Coupé No 6, Rosa Liksom

Gods koelkast

Coupé No 6, de derde roman van de Finse schrijfster Rosa Liksom, eindigt met een merkwaardig dankwoord. Maar liefst een stuk of vijftig auteurs worden bedankt, Finse en Russische, een heel aantal daarvan al jarenlang dood en bijgezet in het pantheon van grote literaire helden: Lermontov, Nabokov, Paustovski, Platonov, Toergenjev, om er een paar te noemen, de opsomming eindigt ook nog eens met ‘en vele anderen’.

Rosa Liksom, Coupé no 6, € 18,50
e-book, € 9,99

Medium coupe no6

Echt verbazingwekkend is het lijstje ook weer niet, want Coupé No 6 roept niet alleen het Russische landschap op, maar vooral ook al die schrijvers die de uitgestrekte wouden, moerasgebieden, sneeuwvelden, toendra’s en taiga’s in woorden wisten te schilderen.

Het verhaal van Coupé No 6 is snel te vertellen: de Finse studente Anna reist, om het verlies van haar geliefde te verwerken, met de Transsiberië Express van Moskou naar Mongolië, naar de hoofdstad Ulaanbaatar, waar ze de oeroude rotsschilderingen wil bewonderen. Het is ergens in de jaren tachtig, de vruchteloze oorlog in Afghanistan is nog in volle gang, de Sovjet-Unie bestaat nog, maar ver van de steden piept en kraakt het rijk. Anna deelt een treincoupé met Vadim Nikolajevitsj Ivanov, ‘Staal Metalovitsj’, metaalarbeider en manusje-van-alles, vaak op weg naar Siberië en Mongolië om daar te werken in de bouw. Hij is een robuust gebouwde man met bloemkooloren, lomp en grofgebekt, maar soms ook onverwacht lyrisch en teerhartig. ‘We zijn dus met z’n tweeën’, zegt hij tegen haar. ‘Deze glanzende rails brengen ons naar Gods koelkast.’

Een lange treinreis is op zich al een topos in de Russische literatuur, de Slavische variant op de Amerikaanse road novel. Denk aan De Kreutzersonate, de beroemde novelle uit 1891 van Leo Tolstoj – ook een van de auteurs in de danklijst – waarin het verhaal over liefde, overspel, jaloezie en wraak verteld wordt tijdens een treinrit. Of denk aan Moskou op sterk water van Venedikt Jerofejev – eveneens op Liksoms lijstje – de hilarische roman uit 1969 over drinkebroeders die elkaar sterke verhalen vertellen in de trein tussen Moskou en Petoesjki en opscheppen over de wonderlijke stoffen, tot schoensmeer aan toe, waar ze alcohol uit kunnen brouwen.

Vadim in Coupé No 6, consequent als ‘de man’ aangeduid, heeft ook wel wat weg van de treinreizigers van Tolstoi en Jerofejev. De verteller in De Kreutzersonate, Pozdnysjev, is een character met extreme opvattingen over het huwelijk, vrouwen, voorbehoedmiddelen, artsen – over wat eigenlijk niet. De held van Moskou op sterk water staat minstens even sceptisch in het leven, en dan vooral tegenover de sovjetmaatschappij. De scepsis kan alleen worden weggespoeld met drank, zo sterk mogelijke drank. ‘Alle eerlijke mensen van Rusland! En waarom dronken ze! Ze dronken omdat ze eerlijk waren! Omdat ze niet in staat waren het lot van het volk te verzachten.’

De man in Coupé No 6 heeft een reissamovar bij zich waarin hij donkere thee zet, hij eet augurken en ui bij zwart brood, maar bovenal drinkt hij wodka. En als de wodka stroomt, stromen de woorden ook. Hij praat, de studente luistert. Hij dist verhalen op over zijn vrouw en zijn huwelijk en over al die andere vrouwen, ‘hoeren’, die hij aan zijn slinger heeft geregen, en zij voelt zich in verlegenheid gebracht. ‘Weet je, m’n lieve kind, wat het verschil is tussen neuken en naaien? Neuken is een leuke, lustige bezigheid, naaien zware, vreugdeloze arbeid. Dus wat zeg je ervan, zullen we neuken?’ De nagellakremover die zij stiekem in zijn wodkaglas giet, drinkt hij in één teug op. Net als bij Jerofejev is alles goed, zolang er maar alcohol in zit.

De man is wat je een typisch Russisch personage kunt noemen. Als kind al op straat geschopt door liefdeloze ouders, een overlever, een racist, moordenaar en vechtersbaas, een drinker en hoerenloper, maar o zo verleidelijk als hij zijn bloemrijke teksten uitkraamt tegen wie het maar wil horen en zijn glas weer op iets heft. ‘Laten we hopen op leven en verdriet, oprecht gelach, tranen zonder oorzaak, ongeremde feestvreugde, comfortabele katers, eeuwige gezondheid en een te vroege dood.’ En o, wat is hij soms poëtisch: ‘Het leven is alleen maar in een vreemde, rode mist verdwenen. Het bestaat niet meer. Of misschien alleen nog een klein stukje. Op de bodem van je jaszak – misschien, een klein stukje leven.’

En dan is er dus het Russische landschap, even authentiek opgeroepen als het typisch Russische personage, en de vele malen dat de trein moet stoppen, soms dagenlang, om ‘uit te rusten’, en de desolate dorpen en steden die beschreven worden, de armoede, het aftandse sovjetleven. ‘Het moeraslandschap veranderde langzaam maar zeker in een vlak, gelijkmatig terrein; bouwvallige, onder de Siberische sneeuw begraven, ingestorte funderingen, ineengezakte waterputten, aan berkentakken bungelende nestkastjes, dorpen met verlaten huizen waarvan de dode ramen de trein aanstaarden.’

Het is allemaal heel mooi en literair verantwoord gedaan, de vertaling loopt geolied, maar toch wil de roman niet werkelijk gaan leven. Misschien komt dat omdat Rosa Liksom eerder verhalenschrijver is en de spankracht van een roman net te veel vergt. Zeker is het dat Anna, door wier ogen Coupé No 6 wordt verteld, te bleek afsteekt bij ‘de man’. Iets van haar verdriet krijg je wel geopenbaard, maar het is te weinig en voelbaar wordt het niet. Misschien had Rosa Liksom zich in deze roman iets minder moeten verlaten op al die grote dode voorgangers en Anna meer ruimte moeten geven.


ROSA LIKSOM
Coupé No 6
Uit het Fins vertaald door Annemarie Raas, Podium, 222 blz., € 18,50