Goed en fout na vijftig jaar

Ze waren kneuterig, genant, ontroerend en irritant. Al die oude tot stokoude Engelse en Amerikaanse veteranen die naar ons land waren gekomen om na vijftig jaar de bevrijding van zuidelijk Nederland te herbeleven en om, als het zou kunnen, alsnog de verloren Slag bij Arnhem te winnen die het noorden van Nederland van september 1944 tot mei 1945 nog acht dure oorlogsmaanden heeft gekost.

Voor hen was het een vreugde dat de blijdschap over de bevrijding, waarvoor zij hun leven op het spel hebben gezet, nog niet is verminderd. Voor velen was het belangrijk deze episode, die een ingrijpende invloed heeft gehad op hun individuele leven en op de geschiedenis van Nederland, nog eens en vaak zelfs voor het eerst te kunnen herbeleven.
Toch ging er van al die vrolijke televisiebeelden iets folkloristisch uit, alsof het eerder om de herdenking van een succesvolle Hollywoodfilm ging dan om die van een oorlog van vlees en bloed.
Misschien komt dat doordat het moeilijker is geworden al te grote woorden aan de herdenking van de bevrijding van het fascisme te wijden. De gedachte dat met de nederlaag van het Duitse nazisme ook het grootste kwaad uit de wereld was gebannen, valt in deze wereld nauwelijks vol te houden.
Misschien dat er daarom dit keer zo veel nadruk werd gelegd op het geklungel waarmee de bevrijding soms gepaard ging, de technische fouten in de radiocommunicatie waardoor de operatie Market Garden in een mislukking eindigde, of de eigenwijsheid van de Britse veldmaarschalk Montgomery, die niet naar de waarschuwingen van onze eigen prins Bernhard heeft willen luisteren.
Nu hoeven er uit de geschiedenis niet altijd hoogdravende lessen te worden getrokken. De geschiedenis is ook van belang om zichzelfs wille. Maar de geschiedenis van de afloop van een oorlog mag nooit volledig tot een vrijblijvende toeristische attractie worden teruggebracht. Daarvoor gaat het altijd om te veel menselijk leed, en dat geldt nog sterker voor de Tweede Wereldoorlog, waarin de geallieerden inderdaad vochten tegen een onmenselijke dictatuur en een verfoeilijke ideologie die de ijskoude moord op miljoenen onschuldige mensen als consequentie had.
Juist daarom is het volstrekt onbegrijpelijk dat er in Nederland discussie is ontstaan over de vraag of Duitsers bij de herdenking van de bevrijding kunnen worden betrokken. Het moet toch vanzelfsprekend zijn dat elke Duitser die de afloop van de Tweede Wereldoorlog als een bevrijding ondervindt en die met ons de nederlaag van het fascisme wil herdenken, daarbij meer dan welkom is. Het is een wel heel eigenaardig terugvallen in een goed-foutfolklore om iemand vanwege zijn Duits-zijn automatisch in het verkeerde kamp in te delen.
In Frankrijk is na de uitbundige viering van de geallieerde landing in Normandie en de bevrijding van Parijs weer een heel andere discussie geopend, en wel door de bekentenissen van president Mitterrand.
Allerwege buigt men zich nu over de levensloop van deze oude man, die, afkomstig uit rechts-nationalistische kringen, na zijn krijgsgevangenschap carriere maakte bij het met de Duitsers collaborerende Vichy-bewind, daarna weliswaar voor het verzet koos, maar er ook na de oorlog nog zeer dubieuze vrienden op na bleef houden. Een man die bovendien processen tegen oorlogsmisdadigers trachtte tegen te houden met een verwijzing naar de noodzaak van nationale verzoening. Een man tenslotte die blijft weigeren vergeving te vragen voor de rol die Vichy-Frankrijk heeft gespeeld ten opzichte van de joden.
Mitterrand heeft, in het aangezicht van de dood, niet zelf het initiatief genomen tot deze discussie (zie daarover het interview met zijn biograaf Pierre Pean elders in dit nummer). Maar Mitterrand heeft wel alle medewerking gegeven aan het onderzoek naar zijn jonge jaren en is daarna in uitgebreide interviews bereid geweest op de gerezen vragen in te gaan. Hij heeft zelf het gevoel dat hij niets te verbergen heeft en dat hij vrede kan hebben met zichzelf. Natuurlijk was het hem er ook om te doen nog een keer zijn visie op de geschiedenis te geven en het is zelfs niet ondenkbaar dat uiteindelijk zal blijken dat hij daarmee pijnlijker details alsnog heeft weten te bedekken.
Toch is het van het grootste belang dat Frankrijk zich door de confrontatie met deze geschiedenis opnieuw afvraagt hoe collaboratie en verzet ook daar verweven zijn geweest. Hoe in de geschiedenis lang niet altijd, zelfs niet als het om zo'n principiele tegenstelling gaat als in de strijd tegen de nazi’s, iedereen precies en altijd maar in nette vakjes kan worden ondergebracht.
Mitterrands geschiedenis is tegelijk uniek en exemplarisch. Uniek omdat niemand op zo'n niveau zo'n enorme tocht door het politieke spectrum heeft gemaakt van extreem-rechts naar humanistisch-socialistisch; exemplarisch, omdat ook in zijn leven afkomst, omstandigheden, principes, politieke en persoonlijke ambities volstrekt onontwarbaar zijn verweven.
Mitterrand stelt met name de vraag op scherp naar de behoefte aan vergelding en de noodzaak van verzoening, een verzoening die volgens hem door processen tegen Franse oorlogsmisdadigers zou zijn geschaad.
Die vraag is in Haiti, Ruanda, Zuid-Afrika en Latijns-Amerika aan de orde van de dag. Ze kan nooit bevredigend worden beantwoord. Als in Haiti de vreedzame oplossing stand houdt, zullen zeer ernstige misdadigers nooit worden gestraft. Maar een keten van wraak, ressentimenten en wederwraak kan ook geen oplossing bieden.
In de praktijk zien we dat het denken daarover na een oorlog of dictatuur blijft veranderen. Na een eerste oprisping van verontwaardiging komt de noodzaak van stabiliteit en verzoening. Vaak komt pas na tientallen jaren de behoefte aan rechtvaardigheid opnieuw op en dan zou intussen een genuanceerder visie op de geschiedenis mogelijk moeten zijn geworden.
De geschokte reacties op de onthullingen over president Mitterrand laten zien dat ook in Frankrijk dat proces nog in volle gang is.
In Nederland lijkt het proces nog niet eens begonnen. In het land van de Februaristaking en het Anne Frankhuis heeft iedereen al bij voorbaat vrede met de rol van Nederlanders in de oorlog. De vraag bijvoorbeeld waarom de Nederlandse verzetsstrijders, anders dan in Parijs, niet in staat waren na Dolle Dinsdag de bevrijding wat sneller dichterbij te brengen, komt hier niet eens op.
Misschien daarom toch die lichte irritatie onder alle welverdiende bevrijdingsvrolijkheid.