Goed opgeborgen pijn

De voornaamste figuur in het toneelstuk kan niet meer praten. Hij betrad ooit deze familie toen niemand van de kinderen nog een nieuwe man verwachtte naast hun moeder, weduwe Quint. Hij kwam op een puffend brommertje.

Medium toneel

Bibi, de vrouw van zoon Frederik, vond hem net een beertje en doopte hem Panda. Hij is nu ruim veertien jaar deel van de familie. Hij is jarig. Hij heeft een woeste kanker in zijn strottenhoofd, zijn stembanden doen het niet meer. Dat komt goed uit. Sowieso praat de familie voor tien. En ze zijn erfelijk belast met zwijgen.

Vooral over ‘die oorlog’. Die, zoals we allen weten, voorlopig niet meer over gaat. De oorlog van deze familie zit vol met de voetangels en klemmen die horen bij ‘ons Indië’ en ‘de Jappen’. Hij was smerig, die oorlog, er was honger en seksuele intimidatie, zegt de een. Maar hij viel ook mee, zegt de ander. Het was eigenlijk één lange vakantie, hoor je ook wel. Panda zat toen in Majdanek, in Oost-Polen. Dat was het ergste van het ergste. Waarover hij heeft leren zwijgen. En nu zwijgt Panda voorgoed. Van kleinzoon Thomas, debuterend dichter en door de wol geverfd cynicus, krijgt Panda knipsels over processen tegen kampbeulen van Majdanek. Bibi is ondertussen van Frederik gescheiden. Zeer onvrijwillig. Frederik heeft een jonge blom geplukt die niets van de kampen weet en die daarover door hem ook onkundig wordt gehouden. Bibi is daardoor, en door nog veel meer, nu de Cassandra van de familie. Van al dat spreken en zwijgen is deze familie nog onrustiger geworden.

Ziehier de stof voor Een sneeuw (1983), een toneelstuk van Willem Jan Otten, dat in de drie decennia van zijn bestaan al drie keer prominent op de planken is gebracht. En dat dus met recht een Nederlandse klassieker mag heten. De nieuwe enscenering, voor de tweede keer bij Het Toneel Speelt, is geregisseerd door Mette Bouhuijs. Het lijkt alsof ze het stuk bij de hand heeft genomen voor een lange en rustige wandeling. Het stuk heeft de spelers daarna bemoedigend toegeknikt. Speel wat er staat, het komt goed. Deze vertelling ging in een vorig leven gebukt onder schuld en boete. Of onder het vermoeden van harteloosheid. Of misschien gaat het stuk over troost. Maar waarschijnlijk is het gewoon de onhandigheid van deze ernstig beschadigde mensenkinderen die ze in dat bevroren huis zo aandoenlijk maakt. Ze kúnnen het niet, troosten. Ze weten niet hoe dat moet. Omdat ze de intense pijn, die als een dauw van verdriet over ze neerdaalt, in de avondschemering of in de vroege ochtend, niet begrijpen. De sleutels zijn kwijt. De pijn is te goed opgeborgen. Of in de Bechstein-vleugel gegleden. Of ondergesneeuwd.

Het is lang geleden dat ik een schouwburg binnenwandel (Haarlem is het deze keer), ga zitten en na een paar minuten denk: mirácolo, daar zijn ze weer. Die merkwaardige Mevrouw Quint (Anne Wil Blankers) met haar geredder en gekwetter. De eeuwige mantelzorgster Mia (Marisa van Eyle) met haar geklaag. Panda (Joop Keesmaat) die met een korte knik of alleen maar door te kijken een wereld bij elkaar zwijgt. En Bibi (Carine Crutzen), die alles heeft gezien en nog veel meer heeft begrepen, en die daarom als enige de deuren van de dood mag open zetten. Ze spelen met z’n negenen en de vormgeving van Thomas Rupert en Roos Veenkamp is de tiende speler.

In de trein terug herlees ik het wonderschone voorwoord van de auteur bij de tekstuitgave uit 1997. Hij leent een zin van een Zweedse collega: ‘Alleen als raadsel is de mens afdoende verklaard.’

Sterke toneelavond. Onbreekbaar mooi stuk.


Een sneeuw is tot 11 mei op reis door heel Nederland, hettoneelspeelt.nl


Beeld: Een sneeuw, Marisa van Eyle, Bart Klever, Benja Bruijning, Anne Wil Blankers, Anne Lamsvelt (Leo van Velzen)