Goed eten is meer dan politiek

New York - Met het instorten van de huizenmarkt en de trend dat Amerikanen voorzichtig het leven in de stad verkiezen boven dat in suburbia, komen verspreid door het land vers uit de grond gestampte winkelcentra leeg te staan. In Cleveland (Ohio) is zo'n spook-mall nu omgebouwd tot een gigantische broeikas voor biologisch geteeld voedsel. Big deal, denkt u wellicht, maar voor de Amerikaanse food movement zijn dit de kleine overwinningen op het grote boze bedrijfsleven waaraan men zich vastklampt.
Amerika’s voedsel wordt pas sinds de jaren zeventig op grote schaal geproduceerd, toen de regering van president Nixon door middel van subsidies op onder meer maïs en soja de voedselprijzen gigantisch naar beneden wist te brengen - althans, het deed de prijzen dalen van met maïs en soja gemaakt voedsel, zoals industrieel verwerkte producten, frisdrank en massa-geproduceerd vlees. De prijzen van verse producten zijn sindsdien continu gestegen in de VS.
Eind jaren tachtig, begin jaren negentig deden zich de eerste schandalen voor die het publiek toonden hoe zijn voedsel daadwerkelijk werd geproduceerd - de gekkekoeienziekte van 1986, waardoor bekend werd dat aan het slachtvee afvalvlees werd gevoerd, of de vier kinderen die in 1993 stierven aan het eten van vergiftigde Jack in the Box-hamburgers.
In 2001 volgde Eric Schlossers bestseller Fast Food Nation, die het verband duidelijk maakte tussen de methodes van de voedselindustrie, de federale landbouwpolitiek, aan voedsel gerelateerde ziektes, obesitas onder kinderen en het verdwijnen van de gezinsmaaltijd als instituut. Dat laatste samengevat in cijfers: Amerikanen geven minder dan tien procent van hun inkomen uit aan voedsel en besteden gemiddeld een half uur per dag aan het bereiden ervan (inclusief opruimen).
Al deze omstandigheden, of misstanden, hebben geleid tot het ontstaan van de food movement - een versplinterde beweging wier stromingen menen dat de industriële voedselproductie zwaar drukt op de maatschappij, het milieu, de openbare gezondheid, het welzijn van dieren, ja, zelfs op de gastronomie. De ‘leden’ variëren van dierenbeschermers tot schoollunchverbeteraars.
De agenda van de food movement is niet beperkt tot nieuwe wetten en regels. Ze draait ook om gemeenschapsgevoel, identiteit en plezier dat gerelateerd is aan het produceren, bereiden en eten van voedsel. Daarom is ook lang niet iedereen binnen de food movement enthousiast dat Amerika’s grootste supermarktketen, Wal-Mart, nu ook biologisch en lokaal geteeld voedsel verkoopt. Dat past namelijk niet binnen die minder uitgesproken maar minstens zo belangrijke drijfveer van de beweging: nieuwe economische en sociale structuren creëren buiten de door het bedrijfsleven gedomineerde consumptie-economie. Het verklaart ook het enthousiasme voor zoiets schijnbaar kleins als die verlaten supermarkt in Ohio die door burgeractivisten tot broeikas is getransformeerd.