literatuur bij de hand en is er met Rutger Bregman van overtuigd dat ‘de meeste mensen deugen’. God is dan ook geen oude man met een baard, maar een jonge, hartelijke sopraan: Stephanie Desjardins. De duivel denkt het beter te weten. De sinistere bariton Arnout Lems doet alles om de idylle van de heel mooi zingende Senta (sopraan Elisabeth Hetherington) en de schipper (bariton Martijn Cornet) te verstoren. Gelukkig is Senta daar veel te eigengereid voor. Twee zeelieden, bariton Marcel van Dieren en tenor Erik Slik, verlangen hartstochtelijk naar de dood, door ophanging of verdrinking, het geeft niet hoe, maar door de vloek op hun kapitein wil niets lukken.

Het is een vreemde legende, waarin niet wordt verlangd naar het eeuwige leven, maar naar, eindelijk, de dood. Ook dat is een modern thema in een eeuwenoude vorm. Holland Opera laat Wagner en Heine verrassend ver achter zich en heeft bliksemsnel van de coronanood een operadeugd gemaakt. Tournees moesten worden afgebroken en een grote nieuwe productie werd uitgesteld. In zeer korte tijd maakte regisseur Joke Hoolboom een pasklaar, soms geestig, soms ontroerend libretto. Muzikaal leider Niek Idelenburg, die voor zijn gezelschap al veel operamuziek nieuw heeft gearrangeerd, zorgt nu voor het eerst voor een volledige partituur, met verschillende soorten muziek, van neobarok tot jazz, en allerlei instrumenten, zoals een klein ensemble, met hobo, fagot, cello en contrabas, opwindend slagwerk door Christiaan Saris en een fraai uit zichzelf spelende pianola. Gek genoeg vormt het, met hulp van geluidsontwerper Tom Gelissen, toch een sterke eenheid.

De Veerensmederij is voor de gelegenheid uitgebroken zodat er een lange zaal ontstaat, die in de breedte wordt bespeeld. Toeschouwers en zangers – gestoken in stijlvolle kleren van Martijn Kramp – kunnen makkelijk afstand houden en toch voelt het intiem. Douwe Hibma maakte een effectief decor, waarin de enerverende video’s van Ruben Pest een grote rol spelen. Rollende golven, het schip van de verloren zeeman en filmopnamen uit de lange periode waarin de Hollander leefde. We zien beelden van de industriële revolutie tot de huidige tijd, met Angela Merkel, Macron en zelfs de piepjonge Greta Thunberg, als een ander soort Senta, maar even idealistisch en eigengereid.


Veerensmederij Amersfoort, t/m 13 september, hollandopera.nl