Goden en monsters

Het werk van Matthew Monahan (1972) doet denken aan sensationele archeologische vondsten, afbeeldingen van buitenaardse wezens, freaks en zombies. Zelf noemt de Amerikaanse kunstenaar zijn tekeningen ‘psychographs’. De tentoonstelling ‘Artist’s Proof’ in Buro Leeuwarden, met twintig meesterproeven van zijn ‘psychografie’, laat de verbeelding op hol slaan.

Harry Mulisch waagt zich in zijn verslag van het proces Eichmann, De zaak 40/61, aan een analyse van het gezicht van Eichmann. Hij plakt de rechter gezichtshelft en het spiegelbeeld ervan aan elkaar en doet hetzelfde met de linkerhelft. De onmenselijkheid van de fotomontages is direct zichtbaar. Dit trucje gaat niet alleen op voor notoire slechteriken maar voor iedereen. Perfecte symmetrie is onmenselijk en voorbehouden aan monsters of goden. Met een eenvoudige doordruktechniek maakt Matthew Monahan van zijn voor de helft getekende figuren een symmetrische afbeelding. Symmetrie is al vanaf de Oudheid een teken van goddelijkheid. En wat is een godheid meer dan een onvoorspelbare macht, die hooguit gunstig gestemd kan worden, maar uiteindelijk volgens een eigen, voor mensen ondoorgrondelijke logica handelt. Even ongrijpbaar en uniek zijn de scheppingen van Monahan. Hij confronteert ons met een raadselachtig universum, dat nergens op lijkt en juist daardoor een eindeloze stroom van associaties op gang brengt. Zijn creaturen zijn freaks en monsters uit horrorfilms van de jaren dertig, ontregelende, angstwekkende buitenaardse wezens uit sciencefiction van de jaren vijftig, memento mori-afbeeldingen van gevilde lichamen in oude medische handboeken, de goden-kosmonauten van pseudo-wetenschapper Erich von Däniken, dynamische nabeelden van ontsnapte duivels en kwelgeesten uit nachtmerries. De mystieke authenticiteit van de tekeningen in aardtinten heeft ook de aantrekkingskracht van de lijkwade van Turijn en de onverzettelijke beelden op Paaseiland. Misschien is Monahan een begenadigd medium voor rituele tekeningen van primitieve, verdwenen volkeren, waarvan wiskundigen en antropologen een levenlang tevergeefs de codes proberen te ontcijferen. Of wellicht een profeet die zijn visioenen openbaart. Of een headshop-hippie die zijn woestijnhallucinaties oproept. Alles is mogelijk, want niets in zijn werk weerspreekt het. Onmiskenbaar is de invloed van de tekeningen van de Navajo-indianen, die in de buurt van zijn geboorteplaats Eureka in Californië te vinden zijn. Is er voor een origineel talent overigens een mooier geboor teplaats denkbaar dan Eureka? Want Monahan is meer dan een kunstenaar. Hij beoefent tegelijkertijd de door hem zelf gelanceerde discipline van de psychografie. Zijn bevindingen legt hij vast in zijn ‘psychographs’, zijn tekeningen. Hij ontdoet het lichaam van zijn uiterlijke leesbaarheid en maakt psychische x-rays van de onderhuidse machinerie van het menselijk lichaam. Elke tekening is een stempel van zo'n momentopname, een bewijs van het bestaan en de gesteldheid van de geestelijke activiteit van de kunstenaar. Opvallend vaak houdt Monahan op foto’s zijn gezicht verborgen achter maskers. Alsof hij wil voorkomen dat de gemakkelijk leesbare asymmetrie van menselijke gelaatstrekken 0 het zicht ontneemt op de aan zijn onderbewustzijn ontworstelde beelden. Verontrustende, vreemde en toch meteen vertrouwde beelden die je na een keer zien niet meer loslaten en je archief van associaties en herinneringen voortdurend overhoop blijven halen. Als elke tekening een schil is van Monahans psychische hersenscan, zetelt er ongetwijfeld in het diepst van zijn gedachten een goddelijk orakel, dat ons toespreekt in vele tongen.