Gods eigen dorpspomp

Twee geloven op een kussen… Nee, dat ging vroeger niet. Toen woonden de gezindten ook nog in aparte dorpen. In Noordeloos (prot. chr.) bijvoorbeeld. Of in Stramproy (rk).

STRAMPROY - Kapellen en wegkruisen tussen Weert en Stramproy. Kerstbomen te koop. Aan de rand van Stramproy een industrieterrein, begrensd door een woonwagenkamp. De wervingsfolder van de gemeente: ‘Stramproy… je staat ervan te kijken. Een bezoek aan Stramproy, de parel van Limburg, is vol verrassingen. Het Limburgs Schutterijenmuseum, vennen, twee windmolens, de Aa-beek. Een springlevend verenigingsleven.’ De folder vermeldt niet dat de Zangeres Zonder Naam er woont.
Aankondigingen in het portaal van de Sint Willibrorduskerk: 'Stille aanbidding van het allerheiligste. Vanaf 18.30 bidden wij gezamenlijk het Rozenhoedje.’ 'Het Katholiek Nieuwsblad. Omdat een krant alleen niet zaligmakend is. Zonde als je het mist!’ 'A.S. zondag: Brevendia tegen Eindse Boys.’
Vijfduizend inwoners. Een eenkernige gemeente. Van de elf raadsleden zijn zes vrouw, het hoogste percentage vrouwelijke raadsleden in Nederland.
Tijdens carnaval verandert Stramproy in 'Zoate Male’, 'Zoutzakken’. In cafe Hendrikx-Leike, tegenover de kerk, wordt al gespaard. Naast het biljart hangt een kast met vakjes, 'De Gleuvenschuivers’ staat erboven. Zelfgemaakte erwtensoep. Kleedjes op tafel, tientallen planten. Op de wc ligt een stapel Story’s. Een kleintje pils heet een joetje, een joodje. Op het dorpsplein het standbeeld van de 'Zoatmaal’, de zoutsmokkelaar, dat herinnert aan het woelige verleden van het grensdorp.
De eigenaar van de enige boekhandel in het dorp stelt zijn fiets beschikbaar. 'Gaat u eens kijken bij het prachtige Vosseven. Wellicht kunt u een foto maken voor het nieuwe verzorgingstehuis, dat is leuk voor de krant.’
In de winkel twee dikke fotoboeken over Stramproy en Weem kintj ze nog: Ein verzameling rojer weurd’, geschreven door Lei Steijvers. 'Wie kent ze nog: Een verzameling Stramproyse woorden’. 'Toon heet de kleijer aan gatj’ - 'Toon heeft op het punt gestaan tot priester te worden gewijd.’
DE ZANGERES Zonder Naam in haar recent verschenen biografie: 'Veel steun heb ik ook aan de gesprekken met zuster Huberta van “De Zusters van Christus Verlosser”, die in het Heilig Hart Klooster in Stramproy woont. Zuster Huberta is een fan van me en ik vind het heerlijk als ze zo nu en dan bij me aanbelt.’
Het klooster staat tegenover de kerk. Het nieuwe verzorgingstehuis staat vijftig meter verder. Het oude verzorgingstehuis werd beheerd door de nonnen en zat vast aan het klooster. De vleugel is afgebroken, er gaapt een gat tussen het klooster en het nieuwe verzorgingstehuis.
Na langdurig bellen wordt de massieve deur van het klooster ontgrendeld. Een vrouw van zestig kijkt me angstig aan en negeert de uitgestoken hand. Nee, nee, over het geestelijk leven in Stramproy heeft ze niets te zeggen. Misschien weet zuster Huberta wat meer over het dorp? Ach, zuster Huberta woont hier pas, die weet niets over het dorp. Ze zal het zuster Andrea vragen. De deur valt in het slot. Na tien minuten verschijnt een muisgrijs gezicht tussen deur en kozijn. Verstarde mond en doffe ogen onder een nonnenkap. 'Gaat u alstublieft weg, wij kunnen u niet helpen’, sist ze.
De plaatsvervangend gemeentevoorlichter, spijkerhemd en baard, heeft geen verklaring voor het merkwaardige gedrag van de Zusters van Christus Verlosser. 'Er wordt vaak gebedeld bij het klooster, misschien komt het daardoor. Wellicht is hun liefdadigheid misbruikt.’
Ik lees hem een passage voor uit de biografie van de Zangeres. Hij heeft het boek niet gelezen. De Zangeres: 'Burgemeester Beckers van Stramproy heeft me op mijn vijfenzeventigste mijn waarschijnlijk laatste gouden plaat overhandigd. De gouden plaat kreeg ik tijdens een receptie in “de Taphoeve” in Stramproy. Ik had bewust voor deze receptie gekozen ter ere van mijn 75ste verjaardag in plaats van voor een grootse party met al mijn collega’s uit de showbiz. Na het afscheid van mijn carriere nam ik me voor om me vaker in mijn dorp te laten zien. Ik wilde meer contact met mijn plaatsgenoten, voor wie ik in mijn drukke bestaan nauwelijks tijd heb gehad. ’t Werd een heerlijke receptie, waar veel jeugd uit Stramproy me kwam feliciteren. Ik wilde geen cadeaus. Ik had immers alles al en vroeg dan ook om een bijdrage voor het jeugd- en jongerenwerk in Stramproy. Ik vond het leuk om uit de mond van de burgemeester te horen hoe trots men in Stramproy op me is.’
De plaatsvervangend voorlichter schatert. 'Ze woont midden in het dorp maar in de afgelopen vijfentwintig jaar heb ik haar misschien drie keer gezien. Erg geliefd is ze niet, ze weigert mensen die bij haar aanbellen gesigneerde foto’s te geven. Ze treedt nooit op in het dorp, al is het talloze keren gevraagd. De bewuste receptie werd door hoogstens vijftig mensen bezocht, vooral mensen uit het jeugd- en jongerenwerk.’
Volgens de voorlichter speelt de kerk geen grote rol meer in het dorp, men is katholiek maar niet belijdend. 'Tijdens de dagelijkse mis zie je een handjevol ouderen, jongeren zie ik er nooit naar binnen gaan. De pastoor volgt de weg van Rome en het bisdom Roermond. Hij weigert samenwonenden te trouwen. Die gaan dan naar de aalmoezenier in een naburig dorp. De aalmoezenier heeft daar geen moeite mee.’
PASTOOR MUTSAERTS in de parochiegids van Stramproy: 'De parochie als gemeenschap van gelovigen is een levende parochie, wanneer men elkaar wil helpen om “van God te houden met heel je hart en van je naaste als van jezelf”, zoals de Heer zelf het wezen van het christen-zijn aanduidt.’
De pastoor schrijdt over het marktplein en draagt een tas met groenten. Een vaste huishoudster heeft hij niet meer. 'Dat zie je niet vaak meer vandaag de dag, he.’
Zijn kleine bungalow staat midden in het dorp. Sober ingericht. In de woonkamer staat een beeld van de heilige pastoor van Ars, de patroon van alle pastoors in de wereld. Hij maakt koffie, vraagt drie keer of ik er iets bij wil. Een jonge, blozende man. In zijn twee vorige parochies, Echt en Weert, was hij kapelaan, nu is hij op zijn zevenendertigste al pastoor. 'Vroeger werd je pas met vijftig pastoor, he. Maar er is weinig belangstelling meer voor het priesterambt.’
De Groene Amsterdammer zegt hem weinig, als het verhaal maar niet voor HP/De Tijd is. Oud zeer. Gisteravond heeft hij nog naar het religieuze programma van Jos Brink gekeken, het onderwerp was de ontkerkelijking. 'Wij merken daar natuurlijk wel iets van, maar eigenlijk valt het wel mee. Stramproy is diep gekerstend. De mensen in Stramproy hebben een blij geloof, en een rotsvast vertrouwen. In het noorden is het geloof een bewuste keuze, hier is het een vanzelfsprekende keuze.’
De pastoor staat midden in het leven. Hij is betrokken bij de schutterijen en bij het carnaval, op vastenavond wordt de heilige mis druk bezocht. Hij geeft catechisatieles op de dorpsschool, en hij heeft regelmatig contact met misdienaren en acolieten.
Op 2 januari volgend jaar verschijnt hij in het televisieprogramma Mary - een legende, uitgezonden door de Avro. Hij heeft de Zangeres begeleid na het overlijden van haar man Sjo, ze woont verderop in de straat. 'Dat merkwaardige gedrag van de Zusters van Christus Verlosser, ik zal ze daar toch eens over bellen. Ik vermoed dat ze zijn lastig gevallen door de roddelpers. Er komen wel eens journalisten aan de deur, die willen dan van alles weten over de Zangeres. Het is misschien beter als u dat voorval niet opschrijft, neemt u het hen maar niet kwalijk.’
De stamgast in het dorpscafe: 'Die pastoor, dat wordt een bisschop, daar kun je donder op zeggen.’ Vroeger ging hij nog wel eens naar de kerk, toen de oude pastoor er nog was. De nieuwe pastoor is te streng. 'Als hij de kerk nu nog vol wil krijgen, moet hij house gaan draaien.’
NOORDELOOS - 'Waar de nijvere boerin maakt de beste kaas/ waar de boer in het weiland schiet op fazant en haas/ waar de kikker altijd kwaakt in het eendenkroos/ daar ligt mijn vaderland, het mooie Noordeloos.’ (Volkslied van Noordeloos, meestal gezongen op koninginnedag.)
Noordeloos, 1856. Dominee Koene van den Bosch verlaat met zijn volgelingen het dorp. Als 'afgescheidenen’ kunnen zij hun geloof niet in volle vrijheid belijden. Na 48 dagen op een zeilschip landen ze in Amerika. In Grand Haven, Michigan, bouwen ze onder barre omstandigheden een nieuw bestaan op.
A. Horden, Noordeloos-deskundige: “s Zondags was het voor de kolonisten een rustdag. Allen kwamen dan bijeen op een open plek in het bos. De dominee stond bovenop een boerenwagen, die als kansel dienst deed. De mensen zaten op omgehakte bomen of zo maar op de grond. Wanneer de psalmen Davids werden gezongen, blonk er in menig vrouwenoog een traan.’
De geschiedschrijver: 'Ondanks de vele tegenslagen in de vorm van ziekten en misgewassen was het altijd weer de dominee die hun moed insprak. Somwijlen had ook hij het te kwaad wanneer het volk murmureerde en zeide, waren wij toch maar bij de vleespotten in Noordeloos gebleven.’
NOORDELOOS, december 1994. De Alblasserwaard, ingesloten door Lek en Merwede. Molens en knotwilgen, spiedende reigers. Omringd door Muizenbroek, Gijbeland, Graafland en Meerkerk. Een boezem, een singel, een gracht en een dreef. Drie kerken. Zeventienhonderd zielen. Telefoonnummers bestaan uit vier cijfers. Ieder jaar organiseert knikkerclub De Ovale Stuiter het nationaal kampioenschap kuiltjesknikkeren. Fanfarekorps de Volharding, ijsclub Voorwaarts. Het polsstokverspringen is verdwenen, net als de kruidenier. In het weekeinde komt de viskraam, twee keer per week de bibliotheekbus. De twee cafes gaan pas om vier uur open.
Er zijn drie kerken in Noordeloos. Hoewel alle drie christelijk, leefden de drie gemeenschappen gescheiden van elkaar. In 1970 heerste de 'Samen op weg’-gedachte in Nederland. Ook in Noordeloos werd toenadering tussen de drie kerken gezocht. De christelijk-gereformeerde kerk deed niet mee. Dominee K. Exalto had ernstige bedenkingen tegen een samenwerkingsverband met de hervormden. Exalto: 'Keer terug naar uw eigen begin, wordt weer gereformeerd, als in het verleden, neem het Woord van God serieus in zijn volstrekte souvereiniteit, laat u niet infecteren door een revolutiegeest, keer terug tot de prediking van vanouds. De eenheid met U is dus voor ons thans niet begeerlijk, we kunnen alleen maar zeggen: Bekeert U van uw dwaalweg.’
De christelijk-gereformeerde gemeenschap zit iedere zondag twee keer vol. De koster beheert met zijn gezin de Woord & Daad-winkel naast de kerk. De voormallige stallen zijn volgestouwd met tweedehands spullen. De opbrengst gaat naar christelijke projecten in de derde wereld.
DE FAMILIE WOONT naast de winkel en tegenover de kerk. Een traporgel en eikenhouten meubelen in de huiskamer. Een wand vol boeken. Statenbijbels en concordantien. Televisie noch radio. Op de tafel de Gezinsgids, Koers, Terdege en het Reformatorisch Dagblad. De kinderen verzonken in boeken, ongestoord door het bezoek.
In de keuken hangt een stencil van de SGP-Studievereniging. De thema’s in december: 'Alle normen de wereld uit? De invloed van de media.’ 'Dood of leven? Medische problemen.’ 'Melk en mest? Problemen in de landbouw.’
De vader opent met een gebed, bidt voor de mensen die vandaag niets te eten hebben, de slachtoffers van oorlogen. De taal is plechtig maar eenvoudig, begrijpelijk voor de kinderen.
Rode bieten, gebakken aardappels, een bal gehakt met jus. Warme rijst met krenten toe, een klontje boter, suiker en kaneel ter bekroning.
Na het eten wordt uit de bijbel gelezen. I Koningen 7, de bouw van Salomo’s paleis: 'De kapitelen nu waren op de twee pilaren, ja, daarboven tegenover den buik, dewelke was tevens het net; en tweehonderd granaatappelen waren in rijen rondom, ook over het andere kapiteel. Daarna richtte hij de pilaren op in het voorhuis des tempels; en den rechter pilaar opgericht hebbende, zo noemde hij zijn naam Jachin, en den linker pilaar opgericht hebbende, zo noemde hij zijn naam Boaz.’
Na de lezing herhalen de kinderen het laatste woord, als bewijs dat ze hebben opgelet. De oudste twee vertrekken naar catechisatie, de jongsten bestoken de vader met vragen. Wat is een kapiteel? De vader is geduldig, hij toont boeken met afbeeldingen van de tempel, legt uit wat de namen Jachin en Boaz betekenen.
NIEUWE STRATEN in Noordeloos dragen de namen van wethouders en raadsleden. Sinds 1985 bestaat Noordeloos niet meer als zelfstandige gemeente. Het dorp is, tot ongenoegen van haar bewoners, opgegaan in Giessenlanden. In het 'rode’ buurdorp Arkel, sinds 1985 eveneens tot Giessendam behorend, werd het eerste officiele homohuwelijk van Nederland ingezegend.
Toen Maarten Schakel, voormalig Tweede-Kamerlid van het CDA, nog burgemeester en Noordeloos nog een zelfstandige gemeente was, opende hij de raadsvergaderingen met de woorden: 'Hierbij komen wij tot U als raad der gemeente Noordeloos van Wie alle overheid haar macht afleidt, om U te vragen of U onze besluitvorming wilt doen strekken tot het waarachtig belang van deze gemeente. Amen.’
'Wij zijn opgenomen in een grotere gemeente. Giessenlanden heet het tegenwoordig’, zegt Schakel met wroeging zijn stem. Door de samensmelting heeft Noordeloos veel verloren, meent hij. 'Van oorsprong is Noordeloos een zeer religieus dorp. De verzuiling was overal voelbaar in het dorp. In de Alblasserwaard had je dorpen met twee Boerenleenbanken, een linkse en een rechtse. Er was zelfs een linkse en een rechtse melkfabriek. Rechts stond voor kerkelijk, links voor niet-kerkelijk. In Noordeloos had iedere kerk zijn eigen bakker. De muziekvereniging en de fanfare waren links, de zangvereniging was rechts.
De zondagsrust werd in de regel gerespecteerd. Niemand probeerde die te doorbreken. Het zwembad was op zondag gesloten, een van de twee cafes in het dorp was echter wel geopend op zondag. Heel merkwaardig, want de raad had de bevoegdheid de cafes te sluiten. Leven en laten leven, typisch Nederlands. Men is elkaar ter wille.’
ALLE BANDEN tussen het dorp en de Noordeloos Christian Reformed Church in Grand Haven zijn verdwenen. De geschiedschrijver: 'Dat is jammer, want het zijn toch onze broeders en zusters geweest, die omwille van hun geloof huis en haard vaarwel zeiden om in een hun geheel vreemd land een nieuw bestaan op te bouwen.’
Een oude vrouw loopt over het grindpad voor haar boerderij naar de brievenbus. 'Het is vandaag zaterdag, he’, zegt ze tegen me.
'Het is dinsdag, mevrouw.’
'Ja, dat moet wel kloppen, he, want het is net al zondag geweest.’
Kinderen heeft ze niet, haar man is net overleden. 'De zonde heeft alles verwoest’, mompelt ze plotseling.
Over twee uur gaat de eerste bus naar Arkel.