Gevaarlijke gekken: Ayn Rand (1905-1982)

God zegene de dollar

In hoeverre kan de politiek van president Donald Trump gezien worden als een realisering van de kapitalistische utopie van schrijfster Ayn Rand, waarin egoïsme en hebzucht leidend zijn?

Het is duidelijk dat de lijst met gevaarlijke gekken is opgesteld voordat de Amerikaanse presidentsverkiezingen gehouden werden. Gelukkig zit Ayn Rand er wel bij, zodat we de stap naar Donald Trump en zijn entourage snel kunnen maken. Ik wil mijzelf hier niet als voorspeller op de borst kloppen, maar in Koning _van__ Utopia_ heb ik al vroeg de lijn van John Galt, de held uit Atlas Shrugged (vertaald als De kracht van Atlantis), de grote utopie van Ayn Rand, doorgetrokken naar toenmalig presidentskandidaat Trump.

Ik deed dat op grond van een analyse van de gelijksoortige aantrekkingskracht van het fictieve en het echte personage op een groot deel van de Amerikaanse bevolking. Ik wist toen nog niet dat Trump in USA Today verklaard had zich verwant te voelen met Howard Roark, die andere grote held uit The Fountainhead (De eeuwige bron), de eerdere beroemde roman van Rand. Roark is een architect die geen enkel compromis sluit bij het ontwerpen en bouwen volgens zijn eigen authentieke maatstaven. Trump bleek wel een vreemde visie op de roman te hebben. Die ging volgens hem ‘over business’.

Trumps uitspraak lijkt eerder van toepassing op De kracht van Atlantis. In deze utopie staat het zaken doen namelijk centraal. Alle menselijke verhoudingen worden gereduceerd tot marktverhoudingen. Van Trumps medewerkers is wel bekend dat zij Atlas Shrugged bewonderen en willen navolgen. Minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson, voormalig topman van ExxonMobil, en Trump vonden elkaar in een gedeelde liefde voor de boeken van Rand. In The Washington Post schreef James Hohmann dat het kabinet van Trump bevolkt is met aanhangers van het objectivisme, zoals Rand haar filosofie heeft genoemd.

Small 2 gettyimages 3241670

Daar klopt niets van, betogen de officiële objectivisten, in een uitgebreid artikel in Trouw, waar ik ook mijn eerdere informatie aan ontleen. Zowel Hohmann als ikzelf zou geen recht hebben gedaan aan de inhoudelijke ideeën van Rand. De Nederlandse objectivist Robert van Dortmond, lid van de adviesraad van het Ayn Rand Institute Europe, wijst bijvoorbeeld het populisme van Trump scherp af. Het heeft volgens hem niets met de zuivere leer van het objectivisme te maken. Daar zal ik hem in het vervolg gelijk in geven, maar dat belet mij niet om te onderzoeken of de relatie die ik tussen Rand en Trump leg verdedigbaar is. Kunnen we Trumps verkiezing en zijn politiek begrijpen vanuit de ideeën van Rand?

Bij het beantwoorden van deze vraag wil ik uitgaan van We the Living, een vroege roman van Rand, waaraan door haar volgelingen nauwelijks aandacht wordt besteed. Het filosofische werk van Rand, dat we het meest uitgebreid aantreffen in The Ayn Rand Lexicon: Objectivism from A to Z, bevat door Harry Binswanger verzamelde uitweidingen uit onder meer haar twee genoemde grote romans. De redevoeringen van Galt en Roark bieden hiervoor vooral het materiaal. In We the Living, dat in 1936 verscheen, had Rand haar filosofie nog niet zo ver uitgewerkt dat ze die haar helden in de mond kon leggen. Het boek bevat bovendien de nodige autobiografische elementen. Dat maakt dit vroege werk des te interessanter. De personages uit We the Living zijn ambivalent, minder rechtlijnig; tastenderwijs zoeken ze nog hun weg door het leven. Positieve superhelden als Roark en Galt vinden we hier nog niet. Juist omdat het hier niet om een tendensroman gaat, krijgen we ook meer inzicht in de al dan niet aangename karaktertrekken van de schrijfster, die ze later in haar uitgekiende pr-strategie zo veel mogelijk aan het zicht onttrok.

Dit alles betekent overigens niet dat ook We the Living niet immens populair is in de Verenigde Staten. Het staat weliswaar niet in de eeuwige top-tien zoals de twee andere romans van Rand, maar Leonard Peikoff, de bekendste filosofische interpretator van het werk van Rand, vermeldt in de uitgave van 2009 toch dat er meer dan drie miljoen exemplaren van verkocht zijn. Bovendien is de film die ervan gemaakt is volgens hem superieur aan de beroemde Hollywood-productie van The Fountainhead.

We the Living speelt zich enkele jaren na de Russische Revolutie af in Sint-Petersburg, dat toen Petrograd heette. Het was de stad waar Rand toen ook woonde en studeerde. De hoofdpersoon, Kira Argounova, die een jaar jonger is dan de schrijfster, heeft wel dezelfde achtergrond als Rand. Met haar familie is zij in de burgeroorlog naar de Krim gevlucht. En net als de Rosenbaum-familie (de oorspronkelijke naam van Rand) met haar verfoeilijke burgerlijke achtergrond moet ook Kira met haar ouders en zus na terugkomst in Petrograd een totaal nieuw leven opbouwen. Kira gaat techniek studeren. Haar grote droom is later wolkenkrabbers en lichte, stalen bruggen te bouwen. Wanneer er op de universiteit zuiveringen worden uitgevoerd wordt zij op grond van haar niet-proletarische achtergrond verwijderd. Latere romanpersonages als Howard Roark en Hank Rearden in De kracht van Atlantis zullen Kira’s dromen waarmaken. Rand zelf studeerde overigens geschiedenis en filosofie, net als Leo Kovalensky, een mannelijke hoofdpersoon uit haar boek.

Belangrijk zijn nog drie leeftijdgenoten van Kira. Leo is de zoon van een adellijke admiraal van de witte legers, die ter dood is gebracht; Andrej Taganov is een overtuigde communist die zich in de burgeroorlog onderscheiden heeft; Victor Dunova is een neef en studiegenoot van Kira. De manieren waarop deze vier uit de aristocratie en hoge bourgeoisie afkomstige jonge mensen zich tegenover de nieuwe communistische samenleving verhouden, vormt het hoofdthema van het boek. Wanneer Kira in een park verontwaardigd de avances van Victor heeft afgewezen en door de donkere stad huiswaarts dwaalt, komt ze toevallig in een wijk met veel prostitutie Leo tegen, die op zoek is naar een hoertje. De bliksem slaat in, zij is onmiddellijk verliefd en speelt de hoer om hem te verleiden.

Donald Trump bleek een vreemde visie op Rands roman te hebben. Die ging volgens hem ‘over business’

Na de nodige wederwaardigheden – een gezamenlijke vlucht naar de vrije, kapitalistische wereld mislukt – gaan beide jonge mensen, zeer tegen de zin van Kira’s ouders, samenwonen. Wanneer Leo vanwege zijn aristocratische achtergrond het vertaalwerk dat hij voor de overheid verricht moet opgeven, wordt Kira grotendeels financieel verantwoordelijk voor het huishouden. Bij Leo wordt tuberculose vastgesteld. Een sanatoriumkuur op de Krim lijkt de enige mogelijkheid voor herstel. Het is onmogelijk die privé te bekostigen. Kira loopt vele communistische instellingen af om hem gratis van staatswege naar de Krim te laten gaan. Steeds scheept men haar af of legt haar uit dat bij de grote schaarste in de gezondheidszorg oud-strijders uit het Rode Leger of mensen met een proletarische achtergrond voorrang krijgen op de zoon van een staatsverrader.

Ik onderbreek het verhaal even voor een eerste commentaar. Het feit dat Leo door het gebrek aan ondersteuning van de staat informeel min of meer ter dood veroordeeld is, blijkt een van de centrale kritieken van Kira/Rand te zijn op het communistische bewind. Als lezer die de latere filosofie van Rand goed kent, begreep ik dit niet. Rand wees elke collectieve gezondheidszorg af. In het kapitalistische Amerika dat zij voorstond, zou Leo er nog slechter aan toe zijn geweest. De pleidooien van Kira zouden daar onmogelijk zijn geweest. Wat wil Rand met haar zwaar geladen aanklacht zeggen? Misschien alleen maar dat het communistische, collectieve ideaal in de praktijk niet werkte?

Gelukkig komt in de roman zelf alles goed. Kira weet het bedrag dat voor de behandeling van Leo nodig is bij elkaar te brengen. Ze verleidt Andrej, een studievriend die op haar verliefd is en met wie ze hevige politiek-ideologische discussies voert. Andrej denkt haar familie te ondersteunen, maar zijn royale bijdragen waar bijna zijn hele salaris aan op gaat, worden voor Leo’s herstel ingezet.

Wanneer Leo genezen uit de Krim terugkeert, is hij in de ban geraakt van de vrouw van een zwarthandelaar die daar ook verbleef. Hij stort zichzelf ook in de zwarte handel en raakt stevig aan de drank. Ondanks Kira’s verzet gaat hij aan decadentie ten onder. Wanneer Andrej de relatie tussen zijn grote liefde en de gevallen aristocraat ontdekt, is hij radeloos. Kira pepert hem nog eens in dat zij steeds toneel heeft gespeeld. Elke keer als ze met hem naar bed ging, moest zij zich inbeelden dat zij met Leo aan het vrijen was. Wanneer de nog steeds oprecht gelovige communist Andrej ook ervaart dat zijn medepartijleden zich schaamteloos en hypocriet zelf bevoordelen is de zin van Andrej’s bestaan verdwenen. Hij pleegt zelfmoord.

Kira blijft alleen achter. Ze probeert een tweede keer de communistische gevangenis te ontvluchten. Bij de nachtelijke poging om de grens te overschrijden wordt ze neergeschoten. Toch blijft ze in de mogelijkheden van het vrije, individuele leven geloven. Terwijl ze langzaam leegbloedt, weet ze het zeker: ‘Het leven dat onoverwinnelijk was, bestond en kon bestaan. Ze glimlachte, haar laatste glimlach, naar alle dingen die mogelijk waren geweest.’

Voordat ik We the Living inzet om mijn interpretatie richting Trump te ontwikkelen, is er nog een laatste, kort commentaar dat ik kwijt moet. Zoals met alle romans van Ayn Rand hebben we ook in We the Living met helden en schurken te maken. Van de vier jonge personages die ik geïntroduceerd heb, is Victor duidelijk de schurk. Maar wie is de held? In het wereldbeeld van Rand kunnen we tenslotte niet zonder een positieve held. Leonard Peikoff vertelt in het nawoord dat hier hevige discussies over plaatsvonden. Wie was heldhaftiger, Leo of Andrej? Dat Kira aan beiden superieur was, was zowel voor Rand als voor haar volgelingen hierbij evident. Peikoff voegt eraan toe dat Rand zelf Leo boven Andrej verkoos.

Als min of meer neutrale lezer ben ik het hier radicaal mee oneens. Wanneer er toch helden benoemd moeten worden, kan ik alleen maar stellen dat Leo een slappeling is, die profiteert van Kira en de zwarthandelaren. Deze afhankelijkheid gaat bovendien in tegen alle later door Rand ontwikkelde ideeën over individuele autonomie. Maar ook Kira is voor mij allerminst een positieve heldin. Zij vecht eerder vanuit haar verliefdheid dan dat ze rationeel voor zichzelf opkomt, zoals Rands latere ideaal was. Zij maakt daarbij schaamteloos misbruik van Andrej. Voor mij is die de held. Maar een held die tragisch ten onder gaat, past niet in het wereldbeeld van Rand. Dat hij zelfs in zijn ondergang Kira nog probeert te helpen, maakte hem bij mij extra sympathiek, ook al botst dit ook met de latere opvattingen van Rand dat men niemand van hulp afhankelijk mag maken.

De grote vraag is waarom Andrej volgens Peikoff bij Rand totaal niet meetelt. Dat blijkt vooral te komen door zijn ‘bewuste’ communistische overtuiging. Ook al handelt hij eerlijk en oprecht, hij heeft in tegenstelling tot Kira en Leo kennelijk het verkeerde wereldbeeld. Om dat laatste draait het ook in haar latere romans. Daarin verbindt Rand de juiste overtuiging wel met superheldhaftig handelen. In We the Living lukte haar dit nog niet. Haar latere positieve helden hebben de juiste ideeën, die in elke daad die zij verrichten ook volledig zichtbaar worden.

Het zijn hypocrieten die met de mond het geloof van de kameraden belijden, maar het met hun daden loochenen

Hoe men Andrej ook mag inschatten, het blijft vreemd dat Rand met dit personage een uiterst positief beeld schetst van een held van het communisme. Haar kritiek op de collectivistische utopie lijkt er vooral uit te bestaan dat het overgrote deel van de collega-partijleden van Andrej diens hoge, altruïstische ideaal niet haalt. Stuk voor stuk zijn het hypocrieten die met de mond het collectivistische geloof van de kameraden belijden, maar het met hun daden volstrekt loochenen. Zeker, in de gesprekken tussen Kira en Andrej gaat het over de centrale ideeën van het communisme, die Kira in naam van het individu afwijst. Maar in haar pogingen het leven van Leo te redden maakt Kira zonder bezwaar gebruik van de collectieve gezondheidszorg van de nieuwe sovjetstaat. Ze zou waarschijnlijk ontzettend dankbaar zijn geweest wanneer die naar behoren gefunctioneerd had en voor alle burgers gelijkelijk had gegolden. Op dat laatste principe doet ze in elk geval een hartstochtelijk beroep. Tussen haakjes, ook Rand zal in de jaren zestig dankbaar gebruik maken van de collectieve zorgregelingen die ze eerst fel had bestreden.

Terug naar de Sovjet-Unie uit We the Living. Die lijkt vooral in een dystopie te ontaarden omdat het voor de meeste mensen om een te hoog gegrepen toekomstideaal gaat. ‘Ieder naar zijn bekwaamheden, voor ieder naar zijn behoeften’, de beroemde leus van Marx, wordt in hoofdlijnen door Andrej nagevolgd. Hij geeft het beste van zijn leven en zijn arbeid aan de nieuwe staat en denkt de armlastige familie van Kira te ondersteunen. Voor zijn partijgenoten betekent deze leus echter dat ze in hun werk de kantjes eraf lopen en alles pikken wat ze krijgen kunnen. Dat is ook precies de manier waarop Ayn Rand later in De kracht van Atlantis een communistisch experiment zal beschrijven. Op een autofabriek waar John Galt werkt, richten zijn collega’s met hun op deze leus gestoelde arbeiderszelfbestuur het bedrijf te gronde. Galt trekt hieruit niet de les dat utopieën gevaarlijk en onhaalbaar zijn, maar juist dat er een tegengestelde betere utopie noodzakelijk is.

Die zal dan op een omgekeerd mensbeeld van het communisme moeten berusten. Het altruïsme van een collectivistisch georganiseerde samenleving wordt ingeruild voor het onbelemmerde egoïsme van losse, van elkaar gescheiden individuen. Het tweede hoofdstuk van deel III van De kracht van Atlantis, dat de werking van deze nieuwe utopie schetst, heet niet voor niets The Utopia of Greed. Zeker, er moet hier steeds aan toegevoegd worden dat het egoïsme rationeel moet zijn en dat de hebzucht niet met geweld of bedrog gepaard mag gaan.

Medium gettyimages 592335083
Ayn Rand in haar woning in San Fernando Valley, 1949 © Julius Shulman / Getty Images

Ik vind het moeilijk te begrijpen dat Rand, die het misbruik van het altruïstische utopische ideaal scherp doorziet en overtuigend bekritiseert, niet inzag hoe haar eigen omgekeerde utopie op dezelfde wijze zou kunnen ontsporen. Want ook deze berustte op een veel te hoog gegrepen ideaal. Zeker, haar Atlas-figuren incarneren dit ideaal, maar ze zijn dan ook even wereldvreemd als hun tegenhangers, de beroemde arbeidershelden van de Sovjet-Unie. In de dagelijkse praktijk blijkt het bij Rand en haar volgelingen vaak om gewoon laag-bij-de-gronds egoïsme te gaan en komt de hebzucht neer op gewelddadige roof. De doorsnee mens zat niet zo zuiver en eerlijk in elkaar als Rand van haar volgelingen en ook van zichzelf verwachtte. Overal waar haar kapitalistische utopie door individuen of organisaties werd nagestreefd, kregen we dan ook onvermijdelijk met dystopische uitwassen te maken.

Als het om de maatschappelijke utopische idealen gaat, komen we terecht in een bekend soort discussies met objectivistische hardliners. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw gingen die over de vraag of het denken van Marx verantwoordelijk mocht worden gehouden voor de misdaden van Stalin. Westerse marxisten betoogden steeds dat de sovjetsamenleving weinig overeenkomsten vertoonde met de oorspronkelijke ideeën van Marx en Engels. Wanneer die zuiver zouden zijn uitgevoerd, had men de utopie van deze twee grondleggers kunnen realiseren. Zelf discussieerde ik hierover onder anderen met André Klukhuhn die stelde dat het communisme nog steeds een nastrevenswaardig ideaal uitdrukte, maar dat er helaas ‘met de praktische invulling van de marxistisch-leninistische versie iets was misgegaan’.

De discussies die ik tegenwoordig voer met objectivisten verlopen langs dezelfde lijnen. In het al genoemde artikel in Trouw over Trump als volgeling van Rand wordt erop gewezen dat het trumpisme zeker geen zuivere uitvoering van haar idealen laat zien. Daar ben ik het volledig mee eens. Maar kan het anders met absolute, utopische ideeën? luidt mijn wedervraag. Het idealistische mensbeeld van zowel de altruïstische marxistische als de egoïstische objectivistische utopie staat zo ver van de praktijk dat het nooit totaal en zuiver kan worden ingevoerd. Mensen zijn nu eenmaal nooit honderd procent altruïstisch en gelukkig ook niet totaal egoïstisch. Krachtdadige pogingen om hen in een van de twee utopische mallen te persen, leiden vaak tot desastreuze, dystopische gewelddadigheid.

Maurice van Turnhout, de auteur van de Trouw-tekst, merkt dan ook op: ‘Mensen die Rands objectivistische leer geheel naar de letter volgen, zijn schaars.’ Ik ben er zelf in elk geval nooit eentje in de praktijk tegengekomen, behalve dan op het altijd geduldige papier van bijvoorbeeld de teksten van leden van het Ayn Rand Institute.

Net als Rand in haar boek laat Trump in zijn inaugurele rede op uitgekiende wijze dystopie en utopie in elkaar overgaan

Mijn voormalige Groningse collega Lolle Nauta schreef eens een beroemd artikel over Utopia van Thomas More, waarin hij het begrip van de ‘gerealiseerde utopie’ introduceerde. Overtuigend liet hij zien hoe bepaalde ideeën van More in een moderne samenleving werkelijkheid waren geworden. Tegelijk maakte hij duidelijk dat een utopie altijd alleen maar zeer gedeeltelijk gerealiseerd kan worden. Daarvoor staat ze te ver af van de realiteit. Met deze waarschuwing in ons achterhoofd wil ik nu de vraag stellen in hoeverre het programma en de politiek van Trump gezien kunnen worden als een realisering van Atlantis, de utopie van Ayn Rand.

De redactie van NRC Handelsblad kon de traditionele eerste honderd dagen die elke Amerikaanse president krijgt om te laten zien wat hij waard is niet afwachten. In een commentaar in de krant van 1 en 2 april werd de eerste balans al na 72 dagen opgemaakt. De redactie waarschuwde ervoor om, zoals vaak gebeurde, Trump weg te zetten als een irrationele en incompetente schertsfiguur. Te midden van het vele rumoer dat hij genereert werkt hij namelijk wel degelijk ‘aan een nieuw soort Amerika’. ‘Economie gaat er voor milieu, handel voor mensenrechten, het individu voor de gemeenschap, en de Amerikaanse overheid zal krimpen – hoe dan ook.’

Deze samenvatting komt voor een belangrijk deel overeen met de politieke agenda van het objectivisme. In de lijn waarin ik het begrip van de gerealiseerde utopie besprak, kunnen we stellen dat de Amerikanen steeds meer in de gerealiseerde utopie van het Atlantis van Rand zullen leven. Hiermee heb ik mijn beginvraag over de relatie tussen het gedachtegoed van Rand en de politiek van Trump in principe beantwoord. Toch ga ik nog een stapje verder. Want ook de retoriek van Trump, die zijn volgelingen zo meesleept, lijkt ontleend aan de fictie van Rand. Met name zijn scherp bekritiseerde en door de traditionele pers slecht begrepen inaugurele rede volgt qua opbouw de ingenieuze verhaallijn van De kracht van Atlantis. Net als Rand in haar dikke boek laat Trump in zijn rede op uitgekiende wijze dystopie en utopie in elkaar overgaan.

Het dystopische begin waarin zelfs over een ‘bloedbad’ van Amerika wordt gesproken, vinden we terug in de manier waarop Rand in haar roman de toestand van Amerika beschrijft. ‘Te lang heeft een kleine groep in de hoofdstad van onze natie de vruchten van het beleid geplukt, terwijl het volk de last ervan droeg. Washington bloeide, maar het volk deelde niet in de weelde. Politici maakten het voorspoedig, maar de banen verdwenen en de fabrieken sloten. Het establishment beschermde zichzelf, maar niet de burgers van het land.’ Dit klinkt als een goede samenvatting van de dystopische verhaallijn uit De kracht van Atlantis. Soms lijkt Trump zelfs direct beelden uit de roman over te nemen. ‘Moeders en kinderen, opgesloten in armoede in onze binnensteden; weggeroeste fabrieken die als grafzerken verspreid staan door het landschap.’ We worden hier herinnerd aan de reis door Amerika die Dagny Taggart en Hank Rearden maken waarbij ze ook terechtkomen in de ingestorte fabriek waar John Galt heeft gewerkt. In de omgeving ontmoeten ze de verarmde vrouwen en kinderen van werkloos geraakte arbeiders.

Maar net als in De kracht van Atlantis volgt er na deze dystopische beelden over het bestaande Amerika de belofte van een nieuw, utopisch begin. ‘Dit gaat allemaal veranderen…’ ‘Wij die hier vandaag bijeen zijn, vaardigen een nieuw decreet uit dat in elke stad (…) gehoord moet worden. Vanaf deze dag zal een nieuwe visie ons land regeren.’

Natuurlijk besef ik dat het beroep van Trump op God en de bijbel voor dit nieuwe begin letterlijk vloekt met het wereldbeeld van het objectivisme. Maar gaat het hier niet vooral om een inhoudelijk lege, maar noodzakelijke verpakking van de centrale boodschap? In elk geval zijn we met de belofte om Amerika weer groot te maken opnieuw in de centrale verhaallijn van De kracht van Atlantis beland. ‘Samen zullen we Amerika weer sterk maken. We zullen Amerika weer rijk maken. We zullen Amerika weer trots maken. We zullen Amerika weer veilig maken. En ja, samen zullen we Amerika weer groots maken.’

Deze droom van een nieuw begin vormt ook de kracht van Rands boodschap in haar roman. Vanaf de eerste pagina’s wordt de lezer geconfronteerd met verhalen over ‘mensen die leefden toen het land nog jong was’. Zij hebben Amerika opgebouwd. De voorouders van Dagny Taggart hebben bijvoorbeeld een spoorwegimperium uit de grond gestampt, dat door haar socialistische broer nu verkwanseld wordt. Het hele land lijkt zo de ondergang nabij. John Galt belooft het te redden. Hij wil terug naar de kapitalistische geest waarmee het allemaal begon en neemt aan het eind van De kracht van Atlantis de bestuurlijke touwtjes stevig in handen. Trump doet hem dit na. De welvaart en kracht uit het verleden belooft hij terug te brengen. ‘Ik zal u nooit en te nimmer teleurstellen’, luidde zijn belofte. ‘Amerika zal weer winnen, winnen als nooit tevoren.’

In de laatste zin van De kracht van Atlantis zegent Galt het half verwoeste Amerika door in de lucht het dollarteken te maken. Trump eindigde zijn rede met het vragen van Gods zegen over Amerika. Inhoudelijk zie ik geen verschil. Eerlijk gezegd is Rands directheid mij liever dan het religieuze sausje waarmee Trump zijn gelijkluidende politieke boodschap overgiet.


Hans Achterhuis is filosoof en auteur van onder veel meer De utopie van de vrije markt (2010) en Koning van Utopia (2016)