Goed nieuws

Een goed-nieuws-courant die zich specialiseert in de eerste lentebries en de niet-frauderende burgemeester zal me niet gauw als abonnee noteren. Hoe zit dat met goed-nieuws-televisie?

Daar is Feike ter Velde met De verandering. Wekelijks een gast die de weg volledig kwijt was. Hoe dieper gezonken, des te mooier de metamorfose. Niet, zoals bij Ovidius, van sterveling tot rivier of heggerank, maar van dwaler tot Mens die de Eeuwigheid beërft. Bij de EO heeft Hoop de plaats ingenomen van de Verdoemenis uit hun traditie.
Dit soort wonderbare vreugde tref ik slechts zappend. Liever is me Van gewest tot gewest, dat sinds jaar en dag geloof, hoop en liefde op menselijke schaal vakkundig, aandachtig en respectvol registreert. Daar houdt de kijker een prettig gevoel aan over; en soms licht geknaag omdat hij slordiger leeft dan de geportretteerden en minder betekent voor straat of streek, voor erfgoed en het ‘hier en nu’ dan zij.
Nieuw in de 'goed-nieuws’-categorie zijn dit seizoen Het Straatmuseum (Avro) en Man bijt hond (NCRV). In dat rijdend 'museum’ worden voor even zaken tentoongesteld die bewoners van straat, plein of weg dierbaar zijn. Trivialia vaak, maar door 'het verhaal’ van de eigenaar van betekenis voorzien. Door het bijeenbrengen raken soms mensen in gesprek die elkaar normaal zouden negeren en dat heeft iets aardigs. Van presentatrice Judith de Groot moet je houden - een talent dat mij niet is gegeven.
Man bijt hond is een formule van de BRT en de vaderlandse variant verdient iets van het succes aldaar. Tal van thema’s passeren kort de revue. U, uw winkelier, de juf van uw kinderen en ik zijn de hoofdpersoon. De toon is licht en, belangrijker, stemt in de beste uitzendingen licht. De vrouw die de lofzang op haar volkstuin zingt, de bejaarden uit een tehuis die zich gelukkig prijzen met huis, werknemers en elkaar - nooit is het klef. Kort en oppervlakkig - maar prettig oppervlakkig.
En dan is er het mooiste goed-nieuws-programma van de televisie: Lang leve de victorie van Michiel van Erp (Vara). Het mooist vanwege redactionele, filmische en montageverdiensten. Ook het mooist, toegegeven, vanwege spleen, leed en menselijk tekort. Maar Van Erps onsterfelijke verdienste is dat hij verlangen en dromen van mensen met wie wij in leven en leefstijl weinig tot niets denken te delen, registreert en meedeelt - op zo respectvolle wijze dat door het specifieke dat ons op het eerste gezicht soms doet gruwen het universele zicht- en voelbaar wordt.
Registreren is misschien niet correct uitgedrukt omdat het doet denken aan een 'objectieve’ camera die er zogenaamd niet is. Hier zijn mensen zich van die camera volledig bewust zoals vroeger van die van de beroepsfotograaf - ze poseren, zij het bewegend en pratend, en Van Erp stelt hoorbaar zijn vragen. Maar kennelijk wekt hij zoveel vertrouwen (dat ook niet beschaamd wordt) dat het resultaat juist ongekunsteld is. Meestal verweeft hij twee 'verhalen’ rond een thema. Recent maakte hij een collage uit vijf en beving me even het gevoel te kijken naar een jongleur die een bal te veel in de lucht wilde houden. Maar nee, 'geven en nemen’ in de liefdesrelatie werd uiteindelijk een eenheid met fraaie zijlijntjes als extra. Het goede nieuws heet hier 'waardigheid’ - die Van Erp aantreft in landhuis en sociale woningbouw.