POPmuziek: Frank Boeijen

Goed volk is nergens alleen

Jaren geleden al maakte Frank Boeijen de overgang van de popzalen naar de theaters. Inmiddels is hij in zekere zin ook de popmuziek voorbij. Op zijn nieuwe album Liefde Moed schikt de muziek zich nadrukkelijk naar de tekst, nooit andersom. Zijn muzikanten kleuren in en bij, plaatsen accenten en bouwen sfeer. Het zijn uitstekende muzikanten, vanwege hun spel, maar ook vanwege hun beheersing. Geen dichtsmeerders zijn het, maar wegwijzers naar het middelpunt: ­Boeijens stem, en wat die zingt.

De zang van Boeijen wordt al jaren met regelmaat bespot om de zogenaamde onverstaanbaarheid; een wonderlijk selectieve, Randstedelijke kritiek die vooral een afkeer van een zuidelijke tongval verraadt. Zijn stem is met de jaren lager geworden, bruin-bronzer, verder richting chansonnier opgeschoven. Op sommige momenten is hij nog maar één stap verwijderd van voordracht in plaats van zang. Het pakt prachtig uit, vooral omdat kleine oneffenheden niet zijn weggepoetst. Boeijen wordt per album meer de Nederlandse Cohen.

Hoe pas je de openingszin ‘En dan denk ik aan een verloren wereld’ in de dwingende vorm van een liedje? Niet. Dus probeert Boeijen het ook niet, maar geeft hij de woorden de ruimte die ze nodig hebben, en zijn muzikanten volgen. Melancholie was hem al bepaald nooit vreemd, maar in zijn nieuwe nummers sijpelt het nog vaker door dan voorheen. Het knappe aan Boeijen is dat hij durft te suggereren. Soms gebruikt hij grote, zelfs lelijke woorden (onwetende geestdrift, wankelmoedigheid) maar nergens leiden ze tot teksten die onder hun gewicht bezwijken.

De man die de verteller in een nummer ‘Goedemorgen’ wenst, roept slechts de overpeinzing ‘En ik wou dat het waar was’ op – meer niet. Hier huist onheil, zoveel weet je, hier dacht iemand tevergeefs zijn problemen te kunnen overwinnen door ze simpelweg te ontvluchten – maar meer aanwijzingen geeft Boeijen niet, de rest is aan de luisteraar. Het is een thema dat geregeld terugkeert: in hoeverre komen we los van ons verleden, en welke sporen laten de jaren na? Oude geliefden treffen elkaar weer, ‘en plotseling had ze de ogen van haar moeder’. En als ze elkaar niet treffen, dan vragen ze in een ander nummer wel aan anderen hoe het hun oude liefde inmiddels vergaat. En vraagt Boeijen zich af: ‘Gaat oude liefde ooit voorbij’?

Het beroemdste antiracismenummer uit de Nederlandse popgeschiedenis, Zwart Wit, staat op naam van Boeijen. Hoe hij zich inmiddels verhoudt tot het tijdsgewricht, het sijpelt door in zinnen over ‘deze hardvochtige tijd’ en ‘barbaren aan de macht’. Maar het zijn hier niet de hoofdonderwerpen van zijn nummer, slechts de achtergronden van de hoofdpersonen, die vooral dicht tegen elkaar willen kruipen. ‘Goed volk’ is het, een term die helaas doet denken aan een aanmatigende reclamecampagne, maar bij Boeijen wel de mooie klankkleur heeft van het zout der aarde. Hij zingt het goed volk toe: ‘Je bent nergens meer alleen/ En dat is maar goed ook.’


Frank Boeijen, Liefde Moed (Coast to Coast); Boeijen speelt 2 maart in het Zaantheater, Zaandam, 4 maart in de Kleine Komedie, Amsterdam en 7 maart in Theater de Vest in Alkmaar