Goed zo, zei ik tegen mijn hond

Ik lees Onze Taal niet omdat ik er zo één ben die mordicus tegen de verengelsing van de Nederlandse taal is. Dat vind ik prima, ik zie dat simpelweg als de ontwikkeling van een taal, iets wat niet te stuiten valt.

Ik lees Onze Taal omdat ik elk jaar weer het moment voorbij laat gaan waarop je het blad op kunt zeggen. Ik ben niet tegen Kerstmis, hoewel dat ook een nieuwerwetsigheidje is, geïmporteerd uit Duitsland, en evenmin ben ik tegen het geven van geschenken met Kerst in plaats van met Sinterklaas, hoewel dat nogal Brits en Amerikaans is. Sneeuwklokjes vind ik de mooiste en ontroerendste van de voorjaarsbolgewassen, terwijl het een tamelijk recente importplant is en van mij mogen mensen hoe vaak ze maar willen een hamburger gaan eten bij McDonald’s, als ik opgelet had, had ik de opening van het allereerste Europese filiaal kunnen meemaken, dat vond namelijk plaats in 1971, te Zaandam. Alle afgeleiden van die fastfoodketen, de Burger Kings, de KFC’s, kan ik ook velen, hoewel je mij er persoonlijk met geen stok in kunt slaan. Ik kan naar Zondag met Lubach kijken, omdat ik hem persoonlijk ken en ondanks het feit dat ik ook wel zie dat Arjen Jimmy Fallon of welke Amerikaanse talkshowhost dan ook nadoet. Zulke dingen gebeuren allemaal nu eenmaal, meestal net zo onstuitbaar als taalverandering.

Maar nu is er een grens bereikt, nu werd ik echt driftig op 31 oktober. Vroeger was 31 oktober gewoon 31 oktober. Soms was het mild weer, soms al erg koud, nu eens mist, een ander jaar regen, heel soms een vlokje sneeuw. 31 oktober is de dag voor 1 november, en 1 november is voor christelijke mensen een feestdag – zeker ook in mijn deel van de Eifel, en dan volgt daarop ook nog eens Allerzielen, wat maakt dat iedereen daar de graven schoonmaakt, verse plantjes plant en kaarsen aansteekt. Het is er zelfs twee keer Allerzielen omdat er op te veel katholieken maar één pastoor is en die redt dat allemaal niet op één dag. Op Allerzielen wordt de nagedachtenis aan alle heiligen en martelaren gevierd. In een aantal Angelsaksische landen wordt op de avond voor 1 november All Hallows Eve, oftewel Halloween gevierd. Dit is het enige positieve in deze column, dat de lezer nu weet hoe Halloween etymologisch te verklaren: Keltisch Hallow e’en, een verbastering van All Hallows Eve, > Halloween. Ik was niet in de Eifel, ik was in Amsterdam en hoewel ik de afgelopen jaren vast al wel vaker verbaasd opgekeken zal hebben als ik ‘eng’ verklede kinderen zag, leek het afgelopen 31 oktober alsof ik in een of ander Amerikaans stadje woonde. Niet alleen een paar verklede kinderen, nee, hele volksoplopen in de straat met lampionnen en alles en volwassenen die zich verkleed hadden en zich luid schreeuwend in auto’s persten om – neem ik aan – ergens een Halloweenfeest te gaan vieren. Later op de avond dronken jongens in witte pijen midden op straat bier uit flesjes. Jasper gromde naar ze. ‘Goed zo’, zei ik tegen de hond. Gelukkig kwam er geen enkel kind aan de deur om te ‘trick-or-treaten’, ik denk dat ik het over de balustrade had gegooid.

Ik vermoed dat ik me er zo over opwind omdat ik uit een deel van Nederland stam waar volop ‘gekeuveld’ wordt: met uitgeholde suikerbieten – het liefst rode – langs de deuren om zo veel mogelijk snoep op te halen. Zo noemden wij dat in West-Friesland: ‘keuvelen’, anderen zeggen gewoon Sint Maarten. 11 november (‘is de dag dahat mijn lichtje, dahat mijn lichtje, 11 november is de dag dahat mijn lihichtje branden mag’). Een keuvel of kovel is een monnikskap en Martinus van Tours (circa 316-397) gaf een arme bedelaar de helft van zijn mantel, later werd hij tot bisschop van Tours gekozen. Hij werd nog weer later tot heilige gemaakt en zijn naamdag is dus op 11 november, dat was de dag waarop hij begraven werd. Sint Maarten was een bedelfeest, vandaar het langs de deur gaan en om snoep bedelen. Vreselijk was het naar de middelbare school te gaan, want dan hield het op, dan was je geen kind meer. Wij deden zeker nog één jaar erg ons best erg klein te lijken en met grote, onschuldige ogen de mensen in de deuropeningen aan te kijken tijdens het met gemaakt hoge stemmetjes zingen van onze Sint Maarten-liedjes.

Waarom dan in godsnaam twaalf dagen voor dit al bestaande feest nóg een feest introduceren dat min of meer precies dezelfde elementen bevat? En die Amsterdammers die hier om me heen wonen doen er gewoon als klapvee aan mee, dat ergert me ook mateloos. Daar komt nog eens bij dat het Sint Maartenfeest in Amsterdam eigenlijk niet gevierd werd, pas vanaf het begin van de 21ste eeuw (!) is het in de hoofdstad in opkomst. Tot overmaat van ramp zie ik op tv reclame van Albert Heijn. ‘Sint Maarten staat voor de deur. Dat wordt snoepjes uitdelen.’ Het is dus niet eens zo dat Halloween Sint Maarten gaat vervangen, nee, het is gewoon dat al die verwende grotemensen en kinderen zo veel mogelijk feest willen vieren, zonder na te denken rare kleren aantrekken, lampionnetjes aansteken en hop de straat op. Bah.