God ziet alles

‘Er is een plek die in het midden ligt van zee en aarde/ en hemelbanen - grenspunt van een driegedeeld heelal./ Vandaar wordt alles opgemerkt, hoe ver, hoe afgelegen/ dan ook, en holle oorgewelven vangen elk geluid./ Vrouw Fama heerst er in een woonkasteel, dat zij liet bouwen/ op ’t hoogste punt, met talloos veel openingen en/ duizenden poortingangen, nooit met deuren afgesloten:/ het huis is dag en nacht geopend en geheel van brons/ dat echoot; alom klinkt het en weerklinkt het en verklankt het/ wat het maar hoort. Nooit is er stilte binnen, nergens rust. (…) Daar wonen Lichtgelovigheid. het blinde Misverstand,/ ijdele Blijdschap en door angst ontketende Paniek,/ spontaan Protest en Fluisterpraat van dubieuze afkomst/ en dus Vrouw Fama zelf, die al wat zich in lucht, op zee/ of aarde afspeelt ziet en nieuws vergaart door heel de wereld.’

Aldus Ovidius’ Metamorphosen in de prachtvertaling van M. d'Hane- Scheltema. Hoewel dit woonkasteel een treffende metafoor is voor de radio, lag mijn eerste associatie ergens tussen Kafka’s slot en CNN. De gedachte dat er een instantie is die alles ter wereld hoort, ziet, vastlegt - vaak in verdraaide vorm - en het daarop, verminkt en wel, doorvertelt. Zo griezelig als toen ik, kleuter, voor het eerst een bebloede, naakte man met spijkers door z'n ledematen aan de muur in een school zag hangen, waar ik in mocht om de verjaardag van een rooms buurmeisje te vieren. Verwante verbijstering las ik vele jaren later in de reacties van de Afghaanse zeelui uit Willem Elsschots Dwaallicht, waarin de ik-figuur een hilarische poging doet de drieeenheid aan moslims te expliceren aan de hand van diezelfde afbeelding: ‘De zoon van God???’
Inmiddels was ik betrokkene vaker tegengekomen, bijvoorbeeld met bloedend hart in de hand. Of, verwanter aan Fama, als oog in een driehoek in de wolken dat kennelijk ieder en alles zag. Of was dat juist weer de Vader? God, die wij thuis niet kenden, was, waar Hij incidenteel verscheen, direct verbonden met Macht, Bloed, Pijn en Angst. Ach, de moderne God heet televisie, zoals Peter Lohr al in Beeldreligie uitlegde.
Liever terug naar Metamorphosen. Die mijn eendimensionale gymnasiumkennis ('Griekse goden hadden menselijke eigenschappen’) met een mokerklap van vlees en bloed voorzagen. Wat een kleinzielig, rancuneus, geil, jaloers, sadistisch, achterbaks, egoistisch zooitje tuig. En hoezo, al dat geweld in film en op televisie de laatste tijd? Lees Nestors relaas over hoe Lapithen en Centauren elkaar naar de Hades sturen tijdens een bruiloftsmaal. In ruim 300 verzen spuit het bloed en vliegen de ledematen op een wijze die Oliver Stone niet evenaart. Diezelfde ellendige Fama heeft de dood van Hercules op haar geweten door diens vrouw Deianira te suggereren dat haar man 'smoorverliefd’ is op Iole. Deianira stuurt Hercules een kleed, doordrenkt van het bloed van haar aanrander Nessus (op zijn beurt gedood door Hercules), in de hoop dat diens lust voor haar zal terugkeren. Maar het vergiftigde kleed zorgt voor een langzame, gruwelijke dood. Dan schreeuwt hij: 'Wie kan er nu nog echt geloven dat er een God bestaat?’ Goede vraag.