Een eigen aandeel in de liefdadigheidsmarkt

‘Goed doen in Afrika’

Westerse vrijwilligers en gelddonaties houden een malafide Afrikaanse kindertehuisindustrie in stand. Ondanks onthullingen van wantoestanden blijft strengere controle van oplichterspraktijken uit.

Medium bob
Madagaskar. Vrijwillige medische studenten uit Nederland, met een lokale arts en tolk, houden spreekuur in een afgelegen dorp © Roel Burgler / HH

‘Ik wil graag een mama zijn voor de kinderen en ze liefde en aandacht geven.’ Hermien Codrington gaat vrijwilligerswerk doen in Afrika, net als de twintig andere vrijwilligers die vandaag zijn verzameld op een zolderkamer in een voormalig gebouw van de protestantse diaconie in de Amstelhoven. Ze volgen een training van Stichting Muses die hen moet voorbereiden op het grote avontuur. De groep van vandaag ontbreekt het niet aan idealisme en energie om goed te doen in Afrika. Ze hebben hun reis al geboekt bij organisaties die hen begeleiden en van een plek voorzien in een kindertehuis, school, ziekenhuis of ergens anders. ‘Hoeveel van jullie gaan met kinderen werken?’ vraagt trainer Bianca Smit. De helft van de handen gaat omhoog. ‘Ik ben ook een huiler, ik smelt van die Afrikaanse smoeltjes. Ik hoop iets voor ze te kunnen betekenen’, reageert een deelnemer.

Duizenden Nederlandse jongeren trekken er jaarlijks op uit om in de Derde Wereld vrijwilligerswerk te doen. Vaak nemen ze na het behalen van het middelbare-schooldiploma een ‘tussenjaar’ en willen ze een paar maanden wat nuttigs doen. Vanuit Nederland zijn zestig à zeventig uitzendende organisaties in deze sector actief. Een van de grotere, Travel Active, zond in 2015 ruim drieduizend vrijwilligers uit. Vorig jaar werden bij Stichting Muses elfhonderd vrijwilligers getraind, dit jaar is het doel twaalfhonderd.

Wereldwijd lopen de schattingen uiteen van enkele miljoenen tot tien miljoen vrijwilligers per jaar, in een industrie die zo’n twee miljard dollar per jaar omzet. De kritiek neemt echter toe op dit voluntourism, zoals deze mengvorm van toerisme en vrijwilligerswerk inmiddels wordt genoemd. Niet alleen hebben de vaak ongeschoolde jongeren in de paar maanden dat ze bij een project zijn weinig toegevoegde waarde, ook zouden in de ontvangende landen malafide individuen en organisaties misbruik maken van de stroom mensen en vooral geld die hun kant op komt. Tijdens de Vakantiebeurs vorige week stelde het Better Care Network zelfs dat toeristen moeten stoppen met excursies naar weeshuizen in arme landen.

‘Zing! Jullie moeten zingen als er bezoekers zijn. Jullie weten dat ze donaties brengen, maar jullie zitten daar maar voor je uit te staren. Als je niet luid zingt en klapt krijg je straks een pak slaag, dat beloof ik jullie!’ ‘Mama’ Emma Boafo, directeur van het Bawjiase Countryside-weeshuis, een uur van de Ghanese hoofdstad Accra, is bloedserieus als ze de groep kinderen die op de grond zit waarschuwt om hun best te doen voor de vrijwilligers en donors die een bezoek brengen. Er hangt veel geld van af: zoals veel weeshuizen in Afrika wordt haar instituut ondersteund door belangrijke goede doelen. Onder andere de World Health Organization en de Nederlandse bouwer Ballast Nedam waren haar sponsors. Westerse vrijwilligers, die regelmatig een paar weken komen helpen, doneren vaak ook meer dan alleen hun tijd.

Anas Aremeyaw Anas stuurde een team twee maanden undercover in het weeshuis, waarbij de woorden van ‘mama’ Emma Boafo werden opgenomen. Anas staat bekend als de undercoverjournalist wiens gezicht onbekend is. Bij publieke optredens draagt hij een gordijn van kralen voor zijn gezicht. BBC Africa dacht ooit de primeur van de onthulling van zijn gezicht te hebben, maar het bleek achteraf dat er onder de kralen nog een gezichtsprothese zat. Deze Afrikaanse Alberto Stegeman onthult corruptie en oplichterij met zijn anonimiteit als wapen.

Met de undercoveroperatie werden verschillende incidenten in het weeshuis onthuld: kinderen werden geslagen, baby’s en peuters werden niet goed verzorgd en besmeurd met uitwerpselen achtergelaten. Tienermeisjes bleven onbeschermd tegen ongewilde zwangerschappen na misbruik door oudere jongens en personeel. Ook werd vastgelegd dat ‘mama’ Boafo voedseldonaties doorverkocht terwijl kinderen honger leden; hun werd verteld dat ze moesten vasten. Tegen een undercoverjournalist die zich voordeed als geïnteresseerde voedselkoper legde Boafo uit dat ze het voedsel tegen groothandelsprijzen verkocht, zodat de koper er nog winst op kon maken.

Het horrorverhaal van Bawjiase staat niet op zichzelf. Vergelijkbare onthullingen uit Tanzania, Kenia, Nigeria, Oeganda en elders waarbij bleek dat bedriegers weeshuizen hadden opgericht met als enige doel om geld van donateurs en vrijwilligers op te strijken, leidden tot ophef. Zo ook in Ghana, toen Anas een documentaire over Bawjiase uitzond. Maar na de ophef volgt meestal geen verandering en blijft strengere controle op potentiële oplichterspraktijken uit.

Nadat de documentaire over Bawjiase was uitgezonden liet de Ghanese minister van Sociale Zaken weten dat hij niet kan instaan voor Ghanese weeshuizen, omdat de controlecapaciteit erg laag is. Een woordvoerder vertrouwde Anas’ Tiger Eye-team toe: ‘Er wordt soms wel gecontroleerd, maar dan laten de weeshuizen hun beste kant zien. Als je kwalijke praktijken wilt onthullen moet je undercover werken.’ De Ghanese overheid beheert zelf maar tien weeshuizen in het land, en zelfs daar gaat niet altijd alles zoals het hoort. In 2010 werden door vergelijkbaar undercoverwerk van het team in overheidsweeshuis Osu Children’s Home onhygiënische toestanden en lichamelijke mishandeling vastgesteld. Er werden onder andere kinderen geslagen omdat ze hun ‘schoolgeld’ niet betaald zouden hebben.

Vaak blijkt bij de onthullende reportages dat veel kinderen in de weeshuizen helemaal geen wees zijn. Het Ghanese ministerie schat zelfs dat het aantal kinderen in de huizen met minstens één ouder rond de tachtig procent ligt. De term kindertehuis is dan ook toepasselijker dan weeshuis. De kinderen worden volgens het ministerie weggestuurd door arme ouders die de kosten voor school en eten niet kunnen betalen of ze worden geworven door handige ‘weeshuismanagers’ die extern geld willen aantrekken. Voor de kinderen geldt vaak dat een discutabel tehuis nog altijd beter is dan alleen rondzwerven op straat.

Hermien zegt na de training dat haar hele beeld van vrijwilligerswerk is veranderd. ‘Ik heb het geromantiseerd’

Kindertehuizen zijn een recente uitvinding. In 1996 waren er in Ghana nog maar tien, inmiddels zijn dat er 148. Critici van Unicef en Better Care Network spreken van een ‘institutionalisering’ die schadelijk is voor de emotionele ontwikkeling van kinderen en zes tot tien keer duurder is dan thuisopvang. ‘De vriendelijke wijkmoeder kan helemaal niet zomaar een weeshuis opzetten’, meent Lisa Lovatt-Smith van de Ghanese ngo OAfrica, partner van het Better Care Network. ‘Zelfs met goede bedoelingen kun je het niet zomaar volhouden. In de praktijk zijn veel mensen die een weeshuis oprichten vooral op zoek naar een eigen aandeel in de liefdadigheidsmarkt. Daar komt ook nog eens bij dat institutionele zorg door de ophoping van kinderen altijd een risico is: het trekt kindersmokkelaars en kindermisbruikers aan.’

Medium hh 5473862
Een Nederlandse vrijwilligster geeft bijles op een basisschool in Tamale, Ghana © Bert Spiertz / HH

OAfrica wil daarom alle weeshuizen sluiten en de kinderen onderbrengen bij familie. Lovatt-Smith schat dat 90 tot 95 procent van de weeshuizen in Ghana door mensen wordt gerund die vooral commerciële bedoelingen hebben. ‘Die kinderen moeten uit de instituties, ze moeten gereïntegreerd worden in hun eigen families en gemeenschappen.’

Westers donorgeld houdt de kindertehuisindustrie veelal in leven en dat zorgt voor een wrange dynamiek: enerzijds worden met donorgeld echt wezen en arme kinderen geholpen, anderzijds houdt het vooruitzicht op donaties een systeem in stand dat niet alleen gevoelig is voor misbruik en corruptie, maar ook op zichzelf niet de beste oplossing is voor kinderen. Want zolang mensen hun buidels trekken voor weeshuizen, worden ze altijd weer opgericht. En ook wie niet met grote bedragen donorgeld naar Afrika reist, financiert indirect de tehuizen. Vrijwilligers betalen vrijwel altijd minstens voor onderdak en eten.

‘Juist vrijwilligerswerk met kleine kinderen kan voor problemen zorgen’, zegt trainer Sanne van Alen van Stichting Muses tegen de twintig aanstaande vrijwilligers die de voorbereidende training volgt. Het is schadelijk als een kind in een tehuis, dat vaak al verlies van ouders of familie moet verwerken, zich aan vrijwilligers gaat hechten. Als die een maand later weer vertrekken zijn ze weer in de steek gelaten. ‘Je kunt daarom beter een ondersteunende rol op je nemen, zodat de lokale mensen zich meer op de kinderen kunnen richten’, adviseert Van Alen. ‘Je moet je afvragen: wil ik aan het eind het meest gemist worden? Of wil ik het meest hebben bijgedragen?’ Er gaat een schok door de groep. ‘Waarom heet het dan verzorgend vrijwilligerswerk?’ vraagt iemand. ‘Die beschrijvingen zouden wel aangepast mogen worden’, reageert Van Alen. ‘Maar dat ligt bij de reisorganisaties zelf.’

Ondoorzichtigheid is het grote probleem in de vrijwilligersindustrie, stelt Niko Winkel van stichting Volunteer Correct. Volgens Winkel is er een ‘markt met veel verschillende dimensies’, waarbij dubieuze praktijken kunnen ontstaan. Problemen worden vaak niet benoemd. ‘Dat kinderen jarenlang uit hun familie worden geplaatst, omdat het schooltje of zogenaamde weeshuis een opvangmogelijkheid bood, terwijl ondertussen de familierelaties werden verstoord, dát weten de vrijwilligers niet.’

Maar onwetendheid is geen vrijbrief, stelt Reinier Vriend, oprichter van Volunteer Correct. ‘Zonder betalende vrijwilliger geen vrijwilligersindustrie’, aldus Vriend. ‘Als je als vrijwilliger geen vragen stelt heb je ook een probleem.’ Van hem mag vrijwilligerswerk best nutteloos zijn. ‘Maar wees gewoon eerlijk. Noem het dan een culturele uitwisseling. Maar reisorganisaties varen juist goed bij de huidige situatie. Ze verkopen een toeristisch product met het discours van ontwikkelingswerk.’

Volunteer Correct wil de vrijwilligersindustrie transparanter maken. Met een transparantie-index beoordelen ze in hoeverre reisorganisaties duidelijk zijn over de duurzaamheid van hun projecten, zodat vrijwilligers een goede reisorganisatie kunnen kiezen. Kunnen die het best voor een kleine idealistische organisatie kiezen en de grote commerciële reisorganisaties links laten liggen? Niet helemaal, zegt Vriend. ‘De grootste organisaties zijn inderdaad vaak commercieel, maar het zijn vaak ook sociale ondernemingen die hun best doen om hun werk goed te verantwoorden en verduurzamen.’

Kleine particuliere schooltjes en weeshuizen ter plekke vormen een risico, waarschuwt Vriend. ‘Zelfs als een vrijwilliger voor zijn hele verblijf maar een tientje per dag betaalt, dan nog kunnen ze een flink bedrag in eigen zak steken.’

‘Een beter systeem voor kinderzorg zou juist jonge Ghanezen moeten trainen’

De stichting opereert binnen de vrijwilligersindustrie. ‘Het is goed dat wij als aparte stichting deze training doen en niet de reisorganisaties zelf’, vindt trainer Tim Jung. De vrijwilligers die de lessen van Muses volgen, hebben de reis naar een tehuis echter al wel geboekt. De vraag of de aanwezigheid van vrijwilligers op zichzelf al tot wanpraktijken leidt, wordt dan ook niet gesteld. En het antwoord ís ook niet eenduidig: het hangt erg af van de omstandigheden.

De training van Muses komt wel aan. Hermien zegt na de training dat haar hele beeld van vrijwilligerswerk is veranderd. ‘Ik heb het geromantiseerd.’ Ze gaat zich inschrijven om op de valreep voor haar reis nog de Muses-training Wijzer met Kids te doen, die volledig gewijd is aan werken met kinderen. ‘Ik wil wel doen wat het beste is voor de kinderen.’

In Ghana wonen vierduizend kinderen in tehuizen en tienduizenden leven op straat. Volgens Unicef keren sommige gereïntegreerde kinderen al snel terug naar tehuizen omdat de armoede thuis of bij familie te groot is. ‘Succesvolle reïntegratie kost geld’, weet Lisa Lovatt-Smith. ‘Maar we moeten ergens beginnen. We zoeken ook politieke wil voor effectieve armoedebestrijding.’ Ze denkt niet dat er veel plek is voor westerse vrijwilligers. ‘Zeker niet voor weeshuistoeristen. Het is nuttiger als ze gewoon als echte toeristen komen en veel geld uitgeven. Ghanezen kunnen ook prima les geven en spelen met kinderen.’

Het Tiger Eye-team sprak met Nana Antwi Brempong. Hij had het geluk met zijn moeder op te groeien in Accra, maar werkte wel vanaf zijn twaalfde op straat als schoenpoetser. ‘Zo betaalde ik mijn school en studie.’ Nu werkt hij met straatkinderen voor de ngo Crada. Hij is tegen het sluiten van kindertehuizen zolang alternatieven afwezig zijn. ‘Het is waar dat er veel meedogenloze individuen zijn die kinderen inzetten voor hun eigen gewin en dat het beter is als kinderen door hun echte familie worden verzorgd. Maar kinderen simpelweg terug naar huis sturen heeft geen zin als de problemen waardoor ze vertrokken niet worden aangepakt.’

Brempong kent veel voorbeelden. Er zijn de meisjes die hun moeder zien lijden door gebrek aan voedsel en vertrekken om geen last meer te zijn, ‘om vervolgens meer ongewilde kinderen te baren op straat’, en er zijn de families waarin zeven kinderen één schooluniform delen. Ieder kind gaat één dag per week naar school, terwijl de andere zes moeten werken. Brempongs wens is dat het ministerie van Sociale Zaken een sterk systeem opzet om de goede van de slechte tehuizen te onderscheiden. ‘Ze zijn niet ideaal, maar voor een kind is het beter dan het leven op straat.’ Maar ook dan zijn vrijwilligers wat hem betreft niet nodig. ‘Een beter systeem voor kinderzorg zou juist jonge Ghanezen moeten trainen.’

Kindertehuis Ashan in Kumasi, Ghana’s tweede stad, komt net in aanmerking voor het label ‘goed genoeg onder de omstandigheden’. Op het eerste gezicht lijkt het een typisch voluntourism-tehuis: met foto’s van blije zwarte kinderen met blije witte vrijwilligers wordt opgeroepen te doneren. ‘Degenen die komen helpen betalen om hier te verblijven, dus het is inderdaad een indirecte manier om ons te financieren’, vertelt Nana Boafo Konadu. De cacaoboer is het lokale stamhoofd en de beheerder van Ashan. Wanneer het Tiger Eye-team hem vraagt of de vrijwilligers echt nodig zijn, zegt hij van niet. ‘Mijn vrouw, ik en ons team van twaalf medewerkers zijn prima in staat om liefde en zorg te geven aan de kinderen. Maar we verwelkomen onze bezoekers, ze zijn er voor de ervaring.’

De vrijwilligers zijn volgens Konadu geen probleem, het ontbreken van hulp van het ministerie van Sociale Zaken is dat wel. ‘Ik vraag me wel eens af of we een overheid hebben. Ik run dit tehuis vooral met de opbrengsten van mijn cacaoboerderij, omdat ik me als stamhoofd verantwoordelijk voel voor deze gemeenschap. Het enige wat het ministerie wil is drieduizend Ghanese cedi (ongeveer zevenhonderd euro) voor een vergunning. Ik heb ze verteld dat ze maar moeten wachten omdat ik eerst geld moet ophalen om mijn kinderen onderwijs te geven.’

De kinderprojecten zijn in het Westen hét uithangbord van de vrijwilligersindustrie. ‘Vooral jonge meisjes zonder werkervaring, de meerderheid van de doelgroep, zijn gericht op kinderprojecten’, zegt Niko Winkel. ‘Het idee bestaat dat ze daar eigenlijk niet zoveel voor hoeven te kunnen. Als je maar energiek en enthousiast bent, kun je al een goede bijdrage leveren, zo is de redenatie. Deze groep laat zich kenmerken door naïviteit en gebrek aan reflectie.’

Door deze naïeve groep groeit de kritiek op vrijwilligerswerk met kinderen in het algemeen. Better Care Network probeerde hen deze zomer te bereiken met een blogoffensief, waarbij met de slogan #StopOrphanTrips op hippe reisblogs werd opgeroepen om geen vrijwilligerswerk in kindertehuizen te doen. Sommige reisorganisaties geven hier gehoor aan en vermijden voortaan samenwerking met kindertehuizen. Maar toch, benadrukt ook Winkel, blijft het ontzettend complex. ‘Er gaat veel fout, het goede lijdt daaronder. Ik ken meerdere projecten waarbij eerst wordt geprobeerd om straatkinderen weer te herenigen met hun families, maar waar dat uiteindelijk gewoon niet is gelukt. Er zijn veel situaties waarin kinderprojecten het voordeel van de twijfel verdienen. Vaak zijn kindertehuizen een laatste opvangmiddel voor kinderen die écht alles kwijt zijn.’

Welk vrijwilligerswerk kun je dan nog wel doen? Ongetrainde jonge mensen moeten zich toch realiseren dat het niet wenselijk is dat ze zonder expertise ontwikkelingswerk doen, helemaal met kinderen. En er zijn veel andere projecten, zonder kinderen: trainer Tim Jung hielp bijvoorbeeld bij een televisiestation.

Zowel het Bawjiase- als het Osu-tehuis werd enkele maanden na de onthullingen over wantoestanden weer geopend. Binnen zeven maanden waren alle kinderen weer terug in Bawjiase. De Miss Ghana Foundation hield een kerstfeest en fotoshoot bij het weeshuis, met de kinderen als decor. Het is onbekend of Emma Boafo, de ‘mama’ die kinderen liet klappen voor bezoekers, weer terug is. Zij en vier medeplichtigen zijn, ondanks beloften, nooit voor de rechter verschenen.


ZAM (zammagazine.com) assisteerde Anas Aremeyaw Anas en het Tiger Eye-team bij de productie van de Ghanese bijdrage in dit artikel