Godslastering

In een aantal landen van deze wereld kun je worden vervolgd voor het delict ‘godslastering’.
Je kunt zelfs er zelfs voor ter dood worden veroordeeld. En velen sterven dan ook aan de galg of op het hakblok, domweg omdat ze een andere mening hebben over het ontstaan van mens en wereld dan de machtigen in die landen.

In Nederland kon je ook voor ketterij ter dood worden gebracht. Sinds een paar eeuwen is dat niet meer zo, maar ‘godslastering’ was tot vorige week nog wel strafbaar.
Vorige week ging het gewraakte artikel 147 ter ziele.
In 2004 probeerde een naar eigen zeggen religieus geïnspireerde het hoofd van een medeburger af te zagen, mijn collega Theo van Gogh. Dit omdat hij een script had verfilmd over vermeende vrouwenmishandeling uit naam van de islam.
Als bizarre reactie daarop probeerde minister Donner het godslasteringsartikel nieuw leven in te blazen. De gedachtegang was ongeveer zo: als je nare dingen zegt over iemands wereldbeeld, dan zie je maar wat daarvan komt.
De dader belonen en het slachtoffer postuum straffen, dus.
D’66-vrijbuitster Lousewies van der Laan schoot toen tegen het plafond en stelde voor om het artikel direct af te schaffen. Andere linkse partijen, waaronder mijn partij de PvdA, besloten toen om de zaak op de lange baan te schuiven en het besluitvormingsproces werd flink gerekt. Over verschillende kabinetsgrenzen heen.
Nu dan eindelijk koos het vrijzinniger deel van de Kamer voor afschaffing, met een onrustbarende belofte dat er onderzocht gaat worden of het artikel 137c, over groepsbelediging, misschien wat ruimer kan worden gemaakt om de grootste angst bij de christelijke partijen weg te nemen.
Waar bestaat die angst uit? Zelf zeggen ze dat ze het schrappen van 147 zien als een beperking van de godsdienstvrijheid.
Verreweg de meesten zullen de ingreep eerder zien als een verruiming van de gewetensvrijheid.
Onderwerpen die de open samenleving en het vrije woord aangaan, gaan gebukt onder begripsverwarring.
Bijvoorbeeld waar het om ‘kwetsen’ of ‘discrimineren’ gaat. Discrimineren is objectief aantoonbaar. Het is iemand anders bejegenen op basis van in die situatie niet ter zake doende criteria. Kwetsen of beledigen is in veel gevallen subjectief. De analyse van de ene burger kan door de andere burger als kwetsend of als een belediging worden gezien.
Daarnaast maakt het ook nog uit of je kwetst op basis van wat iemand doet: bijvoorbeeld, iets zeggen, iets vinden, iets geloven of bepaalde handelingen plegen – of kwetsen op basis van wat iemand ‘is’: man, vrouw, Arabier, Belg, homo, hetero, gehandicapt et cetera.
Zo is een sneer naar katholieken of moslims iets anders dan naar een Italiaan of een Arabier. Zo is een verbale uithaal naar joodse geloofsprincipes iets anders dan naar iemands vermeende etniciteit.
Sommigen beweren dat iemands geloof een intrinsieker deel is van wat iemand is dan iemands politieke overtuigingen. Ex-minister en partijgenote Vogelaar moest bij AT5 eens hoofdschuddend lachen over mijn bewering dat geloof een mening is.
Nu kan dat subjectief voor die gelovige inderdaad zo zijn, en dat is prima. Maar de wet kan en mag geen onderscheid maken tussen de levensovertuigingen van burgers en in een open samenleving is elk geloof facultatief. Het concept ‘verplicht en aangeboren geloof’ is een ernstige schending van de gewetensvrijheid en daarmee van de mensenrechten.
Het concept van een open samenleving berust op een vreedzame strijd van ideeën waarbij het beste idee aan invloed wint. Niet een idee dat door dreiging of zelfcensuur extra bescherming krijgt.
In een onbelemmerd debat vernieuwt en verbetert een samenleving zich. En dan kan het gebeuren dat je in dat proces met woorden of beelden wordt geconfronteerd die je wereldbeeld schokken. Maar alle gedachtegoed moet zich in een open samenleving steeds weer bewijzen op kwaliteit, moraliteit en waarachtigheid. Alle gedachtegoed, religieus en profaan. Alle morele en wereldlijke macht moet in een echte democratie constant met argumenten kunnen worden uitgedaagd. Autoriteit die dat niet toestaat heeft geen morele legitimiteit.
Volgens het systeem van het secularisme is er voor alle levensovertuigingen ruimte om te worden beleden en uitgedragen, binnen de grenzen van de neutrale en gezamenlijk uitonderhandelde wet, uiteraard.
En nog eens over begripsverwarring gesproken: secularisme is niet hetzelfde als atheïsme. Ze verhouden zich niet als appels tot peren maar als groentewinkels tot peren.
De meeste atheïsten zullen secularist zijn maar ook veel christenen en moslims zijn, qua politieke opvatting, seculier. Zie de opstanden op het Taksimplein en die in juni op het Tahrirplein in Caïro. Moslims die met gevaar voor eigen leven de barricaden op gaan om juist dat neutrale systeem te behouden of terug te krijgen.
Juist ten opzichte van diegenen wier gewetensvrijheid elders op de tocht staat is het goed dat wij artikel 147 ten grave dragen. We kunnen moreel gezien geen wet handhaven die een soortgelijke wet waardoor zij veroordeeld zijn in leven laat. Ook al is het bij ons een dode letter. Ook al staat er bij ons, mits al ooit gebruikt, een zeer milde straf op.
We moeten ervoor staan dat bij ons de gewetensvrijheid totaal is. En dan geeft het geen pas om de vrijheid van meningsuiting te diskwalificeren als een vrijbrief om te beledigen. Het is namelijk zoveel meer dan dat. Het is de zuurstof van de democratie. Zovelen zijn er in onze, ook recente, geschiedenis voor gestorven.
Uiteraard zullen er altijd mensen zijn die kwetsen om het kwetsen. Die beledigen als uiting van een misplaatst superioriteitsgevoel. Om de ander te kleineren. En gelukkig hebben we wetten die de burger tegen smaad, laster en racisme proberen te beschermen.
Waar het om gaat is dat er gewetensvrijheid is. En godsdienstvrijheid is daar deel van. Niet meer en niet minder.