De hacker als superheld

God worden via een achterdeurtje

Het is computerkennis die hackers in staat stelt om overal in door te dringen. Maar hun voornaamste wapen is mensenkennis.

Stoer en tanig is ze. Helemaal in het zwart gekleed: leren jack, skinny jeans. Kort, asymmetrisch kapsel. Norse blik. Afwerende pose.

Noomi Rapace als Lisbeth Salander in de Millenium-trilogie © Netflix

De foto van Alisa Sjevtsjenko werd al in 2014 gemaakt voor het Russische zakenblad Forbes, maar is sinds kort wereldnieuws. Hoewel ze zelf alles ontkent, wordt de jonge vrouw aangewezen als een van de hackers die de Amerikaanse verkiezingen zouden hebben beïnvloed. Er bestaan ook andere foto’s van Sjevtsjenko, waarop ze vrolijk vanonder een zonnebril in de camera kijkt, een kleurige sjaal om haar schouders. Maar die spreken minder tot de verbeelding dan het ten-voeten-uit-portret uit Forbes, of de circulerende close-up waarop een van haar ogen schuilgaat achter een zwarte haarlok. Deze foto’s zijn de reden dat ze ‘het zusje van Lisbeth Salander’ wordt genoemd. En dáár kunnen we wel wat mee.

Lisbeth Salander is de illustere hacker uit de Millennium-thrillers van Stieg Larsson, in de Zweedse verfilmingen gespeeld door actrice Noomi Rapace. Een indrukwekkende, punkachtige verschijning, behangen met kettingen, spikes, piercings en tatoeages. Ogen dramatisch donker omrand en ravenzwart punkhaar met die puberaal overhangende lok. Net als Alisa Sjevtsjenko is Lisbeth Salander op het magere af: geen wulps vrouwenvlees maar een optelsom van brein en spieren. En net als de Russische hacker is Salander thuis in de diepere bedrading van het wereldwijde web, wat haar kennis en macht verschaft die de doorsnee computer- en smartphonegebruiker ontbeert.

Het grote verschil tussen het fictieve thrillerpersonage en haar bestaande Russische ‘zusje’ is dat we Lisbeth Salander kunnen plaatsen. Ze mag dan een brandstichter zijn en een genadeloze mannenwreekster, haar publiek weet precies wat haar drijft en aan welke kant ze staat. Aan de goede. Dat geeft houvast in een tijd dat geheimzinnige, anonieme hackers op allerlei manieren onze zekerheden ondermijnen. Ze dringen binnen op terreinen die privé of afgeschermd horen te zijn. Je e-mailverkeer, de berichten die je op sociale media leest of verstuurt, je belastinggegevens en je persoonlijke bankrekening – het kan allemaal worden beïnvloed, gemanipuleerd of toegeëigend zonder dat je het in de gaten hebt. En na de Amerikaanse democratie blijkt ook de Nederlandse doelwit van hackers. Het Torentje in Den Haag schijnt nog maar nét ontsnapt te zijn aan een virtuele inbraak. Zelfs de computers die bij onze verkiezingen stemmen registreren, kunnen we niet meer vertrouwen.

Van relatief marginale figuren zijn hackers ineens machtige spelers geworden die het dagelijkse nieuws beheersen. Tegelijk hebben we geen idee wie zij zijn. That comes with the job: hacken is een moderne vorm van inbreken, de daders wissen hun sporen en verbergen hun identiteit achter schuilnamen. Het is logisch dat Alisa Sjevtsjenko ontkent iets te maken te hebben met de aangetoonde, doch niet te bewijzen hacks van de Amerikaanse Democraten. Maar ze zit dicht bij het vuur. Begonnen als een autonome anarchist werkt ze nu met haar succesvolle bedrijf voor de grootkapitalisten en overheidsinstanties die ze vroeger ‘enterde’: banken, softwaregiganten, Russische én Amerikaanse veiligheidsdiensten. Een White Knight (witte ridder) of White Hat (witte hoed) wordt zo’n hacker wel genoemd die zijn/haar kennis en ervaring inzet om cyberaanvallen tegen officiële instanties te keren. Is Sjevtsjenko een pion in een internationaal machtsspel? Is ze er ingeluisd door de Russische veiligheidsdienst, of door de criminele hackers die ze professioneel bestrijdt? Of heeft ze het toch in opdracht gedaan? Het is allemaal schimmig en ongrijpbaar.

Bij gebrek aan harde feiten zijn we overgeleverd aan onze verbeelding. Zoeken we houvast bij hackers die we uit de verbeelding kennen, zoals Lisbeth Salander. Ondanks haar duistere voorkomen en haar inktzwarte wraakzucht is haar blazoen ridderlijk blank. Ze heeft haar mede-hoofdpersoon, onderzoeksjournalist Mikael Blomkvist, in opdracht van zijn advocaat al gehackt voor ze hem ontmoet. Het publiek vermoedt dan al dat ze Blomkvist wil helpen. Ondanks haar motto ‘iedereen heeft geheimen’ vond ze in de eerlijke, idealistische Blomkvist een uitzondering. Er zijn bloedstollende episodes in de Millennium-trilogie, maar de hackactiviteit van Salander roept geen enkele spanning op. Als Salander vanaf háár laptop zíjn privé-bestanden opent, en hem daarover een niet ondertekend mailtje stuurt, is Blomkvist hoogstens geïntrigeerd.

De ‘Russen’ die de aanval hebben ingezet, zijn in werkelijkheid één scholier

Het engste van hackers is hun anonimiteit. Hoe griezelig dit niet-weten is, toont een aflevering in het derde seizoen van Black Mirror. De Britse dramaserie (te bekijken op Netflix) exploreert in losse verhalen de uitwassen van de voortschrijdende technologie en de moderne communicatiemiddelen. In de aflevering Shut Up and Dance komt een jongen van een jaar of vijftien in de greep van een of misschien wel meer sinistere figuren die zich toegang hebben verschaft tot zijn laptop. Het verhaal begint als deze Kenny demonstratief een slot op zijn kamerdeur zet, omdat zijn zus cola uit zijn koelkastje pikt en ongevraagd zijn laptop leent. Maar dat slot op de deur houdt geen virtuele inbrekers tegen: als Kenny een pak tissues te voorschijn haalt en zijn broek openknoopt om even stiekem te masturberen bij internetporno blijkt de camera op zijn laptop hem te filmen. Dat kan doordat zijn zus geprobeerd heeft op zijn computer een ‘gratis’ film te downloaden. Kenny is amper ‘klaar’ of hij krijgt de beelden van zijn morsige puberdaad gemaild, met het bevel om zijn mobiele nummer te geven. Om te voorkomen dat het filmpje de wereld in wordt gestuurd, moet hij opdrachten uitvoeren die hem daadwerkelijk tot de crimineel maken die hij zich al voelt. Iedere ‘ping’ van een nieuw binnengekomen bericht op zijn smartphone drijft de spanning op in dit verhaal, en haalt de strop aan waar hij zijn jongensnek in heeft gestoken. ‘De engste aflevering van Black Mirror’, schreef een Britse tv-recensent: ‘Je overweegt serieus om je eigen telefoon weg te gooien.’

Alex Lather als Kenny in Black Mirror: Shut Up and Dance © Netflix

Het meest verontrustend is dat de hacker die Kenny chanteert tot het eind buiten beeld blijft. De doodsbange jongen ontmoet bij het uitvoeren van zijn opdrachten weliswaar andere personen, maar die blijken allemaal ook te worden aangestuurd, gechanteerd en uiteindelijk gedwongen om elkaar op leven en dood te bevechten. Zijn hier kwajongens aan het werk? De collega’s misschien die Kenny pesten op zijn werk in een restaurant? Aan het slot van de Black Mirror-aflevering zie je hoe alle (nog levende) gechanteerden bij wijze van afrondende groet een getekende smiley krijgen met een gemene grijns. De hacker is hier de lachende derde, die mensen tegen elkaar ophitst. En die, als je de parallel doortrekt, in staat is om bevolkingsgroepen of landen tegen elkaar op te hitsen.

De Russen tegen de Amerikanen, daar ging het ook al over toen de computerhacker voor het eerst een gezicht kreeg in onze collectieve verbeelding. Maar dat gezicht was toen nog heel onschuldig. In de bioscoopfilm WarGames uit 1983 speelde Matthew Broderick een zeventienjarige whizzkid die zo dol is op computerspelletjes dat hij softwarebedrijven hackt om de nieuwste spellen als eerste te bemachtigen. Vanuit zijn jongenskamer belt David via een zelfgeschreven programma en een buitenmaats modem (weet u nog?) in op alle computerlijnen uit de omgeving van een bedrijf, en per ongeluk maakt hij contact met een apparaat in de Amerikaanse ‘war room’. Deze computer, geprogrammeerd om wereldwijde oorlogsscenario’s te simuleren, meent in David zijn maker te herkennen en verleidt hem tot een spelletje nucleair bombarderen. Waarop in het Pentagon alle alarmen afgaan: ze krijgen meldingen binnen van naderende kernraketten en maken hun verdediging paraat. De ‘Russen’ die vanuit het niks de aanval hebben ingezet, zijn in werkelijkheid één verveelde scholier, die net als Kenny uit Black Mirror een puberale aandrang op zijn computer uitleeft.

Net als Kenny schrikt David zich helemaal rot van de gevolgen. Maar de ruim 35 jaar die er tussen deze twee verhalen zit, lees je af aan de aard van de boosdoener. In WarGames is dat de zelflerende computer die een eigen ‘wil’ heeft ontwikkeld en daardoor niet meer gestopt kan worden. Het fictieve scenario begint ermee dat een Amerikaanse militair die op de Rode Knop moet drukken bij een oefening dienst weigert omdat hij twijfelt over het inschakelen van massavernietigingswapens. WarGames laat zien wat er kan gebeuren als de menselijke schakel vervolgens uit het oorlogsspel wordt verwijderd.

Deze vervreemding tussen mens en technologie is al lang niet meer het thema in verfilmde verhalen waarin computerhackers een rol spelen. De recente op Neflix uitgebrachte speelfilm iBoy schetst een toekomstbeeld waarin de tegenstelling tussen mens en computer volledig is opgelost. Na een ongeluk, veroorzaakt door een bende van agressieve buurtjongeren, wordt de scholier Tom wakker met superkrachten. Splinters van zijn kapotgevallen mobieltje hebben zich vastgezet in zijn brein, waardoor hij in een menselijke smartphone is veranderd. Hij hoeft maar naar een Instagrammende medescholier te kijken of hij ziet welke compromitterende foto er wordt gedeeld. We konden erop wachten: de hacker als superheld. Met traditioneel twee gezichten: dat van een onooglijke, door meisjes genegeerde computernerd, en dat van een alziende, wrekende weldoener.

Bill Milner als Tom in iBoy © Netflix

Een hedendaags hackverhaal dat zich nadrukkelijk onttrekt aan dit simplisme is de dramaserie Mr. Robot, waarvan de vpro al twee seizoenen heeft uitgezonden. Hoofdpersoon Elliot Alderson laveert als een moderne Harry Potter tussen de lichtzoekende en de duistere krachten van het internet. Het strijdperk is weids: de partijen die elkaar bevechten zijn een in Amerika almachtige datakapitalist, een prestigieus internetbeveiligingsbedrijf, een stel anarchistische ‘hacktivisten’ die een digitale revolutie nastreven en een door Chinezen aangestuurd crimineel hackersleger met de schuilnaam Dark Army. Deze partijen zijn fictief, maar in seizoen 2 is het president Obama die in een (gemanipuleerde) nieuwsflash geschokt reageert als er een ontwrichtende datacrash heeft plaatsgevonden. En na de afgelopen verkiezingen plaatste de bedenker en schrijver van de serie, Sam Esmail, triomfantelijk een foto op Twitter van het reeds geschreven script van seizoen 3 waarin Elliot zich beklaagt over de pas verkozen president Trump. ‘Ik neem het allemaal terug’, grapte Esmail over deze voorspellende scène.

Elliots traumatische jeugd is een ‘bug’ waarop hij zijn functioneren heeft aangepast

Maar wat Mr. Robot elke aflevering opnieuw duidelijk maakt, is dat het eigenlijke drama plaatsvindt binnen in Elliot. Hij is een begaafde IT’er die beter met programmacoderingen overweg kan dan met mensen en daarin het cliché bevestigt van het sociaal onhandige computergenie. Een magere, bijna lichaamsloze verschijning die zich buiten afschermt door de capuchon van zijn zwarte hoodie. Vertolkt door acteur Rami Malek heeft hij iets alien-achtigs: een smal gezicht met uitzonderlijk grote ogen die afwisselend uitdrukking geven aan angst, verbijstering, een opgefokt fanatisme of een hallucinante waanzin vanwege zijn verslaving aan morfine.

Intrigerend aan deze dramaserie is dat de hackende hoofdpersoon geen uitzonderingspositie inneemt. Hij is niet het enige computergenie in een onderzoeksteam, zoals je die tegenwoordig in alle moderne politie- of detectiveseries ziet. In Mr. Robot is iederéén bezig met het digitaal ondermijnen of zwartmaken van de tegenpartij, waarbij de grenzen van de illegaliteit worden overschreden. Dat geldt voor de ‘keurige’ werknemers en directeuren van bedrijven, voor de White Knights die hen moeten beveiligen, voor de anarchisten en de criminelen die de serie bevolken én voor de fbi die de daders zoekt van de datacrash.

Hoofdpersoon Elliot raakt verstrikt in al deze partijen, omdat ze hem willen pakken of gebruiken, of omdat hij hén probeert te pakken of gebruiken. In onderonsjes met de kijkers zoekt hij naar moreel houvast, maar hij heeft weinig grip op de krachten die in hem woeden: wraakzucht over wat de almachtige datakapitalist zijn overleden vader heeft aangedaan, angst om gepakt te worden, schuldgevoel over de relatief onschuldigen die worden geofferd, en twijfel over de chaos die ‘zijn’ clubje hacktivisten nastreeft.

Geestig is de heterogene samenstelling van dit stelletje anarchisten. Alsof de makers alle clichébeelden die over hackers bestaan bij elkaar hebben geraapt: de dikke, langharige en morsige computernerd; de spijkerharde, zwartgallige en boze jongedame; een superslimme, geheimzinnige moslima; een wazige mad professor en een hippe, relaxte Afro-Amerikaan.

Rami Malex (midden) als Elliot Anderson in de serie Mr. Robot © USA Network

Maar het belang van Mr. Robot is dat deze serie inzichtelijk maakt wat hacken eigenlijk is. Ingevoerden in de materie complimenteren de makers voortdurend met de geloofwaardigheid waarmee hacken als activiteit is uitgebeeld. Mr. Robot maakt korte metten met de dramatisering die de meeste films en tv-series hanteren, zoals grote gekleurde letters die op beeldschermen knipperen om te melden dat een inbraak of onderschepping gelukt is, en kwaadwillende programma’s (malware) die bliepgeluidjes produceren zolang ze actief zijn. Of, het toppunt van simplisme, een tijdbalkje dat volloopt met daarna de mededeling ‘hacking completed’. De spanning in Mr. Robot komt óók van cd’tjes met duistere opdrachten die stiekem in computerdrives van een tegenstander worden gestopt, en van letterlijke inbraken in kantoren. Maar daarnaast zie je de hackers veelvuldig piekerend naar een scherm vol regels cryptische codetaal turen, en het enige wat je hoort is het tappen van vingers op een toetsenbord.

Toelichting op dit saaie, voor leken onnavolgbare gebeuren krijg je in dialogen en in de gedachten die Elliot tegen de kijkers uitspreekt. Moet er eten worden besteld, dan vertelt hacktiviste Darlene achteloos hoe ze de Groupon-account van een vriendje zo heeft ingesteld dat zij elke keer als een ‘sukkel’ iets bestelt voor tien dollar Groupon-bonnen krijgt. Daarbij heeft ze het over ‘de proxy van Postmates die apn ondersteunt’ en ‘een rewrite die elk verzoek naar mijn affiliate-link stuurt’. Dat is voor de doorsnee kijker abracadabra. Maar Elliot weet in zijn filosofische gedachtemonologen IT-termen te vergelijken met patronen in sociale interactie, en met de werking van het menselijk brein. Zoekt hij naar een vijandelijke ‘bug’, dan vertelt hij hoe een bug de omringende software dwingt om zich aan te passen en zichzelf te vernieuwen. Tijdens zijn uitleg zien we hoe een jonge versie van Elliot, herkenbaar aan de zwarte hoodie, door zijn moeder kil bij een bushalte wordt afgewezen als hij zijn verdriet uit over zijn overleden vader. Aan het eind van het bug-verhaal zit ineens de huidige Elliot alleen bij dezelfde bushalte, en je begrijpt dat zijn traumatische jeugd een ‘bug’ is in zijn systeem, waar hij zijn functioneren op heeft aangepast.

Meeslepend in Mr. Robot is de aandrang die Elliot toont en verwoordt als hij vanachter zijn laptop een schijnbaar ondoordringbaar terrein benadert. Hoe iets in hem gaat jeuken. Hoe verslavend de triomf is bij het vinden van een achterdeur in een zwaar beveiligd systeem. Dat hij zich dan God voelt, met het digitale universum aan zijn voeten. Deze machtswellust geeft elke ‘ethische hacker’ die zich als superheld afficieert, zoals de man die onlangs aantoonde dat in het dna van Facebook de mogelijkheid zit om privé-data openbaar te maken, iets duisters.

‘Niets is ondoordringbaar’, zegt Elliot tegen de kijkers bij een poging van zijn hackersgroep om de afgelegen data-opslag van een megalomaan beveiligingsbedrijf te enteren. ‘Plekken als deze zijn nog steeds door mensen gebouwd.’ De hacktivisten komen binnen doordat Elliot privé-informatie misbruikt die de werknemers en beveiligers van het datacentrum zélf op hun Facebook-pagina hebben geplaatst. Een serie foto’s met hun kat verraadt hun eenzaamheid. Berichten over kleine werksuccesjes hun gefnuikte ambitie. Echo’s van een foetus een langverwachte zwangerschap. Zie hoe snel Elliot de mensen die hem willen tegenhouden middels een intimiderend gesprekje of een smartphonebericht weet te breken of af te leiden, en je snapt hoe de Amerikaanse Democraten gehackt konden worden met een simpel ‘phishing-mailtje’ dat bij een aantal bureaumedewerkers hun grootste angst aansprak (‘U bent gehackt, u moet uw instellingen wijzigen’). ‘Ik heb het nooit moeilijk gevonden om mensen te hacken’, zegt Elliot. ‘Als je naar ze luistert, naar ze kijkt, dan zijn hun kwetsbaarheden overduidelijk.’

Het is computerkennis die hackers in staat stelt om overal door te dringen. Maar hun voornaamste wapen is mensenkennis. Ze vinden niet alleen een weg in de diepere bedrading van onze laptops en smartphones, maar ook in de software van ons onderbewuste.


Aan een nieuw seizoen van Mr. Robot wordt gewerkt