Goede buren seedorf

Alle berichten in de media ten spijt zijn de betrekkingen tussen Hollanders en Duitsers in Seedorf opperbest. Op het stadhuis trouwen ze met elkaar, in de kroeg drinken ze met elkaar en in de disco slikken ze samen een opwekkende pil.
De namen van de militairen in dit artikel zijn gefingeerd.
ZEVEN - Het enige dorp van betekenis in de omgeving van Seedorf, waar de Nederlandse 41ste Lichte Brigade is gelegerd, ligt er rustig bij. De hoteleigenaar schenkt nog eens een cognacje in. ‘Ik begrijp niet waar al die ophef vandaan komt. In de wijde omtrek van kazerne Seedorf leven Nederlanders en Duitsers zonder problemen samen’, zegt hij. Hij wil niet ontkennen dat de Hollandse soldaten wel eens moeilijkheden veroorzaken. Maar dat heeft weinig met drugsgebruik te maken.

Zo was er jaren geleden die jongen die het niet kon verkroppen dat z'n Duitse vriendin het uitmaakte. De hoteleigenaar: ‘Die stapte in z'n tank en reed vanaf de legerbasis naar Zeven. Onderweg vernielde hij tientallen auto’s. Zo'n tank is natuurlijk niet te stoppen. Hij reed naar het stadhuis, stuurde z'n tank de trappen op en ramde de deur. Pas toen hij bleef steken, kon hij worden gearresteerd.’
Na die gebeurtenis stond het dorp op z'n kop. Maar de verhalen over drugsdealende Hollandse soldaten zijn volgens hem allemaal 'Quatsch’. Nooit iets van gemerkt.
Toch noemde de Nederlandse pers kazerne Seedorf de 'grootste coffeeshop ter wereld’. De president van de Arnhemse militaire rechtbank veroordeelde in juli zes militairen van de legerbasis tot gevangenisstraffen van tussen de vijftien en achttien maanden wegens handel in hard drugs. De bewering van een van de veroordeelde militairen dat tachtig procent van de 2500 militairen in Seedorf soft drugs zou gebruiken en de helft hard drugs, leidde tot opschudding in de Nederlandse media.
Andreas Kuhrt, redacteur van de Zevener Zeitung, trekt die bewering in twijfel: 'Het lijkt me volslagen onzin. Als het waar was zou dit hele dorp al door tanks overhoop zijn gereden.’ Toch wordt de indruk gewekt dat het drugsprobleem in Seedorf buiten alle proporties is. Kuhrt: 'Ik weet wat er in Seedorf en omgeving speelt. De bevolking maakt zich veel drukker om Roemeense autodieven dan om dealende Hollanders. Dealende of gebruikende Nederlanders zijn hier nog niemand opgevallen.’
De veroordeling van de militairen had een voorbeeldfunctie. De zes werden extra hard aangepakt uit angst voor een verslechtering van de Nederlands-Duitse verhoudingen. Officier van justitie Van der Krabben hanteerde een naar Nederlandse begrippen zeer hoge eis. Daarmee zocht hij aansluiting bij de Duitse strafmaat voor drugsdelicten. De goede naam van de Nederlandse militairen in Duitsland werd door het slijk gehaald en dat moest zwaar bestraft. De advocaten van de veroordeelde militairen menen dat justitie de zaak buiten proporties heeft opgeblazen. Daarbij zouden de angst voor bemoeienis van de Duitse autoriteiten met de interne situatie op de Nederlandse legerbases en het internationaal bekritiseerde drugsbeleid een rol spelen.
WIE ECHTER IN Zeven aankomt met een verhaal over verslechterende Nederlands-Duitse betrekkingen, wordt ronduit uitgelachen. Het dorp is een toonbeeld van Nederlands-Duitse integratie. Zeven kent twee Nederlandse wijken met Nederlandstalige scholen. Talloze huwelijken zijn gemengd.
Enkele stamgasten in een plaatselijk kroeg roepen om het hardst dat er niets aan de hand is. Ze winden zich op over de suggestieve berichten in de media. De Duitse tv-zender Pro 7 zond laatst een documentaire over Seedorf uit waarin het hoge per centage drugsgebruikers uit de Nederlandse media klakkeloos werd overgenomen. Een van de stamgasten smaalt vanachter zijn biertje: 'Tachtig procent? Wat een onzin. Misschien dat tien procent wel eens een joint rookt. Die cijfers zijn op niets gebaseerd.’ Hij is getrouwd met een Nederlandse vrouw en hun zoon, geboren en getogen in Zeven, spreekt vloeiend Nederlands.
Een andere stamgast, wiens zoon met een Nederlandse getrouwd is, mengt zich in het gesprek: 'Er zijn hier helemaal geen problemen. De integratie is juist fantastisch. Hollanders mogen stemmen als ze met een Duitse getrouwd zijn. En vrijwel alle partijen hebben een Nederlander op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen geplaatst.’
Maar de roddelmachine is in gang gezet. In het dorp wordt gefluisterd dat dealers zijn gesignaleerd op een van de Hollandse scholen. Een andere roddel dook al snel op in de Nederlandse pers. Nederlanders zouden drugs kopen op de parkeerplaats van een afkickcentrum dat op drie kilometer afstand van de kazerne ligt. Danny, een patient van de kliniek, ontkracht het gerucht: 'De politie heeft hier in de buurt wel eens Nederlandse militairen betrapt op het roken van een joint. Die gasten waren op zoek naar een rustig plekje en reden het weggetje naar de kliniek op, niet wetende dat daar een afkickcentrum zat.’
De portier van de kliniek houdt de parkeerplaats scherp in de gaten. Ook hij meent dat het gerucht op niets is gebaseerd. 'Ik heb niet de indruk dat hier gedeald wordt. Soms zie ik ’s avonds een Nederlandse auto het parkeerterrein op rijden. Als ik het niet vertrouw, geef ik het kenteken door aan de politie, maar dat gebeurt zelden. Die jongens zouden wel gek zijn om hier hun spul te kopen of te gebruiken. We zitten hier tussen Hamburg en Bremen. Dat zijn de echte drugscentra.’
De berichten over drugsgebruik in het Nederlandse leger zijn niet nieuw. Alleen zijn ze nog nooit zo grootschalig opgepikt door de Nederlandse pers. Al in 1994 verscheen in Oplinie, maandblad van de Algemene Federatie voor Militair Personeel (AFMP), een reportage over XTC-gebruik binnen de krijgsmacht. Daarin werd duidelijk dat in Seedorf allerlei soorten drugs in omloop waren. 'Het is een grote winkel. Je kunt er alles krijgen’, sprak een XTC-gebruikende soldaat van de legerbasis toen al.
Dat juist nu de media bovenop het 'nieuws’ rond Seedorf duiken, lijkt te maken te hebben met de geringe terughoudendheid van Defensie om de pers in deze zaak van informatie te voorzien. Nu spelen andere belangen dan in 1994. Die betreffen niet alleen de Nederlands-Duitse betrekkingen, maar ook de strakkere regels die de defensietop aan het nieuwe beroepsleger wil opleggen.
VOLGENS FRED Lardenoye van de AFMP komt de hele heisa rond Seedorf het leger goed uit. 'Er worden nu niet meer drugs gebruikt dan vroeger, alleen het beleid ten opzichte van de nieuwe beroepssoldaten is strakker. Voor die tachtig procent is geen enkel wetenschappelijk bewijs. Advocaten laten hun clienten natuurlijk verklaren dat iedereen gebruikt, want dan lijkt het vergrijp minder ernstig. De leiding drong al eerder aan op strakkere richtlijnen om het beroepsleger in de hand te houden. Die kunnen ze nu mooi doorvoeren.’
Wat dat betreft valt er een lijn te trekken van Seedorf naar de beruchte brief van generaal Droste, opperbevelhebber van de luchtmacht. Droste stelt in deze brief dat het uiterlijk van beroepsmilitairen aan regels gebonden moest worden, want 'inhoud en uiterlijk staan immers niet los van elkaar. Aan de buitenkant valt te zien of men serieus met zijn vak bezig is.’ De eerste militairen met lang haar zijn al teruggestuurd uit Villa Franca, de Italiaanse vliegbasis waar Nederlandse F16’s zijn gestationeerd.
DE RECHTSZAAK TEGEN de zes Seedorf-militairen heeft de betrokkenheid van BBT'ers (Beroeps Bepaalde Tijd) bij de grootschalige drugshandel in de kazerne blootgelegd. Het lijkt erop dat de tegenstanders van de afschaffing van de dienstplicht hun gelijk kunnen halen. De BBT'ers, jonge beroepssoldaten die de dienstplichtigen vervangen, liggen zwaar onder vuur. Defensie heeft er jaarlijks zo'n vijfduizend nodig.
Toen in 1992 de discussie over de afschaffing van de dienstplicht op gang kwam, bleek er onenigheid te bestaan tot op de hoogste niveaus. In hoge defensiekringen, maar ook binnen het CDA, toen regeringspartij, was de angst groot dat met de teloorgang van de dienstplicht de binding tussen strijdmacht en samenleving zou verdwijnen. Grootschalige inzet van jonge BBT'ers, vaak niet ouder dan zeventien jaar, zou leiden tot een drastische verlaging van het intellectuele en morele peil van de krijgsmacht. Er is in Nederland nu eenmaal weinig animo om beroepssoldaat te worden, dus zou het leger voor de rekrutering zijn aangewezen op het 'schuim der natie’: nauwelijks opgeleide, jonge wildemannen zonder verantwoordelijkheidsgevoel.
Luitenant-kolonel Matser, hoofd van de afdeling Selectie Beroepspersoneel van de landmacht, schreef onlangs dat het nieuwe beroepsleger meer alcohol- en drugsproblemen met zich meebrengt dan verwacht. Weer waren het vooral de BBT'ers die de klappen kregen. Zij hebben een veel lager opleidingsniveau dan de vroegere dienstplichtigen, aldus Matser. Strakkere regels, zodat ze beter in de hand te houden zijn, was zijn impliciete boodschap.
De Seedorf-affaire deed de deur dicht. Staatssecretaris van Defensie Meijling heeft besloten dat er een gedragscode voor militairen moet komen. Daarin zal ook een passage over drugsgebruik worden opgenomen. Er zit blijkbaar iets fout in de moraal van de militairen. Terug naar een dienstplichtleger waarin die losse moraal wel paste, kan niet meer. Dus worden de regels strenger. De 'vermaatschappelijking’ van de krijgsmacht wordt daarmee, over de ruggen van de BBT'ers, een halt toegeroepen.
DE SUGGESTIE DAT vooral BBT'ers zich schuldig zouden maken aan verkoop en gebruik van drugs, lijkt niet helemaal uit de lucht gegrepen. De meesten van hen hebben een opleiding op lbo- of mavo-niveau doorlopen. Dat is precies de sociale groep waar het energiegevende XTC-pilletje het meest in zwang is. Bovendien zijn veel BBT'ers gewend aan het Nederlandse uitgaansleven met houseparty’s en een snel groeiende rave-scene. Die wereld van snelle, harde gabberhouse is berucht om het hoge pillengebruik.
Maar ook zaken die niets met het milieu van de BBT'ers te maken hebben, spelen een rol. Wie in Seedorf dient, zit ver weg van moeders pappot. In het weekend kan er weliswaar gesport worden, maar als je daar niet van houdt, blijft er weinig anders over dan overdag rondhangen en ’s avonds naar de discotheken in de omtrek van de basis.
Volgens Fred Lardenoye van de AFMP kan ook desillusie een oorzaak zijn van drugsgebruik onder BBT'ers. Hij meent dat ze weinig reden hebben om tevreden te zijn over hun positie in het leger. Het kader behandelt hen vaak als dienstplichtigen. Ook de slechte voorlichting, teleurstelling over het uitblijven van beloofde faciliteiten en onvrede met de functie die zij uiteindelijk krijgen, maken dat BBT'ers zich niet snel zullen gedragen als de modelsoldaten die Defensie zo graag wil hebben.
IN HET ALGEMEEN MILITAIR Tehuis bij de legerbasis in Seedorf heerst inderdaad een sfeer van gelatenheid en verveling. Jongens hangen lusteloos in de banken. Ze roken een sigaret, biljarten of kijken voor zich uit. Enkele militairen in uniform spelen op de spelcomputers en de gokkasten. Geen interesse voor wat er om hen heen gebeurt.
Dirk en Sjon, soldaten bij de artillerie, zitten bijna iedere zaterdag in het AMT hun vrije tijd te verdoen. Drugs? Daar hebben ze nog niet veel van gemerkt. Dirk: 'Er wordt hier misschien wel gebruikt, maar ik heb er geen last van. Soms roken onze kamergenoten weleens een joint, maar daar doe ik niet aan mee. Veels te link.’ Sjon en Dirk vermaken zich prima in Seedorf, maar zij zijn wel de rustige jongens. Sjon: 'We komen weleens in Zeven, maar verder gaan we niet zo vaak uit, want op zaterdag moeten we altijd een veldloop doen.’
'Je hoeft je in Seedorf helemaal niet te vervelen’, zegt Carlos Maranon, voormalig korporaal. 'Ik diende bij het Bataljon Limburgse Jagers. We werden tamelijk hard getraind, een onderdeel vol sportlui. Ik weet zeker dat er geen drugs werden gebruikt. Ik kreeg zelfs scheve blikken omdat ik rookte, dus ga maar na. De basis kent verschillende sportverenigingen en een opleidingscen trum, daar was altijd wat te doen.’ Maar je zal maar niet van sport of studieboeken houden…
In Zeven hangen wat jongeren rond op een parkeerterrein bij het park. Rotterdamse gabberhouse schalt uit de autoboxen. Drie militairen die hun tijd voor geen goud aan sport of studieboeken willen spenderen, leunen tegen hun auto en kijken naar de meisjes die langsslenteren. De grootste van de drie, Eelco, dient bij het Bataljon Limburgse Jagers en is al drie keer in Bosnie geweest. Dit weekend verveelt hij zich dood. Op de basis is niks te doen, dus besloot hij maar met z'n maten naar Zeven te gaan, waar ook al weinig valt te beleven. Maar hier lopen tenminste nog meisjes rond.
Zijn maat Richard was dit weekend liever in Rotterdam. Zijn Feyenoordpet staat achterstevoren op zijn hoofd, maar hij draait hem snel om. Geen twijfel over mogelijk: 'In Rotterdam heb je de beste muziek.’ Hij kent de Rotterdamse rave-scene goed. Die in Duitsland stelt volgens hem nog weinig voor, al groeit hij snel. Richard: 'In Stade, dertig kilometer van de basis, is een grote disco: de Metropol. Daar wordt gedeald, dat weten we allemaal. Maar in een tent als Meyers Tanzpalast, hier in de buurt, wordt nauwelijks echte rave gedraaid, dus is het daar moeilijk pillen scoren.’ Maar, weet hij, de scene begint zich te verplaatsen. De invallen van de marechaussee maken het dealen in de Metropol te link. Steeds vaker worden dealers gesignaleerd in Meyers Tanzpalast.
Het Tanzpalast op zaterdagavond. Dreunende technobeats, laserlicht en dansende mensen. Veel van de bezoekers hebben de kenmerkende gabberkleding aan. Trainingsjack en gympen, het haar kort geschoren. Naarmate de avond vordert, verschijnen er steeds meer strakke koppies. Ze overheersen de dronken Duitsers nog niet, maar het kan haast niet anders of er wordt gedeald in Meyers.
In de chill-out-hoek van het Tanzpalast bevestigt Lars (19) dat de drugsverkoop zich inderdaad heeft verplaatst naar het Tanzpalast: 'Gisteren was ik in Metropol. Daar is nu bijna niets te krijgen, want iedereen schijt bagger voor de marechaussee.’ Lars woont al zijn hele leven in Zeven. Zijn Nederlandse vader werkt op de legerbasis in Seedorf. Lars kent de rave-scene goed en weet wie de dealers zijn: 'Ik ken acht jongens van de basis die drugs verkopen. Drie daarvan zitten in het grote werk. Ik deal zelf niet, ik gebruik wel. Vaak XTC en speed, soms cocaine of LSD.’
Zijn cocaine en LSD koopt Lars bij Duitse of Turkse dealers, want Hollandse dealers verkopen vrijwel alleen XTC. Lars: 'Laatst ben ik opgepakt in Metropol met twee pillen op zak. Ik had mazzel dat ik geen soldaat ben. Daarom heeft justitie de zaak geseponeerd. Hollandse soldaten worden hard aangepakt door de marechaussee, maar Duitse dealers laten ze lopen. Die laten ze aan de Duitsers over. Maar de Duitse politie is te stom om een koe van een gebruiker te onderscheiden. In het stadspark van Zeven zitten vaak jongeren die onder de dope zitten zonder dat de politie iets in de gaten heeft. Het gevolg is dat Duitsers en Turken de scene langzaam overnemen. Drugs horen nu eenmaal bij Techno-muziek. Hard ingrijpen verandert daar niets aan.’
Een Nederlandse militair is het daar volmondig mee eens. Hij ergert zich wild aan alle ophef in de media. 'Jullie zijn van de pers, zeker? Dan moet je eens goed naar me luisteren. De zaken worden omgedraaid. Duitse jongeren komen naar ons toe om te vragen of we drugs voor ze hebben. Er is een duidelijke vraag en Hollanders zijn handelaren, dat zit ons al eeuwen in het bloed. Dus slimme gasten zorgen voor aanbod. Ik heb wel eens van die tictac-snoepjes verkocht als XTC met een smaakje. Ik bedoel maar.’