Popmuziek: Smashing Pumpkins

God, Krishna, en Billy zelf

Een aantal weken geleden was het optreden van de Smashing Pumpkins op het Rock in Rio-festival in Portugal live te zien op internet. Daar stond-ie, Billy Corgan, in de jaren negentig een van de iconen van de tegencultuur.

Hetzelfde ronde, kale hoofd, nog steeds gekleed in een jeans en een long­sleeve shirt, inmiddels strakgetrokken door een bolle buik. Nog immer volledig incommunicatief richting die mensenmassa voor hem, en onveranderd zo vals als een kraai. Gedachte, voor een moment: wat precies vonden we hier toen ook al weer zo goed aan? Maar al snel zette hij nummers in als 1979, Today, Disarm en Tonight Tonight.

Ah ja: dit.

Ze namen eind jaren negentig afscheid in verwarring, de Smashing Pumpkins, en zo kwamen ze ook terug. Het paste wel bij ze, verwarring. Ooit waren ze de hoofdact op Pinkpop. Iets na dat festival zou hun nieuwe album Adore uitkomen, in al zijn soberheid een enorme stijlbreuk met het werk ervoor. Voor een hongerige meute, vastbesloten hard mee te zingen met en mee te bewegen op al die aangezette rock, speelden Corgan en zijn band het ene onbekende treurlied na het andere. Zelden zal op Pinkpop een verwachtingsvol veld zo massaal zijn afgehaakt.

Het album daarna was weer het tegenovergestelde van het fraaie Adore: een regelrecht monster van bombast. En het einde van de band. Corgan begon een nieuwe band, Zwan, die nooit uit de schaduw van de Smashing Pumpkins kwam. Zijn daaropvolgende solo­album verdient een gepast zwijgen. Dus waren ze er in 2005 opeens weer, aangekondigd door een grote advertentie van Corgan zelf in de Chicago Tribune. De Smashing Pumpkins, althans Corgan en zijn drummer die zich op een onstuimig album onbeperkt mocht uitleven. Ook die is inmiddels weer vertrokken, en vervangen door een 22-jarig talent uit Portland. Maakt het veel uit? Niet echt; al vanaf het eerste, overdonderende nummer klinkt het eerste Smasking Pumpkins-album van dit decennium als een oude bekende.

Wie zich baseert op zijn teksten kan concluderen dat het goed gaat met Billy Corgan, wat voor hem zelf vanzelfsprekend prachtig is, maar hij zadelt de luisteraar wel op met tekstregels als ‘God right on! Krishna right on (…) Let’s ride on! Right on!’ of, in het volgende nummer, ‘Rise! Love is here.’ Want een kitschkunstenaar is het toch echt, die Corgan. Zo’n slotnummer Wildflower, het dreint maar door. En toch werkt het, bijna ondanks zichzelf. Corgan is simpelweg een te sterke songwriter om af te schrijven, hoeveel aanleiding hij daar ook toe blijft geven.

Op dat festival in Portugal speelden de ­Smashing Pumpkins twee covers: een van David Bowie, een van Kiss. Ieder op hun eigen manier koningen van de vorm. Mannen van het masker, letterlijk dan wel door middel van alter ego’s, al geldt Bowie als de kameleon en Kiss als de pleaser. De twee zielen in de borst van Billy Corgan.


Smashing Pumpkins, Oceania (Martha’s Music)