DE LOBBY IN AMERIKA  

Gods land

Israël heeft de onvoorwaardelijke steun van Amerikaanse ‘christen-zionisten’ en accepteert dankbaar alle hulp. Maar liberale joden in de VS zelf moeten er niets van hebben.

SAN ANTONIO – De klaagmuur staat in Texas. Het natuurstenen bouwsel is zo’n acht meter lang en vier meter hoog en iemand met gevoel voor tuinarchitectuur heeft pal achter de muur drie smal toelopende cipressen geplant. ‘Pray for the peace of Jerusalem: they shall prosper that love thee’, luidt de tekst die in bronzen letters op de voorzijde van de muur bevestigd is. Psalm 122, vers 6 is dat. Net als in Israël zijn tussen de voegen opgerolde papiertjes en enveloppen met wensen gepropt.

De replica is opgetrokken naast de entree van Cornerstone Church in een rustige buitenwijk van San Antonio, de op een na grootste stad van Texas. De hagelwitte megakerk, die oogt als een soort immense Griekse tempel van bordkarton, is het levenswerk van pastor John Hagee, Vriend van Israël. Op zijn achttiende begon hij zijn eerste kerkgemeenschap, maar hij zag het licht in 1978, toen hij veertig was. ‘Ik vertrok naar Israël als toerist en ik kwam terug als zionist!’ vertelt hij enthousiast aan ieder die het horen wil. Na een gebedssessie bij de echte Westmuur realiseerde hij zich hoe weinig hij eigenlijk van het jodendom wist. John Hagee: ‘Ik geloof dat de Heer wil dat ik alles doe wat in mijn macht ligt om christenen en joden samen te brengen.’

Op het podium van Cornerstone Church staat de Amerikaanse vlag tegenwoordig broederlijk naast de Israëlische, en aan de deurposten van het gebedshuis zijn mezoeza’s bevestigd, de kleine kokertjes met op perkament geschreven thorateksten erin. De bijna twintigduizend leden van Hagee’s kerk staan niet meer alleen stil bij christelijke feestdagen, maar vieren in nauwe samenwerking met lokale rabbijnen ook joodse hoogtijdagen. In Genesis 12:3 leest Hagee de rechtvaardiging om Israël en het Joodse volk tot de laatste snik te verdedigen. ‘Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken. Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij’, hoort Abraham daarin van God. En hoe je het ook wendt of keert, zegt Hagee: Abraham was een Jood.

Met zijn letterlijke bijbelexegese doet Hagee soms ingrijpende voorspellingen over het naderende einde der tijden en de rol van het uitverkoren volk daarbij. Vooral in Amerika zelf zijn de overwegend liberale joden niet echt van zijn steun gediend.

‘Pastor Hagee omhelst een eindtijdtheologie waarin ons Joodse volk er aan het eind van het verhaal niet best van afkomt, tenzij we ons bekeren tot het christendom’, zegt rabbijn Barry Block uit San Antonio. Rabbijn Eric Yoffie, voorzitter van de liberale Union for Reform Judaism, noemt Hagee een ‘extremist’ en directeur Abe Foxman van de Anti-Defamation League verklaarde in 2005 de oorlog aan evangelicals die, volgens hem, ‘Amerika willen christianiseren om ons te redden’.

Maar op zoek naar steun in het machtige Amerika laten veel Israëlische politici zich de onverwachte bijstand uit Texas welgevallen. Regelmatig zijn hooggeplaatste bestuurders uit Israël te gast. Oud-premier Bibi Netanyahu is in San Antonio kind aan huis. Sommige andere evangelicals vinden dat Hagee zijn taak verzaakt door juist niet op bekering tot het christendom aan te dringen.

John Hagee vergaarde de afgelopen jaren niet alleen bekendheid met zijn liefde voor Israël en het Joodse volk. In verschillende preken veroordeelde hij de boeken over Harry Potter, die lezers ‘desensibiliseren en ze bekend maken met het occulte’, en hij oordeelde dat de inwoners van New Orleans de overstromingen na de orkaan Katrina aan zichzelf te wijten hadden omdat ze een demonstratie voor homorechten hadden georganiseerd.

Maar bij Cornerstone Church is het Midden-Oosten de core business. Daarover heeft Hagee al vele tientallen boeken vol gepend. De voor Nederlandse begrippen opruiende geschriften van Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders zijn daarbij vergeleken zoetsappige sprookjes. Bij herhaling beklemtoont Hagee dat ‘de islam’ er op uit is christenen en joden te doden – kijk maar in de Koran. Hij citeert dezelfde tot geweld oproepende passages als Wilders, maar verbindt er drastische consequenties aan. In vele tientallen toespraken en preken heeft de dominee expliciet opgeroepen tot oorlog met Iran om de staat Israël te beschermen. ‘Het is weer 1938’, schrijft hij in zijn laatste boek In Defense of Israel. ‘Iran is het nieuwe Duitsland en zijn president, Mahmoud Ahmadinejad, is de nieuwe Hitler. Iran vormt een bedreiging voor de staat Israël die tot niets minder dan een nucleaire holocaust zal leiden.’

‘De derde wereldoorlog is begonnen!’ profeteert de achterflap van Hagee’s bestseller Jerusalem Countdown.

Wat die oorlog betreft vestigde Hagee onlangs zijn hoop op de Republikeinse presidentskandidaat John McCain, die zich aan het begin van de verkiezingscampagne positief had uitgelaten over een eventuele aanval op Iran. McCain, die bij veel christenen niet erg goed ligt, nam de steunbetuiging van Hagee dankbaar aan. Maar een dag na de met veel tamtam aangekondigde persconferentie realiseerde McCain zich met wie hij in zee was gegaan. Vooral katholieken, die volgens Hagee een ‘goddeloze theologie’ aanhangen, hadden wat moeite met de rechtstreekse verbanden die Hagee in zijn boeken legt tussen de kruisvaarders, het Vierde Lateraanse Concilie, de Spaanse inquisitie, Maarten Luthers stellingen over ‘de joden en hun leugens’ en uiteindelijk de gaskamers van Adolf Hitler. Daags na het endorsement stuurde McCain een persbericht rond waarin hij uitlegde dat de steunbetuiging geenszins betekende dat hij het ‘met alle ideeën van Hagee eens is – wat ik overduidelijk niet ben’.

Met zijn uitgesproken steun voor Israël en het Joodse volk staat Hagee in een lange traditie van ‘christenzionisten’, die zijn oorsprong heeft in de theologie van dispentionalisme, die ervan uitgaat dat voorafgaand aan de wederkomst van Christus de wereld een periode van extreme verzoekingen moet doorstaan. Terugkeer van de joden naar Palestina is een voorwaarde voor Christus’ terugkeer op aarde. De beweging begon eind negentiende eeuw in Engeland en had grote invloed op de Britse politicus Arthur Balfour, die als minister van Buitenlandse Zaken in 1917 de Joodse staat in Palestina autoriseerde. Sinds de daadwerkelijke vestiging van Israël in 1948, maar vooral na de Zesdaagse Oorlog in 1967, is de Israëlische zaak opgepakt door de aan invloed winnende groep evangelicals. Hagee: ‘We steunen Israël omdat alle andere landen door mensen in het leven geroepen zijn, terwijl Israël door God is gecreëerd.’

Maar nog voordat John Hagee het beloofde land aandeed, haalden de televisiedominees van een generatie eerder, Jerry Falwell en Pat Robertson, eind jaren zeventig de banden met Israël aan. Terwijl evangelicals en pinksterkerken de bekering van andersgelovigen tot hun kerntaken rekenen, worden joden over het algemeen buiten beschouwing gelaten.

‘Je moet beseffen dat de God die sprak tot Mozes op de berg Sinaï onze God is’, legde Pat Robertson zijn steun voor Israël eens uit in een toespraak. ‘De voortzetting van Joodse soevereiniteit over het Heilige Land is een verdere verdedigingslinie voor ons dat de God van de Bijbel bestaat en dat Zijn woord waarheid is.’

De Israëlische Likud-premier Menachem Begin was buitengewoon ontvankelijk voor de steun en haalde eind jaren zeventig de dominees met alle egards naar zijn land. Hij zou in 1981 na het Israëlische bombardement op de Osirak-reactor eerst met Jerry Falwell gebeld hebben alvorens president Ronald Reagan te waarschuwen. Begin nodigde actief Amerikaanse christenen uit om in het beloofde land een kijkje te komen nemen. Bijna alle grote evangelistische kerken, ook die van Hagee, bieden tegenwoordig reizen naar Israël aan om steun voor de Joodse zaak extra te schragen. In 2007 bezochten meer dan een half miljoen Amerikanen Israël en voor 2008 verwacht het ministerie van Toerisme bijna een miljoen Amerikaanse bezoekers.

Dat leidt overigens tot onverwachte ongemakken: steeds vaker worden Amerikaanse fellow travellers in Israëlische ziekenhuizen opgenomen met verschijnselen van het zogenoemde Jeruzalem-syndroom, een religieuze psychose die ontstaat bij mensen die overmand worden door de immense indruk bij het zien van de werkelijke plaatsen waarover jarenlang in de Bijbel gelezen is.

Dat Israël niet deelbaar is, staat voor de Vrienden van Israël buiten kijf. ‘God voelt vijandschap jegens hen die, ik citeer, “mijn land opsplitsen’’’, zei Pat Robertson subtiel na de beroerte van premier Ariel Sharon. Maar Robertson is politiek uitgespeeld en Jerry Falwell is vorig jaar overleden. John Hagee heeft, zeggen ingewijden, daarentegen ‘het luisterend oor van het Witte Huis’. Dat wil zeggen: het Witte Huis van George W. Bush. Toch was het dezelfde Bush die in 2007 op initiatief van minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice uiteindelijk een tweestatenoplossing ondersteunde om het onder zijn presidentschap nog explosievere Midden-Oosten tot enige rust te brengen. Dus hoe machtig is de christelijke steun nu werkelijk?

Volgens John Mearsheimer (Chicago University) en Stephen Walt (Harvard), auteurs van het geruchtmakende boek The Israel Lobby (2007), hebben de christenzionisten onmiskenbaar de weg naar Washington gevonden. Ze horen bij de lobby die, volgens de professoren, het Amerikaanse buitenlandbeleid zo heeft weten te sturen dat president Bush in Irak ten strijde trok. De lobby heeft volgens hen benadrukt dat Saddam Hoessein met zijn steun aan Palestijnse zelfmoordenaars een gevaar was voor Israël.

Nu proberen de christenzionisten de politiek ook van de gevaren uit Iran te doordringen. Maar het doemscenario van John Hagee achten ze niet erg waarschijnlijk. ‘Zolang Israël die nucleaire afschrikmiddelen heeft, is de veiligheid voor de lange termijn verzekerd’, zegt Mearsheimer desgevraagd.

Wat Mearsheimer en Walt niet begrijpen en John Hagee cum suis wél, zegt de Israëlisch-Amerikaanse journalist Sev Chafets, is de Arabische vijandigheid richting Israël. ‘Het is oorlog’, oordeelt hij.

Chafets groeide op in Michigan, maar vertrok op latere leeftijd naar Israël om in het leger te dienen. In zijn boek A Match Made in Heaven vertelt hij smakelijk over hoe een elfjarig sportvriendje in Michigan hem tijdens een honkbalwedstrijd vertelde dat hij als jood ‘naar de hel’ zal gaan. ‘We waren teamleden van de Little League, en hij vond dat ik dat moest weten.’ Sindsdien houdt Chafets de christenen ‘scherp in de gaten’, schrijft hij. En voor zijn boek deed hij gedegen onderzoek naar de Vrienden van Israël.

‘Israël is een krachtig land en dat komt vooral door jaren van Amerikaanse steun’, zegt Chafets over de telefoon. ‘Christelijk rechts is goed voor tenminste 35 procent van de stemmen en de groep van christenzionisten groeit hard. Voor Israël is die steun extreem belangrijk.’

Maar joden in Amerika zelf, geeft Chafets ietwat teleurgesteld toe, lijken de steun van de evangelicals nauwelijks serieus te nemen. Die stemmen in meerderheid Democratisch en houden er op binnenlands gebied heel andere opvattingen op na. Het aantal joden in de Verenigde Staten is bovendien relatief marginaal. Ze zijn bang dat de evangelicals verkeerde motieven hebben, dat ze joden willen bekeren of dat ze met hun steun aan Israël het einde der tijden willen bespoedigen. Maar Chafets, die zich voor zijn boek twee jaar lang onder de christenzionisten begaf, zag niets van dat al.

Met veel vijanden is een land als Israël met iedere vriend tevreden. En het komt, concludeert Chafets, gewoon mooi uit dat joden en christenzionisten dezelfde vijand hebben. ‘Hagee’, zegt hij, ‘heeft gewoon een hekel aan moslims.’

Dit artikel is een bewerking van een hoofdstuk uit het in september te verschijnen boek In God We Trust: Geloven in Amerika (Ambo) en mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten