God Save The Queen

De hele jaren zeventig leidden tot één moment, één beeld, een stuk steen, ‘een hoeksteen van een trottoirtegel, driekantig, met een ruwe kant en twee rechte zijden’.

Albert Egberts jr. staat boven op de Blauwbrug, waar ME'ers tevergeefs met charges de golvende groepen krakers en andere demonstranten proberen te controleren. Door zijn nette kleren laat de politie hem in eerste instantie met rust, onverdacht persoon, maar Albert staat daar met de steen in zijn hand en kijkt om zich heen, op zoek naar een doel. Een daad waarmee hij - junk, kraker, kunstenaar, voormalig impotente minnaar, man die zijn jeugdvrienden heeft verloren - zichzelf weer op de kaart kan zetten. Een daad die hem bestaansrecht geeft. En dan verschijnt een politiehelikopter die boven de vechtende partijen komt hangen, Albert kijkt naar de roterende bladen, ‘een koker van snel ronddraaiende lucht, een onzichtbare centrifuge die de lethargie uit me leek te willen schudden’, en schat de afstand.

'De steen zat opgesloten in mijn hand, achter het traliewerk van mijn vingers. Hij wilde eruit weg, ik voelde hem zwellen, maar hij barstte net niet uit mijn vuist… Het enige dat nog levend aan me leek: die steen. Ik was zelf versteend.’

Albert gooit niet. Het gevaar wordt niet verzilverd - het is het symbool dat de schrijver A.F.Th. van der Heijden gebruikt om zijn generatie te schetsen. De steen valt uit zijn handen en Albert moet zo hard rennen als hij kan om de latten van de toestormende ME te ontwijken.

Als je nu Van der Heijdens verhaal over die kroningsdag in 1980 terugleest, in De slag om de Blauwbrug (1983), de proloog van zijn beroemde en gelauwerde romancyclus De tandeloze tijd, dan valt meteen op wat een bekend terrein het eigenlijk is. Van der Heijdens Albert registreert de spandoeken ('Geen woning, geen kroning’), de leuzen die gescandeerd worden ('A House! A House! My kingdom for a house!’) en ziet zelfs de inmiddels beroemde uitglijder van een ME'er te paard. We kennen de verhalen, we zien de beelden voor ons. Het is ronduit opmerkelijk hoe zeer de gebeurtenissen, groot maar vooral ook klein, in ons nationale geheugen gegrift zijn.

A.F.Th. van der Heijden voltooide De tandeloze tijd nooit. Het verhaal van Albert ging niet verder dan het vierde deel, Advocaat van de hanen, waarin de advocaat Ernst Quispel aan zijn drankzucht ten onder gaat, en Albert, sadder and wiser, maar ook succesvoller en rijker, met diens geliefde eindigt. De cyclus is ondertussen nooit uit druk geraakt. Toen de auteur enkele jaren terug van uitgeverij veranderde, gaf zijn nieuwe thuis prompt veel van zijn oudere werk opnieuw uit, los, maar onlangs ook in een chique achtdelige cassette. En het ziet ernaar uit dat het vervolg er komt: Van der Heijden maakte al enige jaren terug bekend dat hij plannen heeft voor verdere delen, en werkt naar eigen zeggen aan een deel over de moord op kraker en activist Louis Sévèke.

Als het boek er komt, zal Albert Egberts ongetwijfeld weer anders in de wereld staan, zoals de hele krakerscultuur die in de tweede helft van De tandeloze tijd centraal staat, veranderd is.

Nu zoveel kraakpanden zijn verlaten, of, vaker, zijn ontruimd, staan krakers niet meer zo zichtbaar in de maatschappij als ze dat eind jaren zeventig, begin jaren tachtig deden - letterlijk en figuurlijk. Ze zijn verder opgeschoven naar de marge. Dat is deels 'eigen schuld’: de do it yourself-instelling die ervoor zorgde dat er spontaan kunstenaarscollectieven, alternatieve bioscopen, restaurants en radio- en tv-stations werden opgericht, heeft een hele serie inmiddels gevestigde instituten achtergelaten. Do it yourself-initiatieven zijn blijvertjes gebleken. Wie in de gouden, multiculturele, postideologische jaren negentig iets himself deed, lette niet goed op: er bestond vast al lang een bepaald instituut, fonds, museum of collectief dat precies bood wat hij zocht.

Maar ook die tijd is weer voorbij. Met de bezuinigingen die het kabinet-Rutte heeft aangekondigd, en die staatssecretaris Zijlstra druk aan het uitvoeren is, hanteert de regering een grote, grove gom die in de culturele sector wegvaagt wat zo zorgvuldig en organisch was ingekleurd.

Die tijd is in elk geval niet tandeloos.


De achtdelige cassette van De tandeloze tijd (de romans plus proloog en tussendelen) is verschenen bij De Bezige Bij (€ 79,90).

Joost de Vries is redacteur van De Groene Amsterdammer en schrijver