Godfather Poetin

Schaaklegende en strategisch genie Garry Kasparov luidt de noodklok. De westerse wereld moet dringend harder gaan optreden tegen het Rusland van Vladimir Poetin. Anders staat ons mogelijk een derde wereldoorlog te wachten.

Het is een wonderlijke loopbaan. Eerst, in de jaren tachtig, groeide Garry Kasparov uit tot een van de meest opvallende schakers aller tijden (en volgens sommigen ook de beste). Hij werd als 22-jarige de jongste wereldkampioen ooit, trok mondiale aandacht met zijn schaakwedstrijden tegen de supercomputer Deep Blue (die hij gedeeltelijk verloor) en viel verder op door zijn risicovolle speelstijl; Kasparov offerde regelmatig stukken om een betere bordpositie te bemachtigen. Hij speelde aanvallend en sluw en zijn strategische inzichten wilde hij nooit beperken tot het schaakbord. Al tijdens zijn loopbaan liet hij zich op politiek vlak gelden, vaak met felle meningen en breed opgezet activisme. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een van de meest gehoorde tegenstanders van het Poetin-regime. In Het wordt winter luidt hij de noodklok: als de westerse wereld niet harder optreedt tegen Rusland staat ons mogelijk een derde wereldoorlog te wachten.

Die boodschap is niet iets waar Kasparov (geboren in Bakoe, tegenwoordig Azerbeidzjan) na lang wikken en wegen op uitkomt. De kracht van Het wordt winter schuilt er juist in dat die boodschap vanaf het begin, eigenlijk al vanaf de weinig subtiele titel, duidelijk is en vervolgens met een zeldzame genuanceerdheid, honderden pagina’s lang, wordt onderbouwd. Met een levendige stijl beschrijft Kasparov hoe Poetin, een onbekende kgb-agent met amper politieke ervaring, eind jaren negentig door president Jeltsin naar voren wordt geschoven. Hoe hij, eenmaal president, handig gebruik maakt van het heersende sentiment onder de Russische bevolking: dat de democratische hervormingen die waren ingevoerd na de val van de Muur het land geen goed hadden gedaan. Dat de trots van de Sovjet-Unie hersteld moet worden. En vervolgens trekt hij de macht stukje bij beetje naar zich toe. Protesten slaat men met harde hand neer, wetten worden waar nodig herschreven, de belangrijkste media staan steeds opzichtiger in dienst van het Kremlin en serieuze politieke tegenstanders worden afgekocht, opgesloten of, als er echt geen andere mogelijkheid is, uit de weg geruimd.

Een echt nieuw verhaal is dit niet. Veel van de gevallen – niet alleen de MH17-zaak, ook kleinschaliger incidenten zoals de moord op de Russische dissident Aleksandr Litvinenko, die in Londen vergiftigd werd met polonium – zijn al breeduit in het nieuws geweest. Maar wanneer Kasparov ze opsomt, worden de achterliggende mechanismen plots duidelijk. Secuur en vol aansprekende details ontleedt hij de berekenende, systematische werkwijze van de Poetin-regering, die hij vergelijkt met een moderne maffiaorganisatie: Poetin als hedendaagse godfather, een dictator die zijn territorium steeds verder uitbreidt en onderhand zo stevig in het zadel zit dat niemand hem er nog uit kan krijgen.

Fijn aan Het wordt winter is dat Kasparov nergens overgaat op al te nadrukkelijk gepsychologiseer. Poetins gedrag wordt niet minutieus geduid of verbonden met zijn jeugd; Kasparov schrijft nauwelijks over motieven of verklaringen, hij schrijft over handelingen. Zijn stellingen komen voort uit controleerbare argumenten. En, ook goed: die argumenten hebben lang niet alleen maar betrekking op Rusland zelf. Sterker, als een van de belangrijkste schuldigen aan het huidige Russische gevaar wijst Kasparov naar de westerse wereld. Hoe die zich heeft gedragen sinds de val van de Muur, met een politiek klimaat dat hij samenvat als te veel Chamberlain en te weinig Churchill, te veel de laffe, toegeeflijke houding die hoort bij _appeasement-_politiek, nooit eens de harde hand.

Medium rtr1xsrt
Kasparov wijst naar het Westen als belangrijke schuldige aan het ­huidige Russische gevaar

‘Op het moment dat de principes van vrijheid en democratie een historisch groot aanzien genoten, benadrukte het Westen niet meer hoe belangrijk ze waren’, schrijft Kasparov halverwege, over de ‘laffe’ wijze waarop de westerse wereld, zonder zich ooit werkelijk tegen de Russische misstanden te verzetten, toeliet dat Poetin uitgroeide tot een moderne tsaar. De meest schrijnende voorbeelden komen uit de Amerikaanse politiek. Kasparov schetst hoe Bush zich liet inpalmen door Poetin, toen die als eerste belde na 11 september – een actie die door Kasparov met een strategische bewondering wordt beschreven. Het verleidde Bush jaren later tot een van de meest bizarre karakteraanduidingen die ik ooit over Poetin heb gelezen: ‘Ik vond hem heel oprecht en betrouwbaar (…) Ik kon een glimp van zijn ziel opvangen.’ Het gevolg was dat Amerika in het Bush-tijdperk Poetin geen strobreed in de weg legde. Obama verzette zich evenmin tegen Poetin: zijn beleid stond, na de oorlogen in Irak en Afghanistan, juist in het teken van het indammen van de internationale vijandelijkheden en strijd; hij zei hooguit af en toe iets bezorgds over het Poetin-bewind, maar het bleef bij woorden, terwijl Rusland zijn gebied uitbreidde en steeds hardhandiger optrad.

Pas sinds de oorlog in Oost-Oekraïne treedt de westerse wereld enigszins op tegen Poetin. Eindelijk is het Britse onderzoek naar de moord op Litvinenko heropend, eindelijk is Rusland uit de G8 gezet. Ook zijn er economische sancties uitgedeeld. Maar het is too little too late, aldus Kasparov. Hij pleit ervoor de ‘gevaarlijke schurkenstaat’ Rusland te isoleren, bijvoorbeeld door alternatieve bevoorradingsroutes voor olie en gas te vinden, en om waar nodig militair in te grijpen. En ja, natuurlijk is dat een rigoureuze conclusie. Natuurlijk valt er een en ander op Kasparovs betoog aan te merken. Soms verliest hij zich bijvoorbeeld te veel in Kuifje-taal, als hij het bijvoorbeeld heeft over ‘Poetin en zijn makkers’, ‘hun duistere wereldvisie’ en stelt dat ‘zijn binnen- en buitenlandse beleid te vangen [zijn] onder de noemer “Schurkenstaat Beheer bv”’.

Deze citaten verraden ook dat Kasparov, ondanks zijn stilistische zorgvuldigheid, soms wel erg weinig twijfel in zijn verhaal toelaat. Democratie wordt, zonder daar al te lang bij stil te staan, vanaf het begin afgeschilderd als de ideale staatsvorm, waar ieder land naar moet streven. Poetin is vanaf de eerste bladzijde ‘het kwaad’. Niet alleen wordt hij omschreven als de Godfather, ook vergelijkingen met Hitler en het Derde Rijk komen veelvuldig voorbij. Daar worden vervolgens overtuigende argumenten voor gegeven, en de charme van het boek is juist de doelgerichtheid waarmee het geschreven is, maar toch: het grootste gedeelte van Rusland staat achter Poetin. Al jaren. En dat heeft niet, zoals Het wordt winter suggereert, alleen te maken met propaganda. Of met staatsgeweld. Het heeft vooral te maken met het feit dat hij voorziet in de sinds de val van de Sovjet-Unie breed gedeelde behoefte aan zelfvertrouwen, aan trots, aan een krachtig staatshoofd, iemand die opkomt voor de Russische Natie en geen angst toont.

Kasparov zelf woont inmiddels al jaren niet meer in Rusland. In een van de meest persoonlijke flarden uit Het wordt winter – haast terloops en daardoor bijzonder geslaagd schetst hij tussen de geschiedenislessen door hoezeer hij tijdens zijn schaakloopbaan al vervreemdde van Rusland – vertelt Kasparov dat hij naar Amerika emigreerde toen hij zich meer en meer bedreigd voelde. Hij is lang niet de enige Rus die is vertrokken of wil emigreren, en uit dit doorwrochte werk komt heel helder naar voren waarom. Tegelijk klinkt Kasparov juist op die momenten ineens een tikkeltje superieur. Zoals wanneer hij schrijft dat veel Russen in lange rijen stonden te wachten toen Poetins voorganger Jeltsin overleed. En dat dat laat zien hoezeer Jeltsin, ‘ondanks zijn vele fouten’, mensen het gevoel gaf dat zijn pogingen goed bedoeld waren, wat ‘in schril contrast [staat] met het beleid van zijn opvolger’. Maar als Poetin straks overlijdt, zullen de rijen dan niet veel langer zijn? De tranen nog intenser? En uiteindelijk lijkt dat me misschien nog wel het engste van deze hele geschiedenis. Niet dat iemand met geweld en onderdrukking uitgroeit tot een staatshoofd met alle touwtjes in handen, maar dat hij er ondanks zijn tekortkomingen in slaagt het grootste gedeelte van de bevolking achter zich te krijgen.


Beeld: De politie houdt Garry Kasparov tegen die tijdens een demonstratie het Kremlin wil binnengaan. Moskou, maart 2008. Foto Thomas Peter / Reuters