Goede, goede vrijdag

NOG IS DE jubel niet verstomd. De ‘Goede-Vrijdag-Overeenkomst’ (The Agreement) tussen de regeringen van het Verenigd Koninkrijk, de Ierse Republiek en de politieke partijen in Noord-Ierland is gepresenteerd als de bezegeling van de vrede. Vrede met de IRA, het Ierse Republikeinse Leger. Er valt niet omheen te draaien: de IRA is als de grote overwinnaar uit de strijd gekomen. Zelfs als de IRA hooghartig het akkoord afwijst. Vooralsnog is de ‘leiding’ druk bezig het akkoord te ‘bestuderen’. En pas zaterdag zal Sinn Feín in een algemene vergadering van deze politieke vleugel zich uitspreken.

Nog maar krap drie jaar geleden was het standpunt van de toen conservatieve regering in Londen dat nooit met de ‘terroristen’ onderhandeld zou worden. Nimmer zou het wettig gezag buigen voor de bomb and the bullet.
Maar het is gegaan zoals zo vaak in de moderne geschiedenis. Menachem Begin was een 'terrorist’. Nelson Mandela was een 'terrorist’. Voor de Duitse bezetter bestond het Nederlandse verzet uit 'terroristen’. De 'terreur’ van het (geheime) Ierse Republikeinse Leger was het grove middel in een strijd voor vrijheid in de meest brede zin. Met het vrijdag bereikte akkoord is de weg vrijgemaakt naar wat het grote doel is van de IRA en praktisch alle republikeinen: de aansluiting bij de Ierse Republiek, de hereniging.
Het akkoord bepaalt namelijk dat in de toekomst de Britse minister voor Noord-Ierse Zaken, zodra hij vermoedt dat in Ulster een meerderheid zou kunnen bestaan voor aansluiting bij de republiek, een referendum kan organiseren. In dat referendum zal een eenvoudige meerderheid beslissen. Het verdrag kent slechts één voorbehoud: na een referendum geldt een wachtperiode van zeven jaar.
Welnu: het katholieke volksdeel in Noord-Ierland groeit sneller dan het protestantse. De verhouding is op het ogenblik ongeveer 41 tegen 59 procent. De demografische klok tikt onverbiddelijk naar de hereniging. Een kwestie van enkele decennia.
De unionisten, de protestanten, hebben wanhopig getracht deze harde demografische waarheid te ontkennen. Ze warmen zich aan een in het akkoord opgenomen zoethoudertje. De Ierse regering heeft zich namelijk verplicht de Ierse grondwet te wijzigen. Geschrapt worden de beruchte artikelen 2 en 3, die stellen dat de jurisdictie van Dublin voor het hele eiland geldt. Met andere woorden: het bestaan van Noord-Ierland is door de Ierse republiek nooit erkend. Noord-Ieren zijn Ieren. Ze kunnen zonder enige formele plichtpleging een Iers paspoort gaan halen enkele kilometers south of the border. Dat zal, krachtens het akkoord van Goede Vrijdag, moeilijker, zo niet onmogelijk worden. En volgens de unionisten, de voorstanders dus van de unie met Engeland, is dit - voor de eeuwigheid nog wel - de erkenning dat Ulster onderdeel is van het Verenigd Koninkrijk.
Het is een verbijsterende kop-in-het-zand-houding. De man die aan protestantse kant wel degelijk het gevaar ziet, is de vervaarlijke dominee Ian Paisley, leider van de Democratic Unionist Party. De DUP kreeg bij de laatste verkiezingen vijftien procent van de protestantse stemmen. Deze vijftien procent zal tegen het akkoord stemmen. Paisley en zijn partij hebben op geen enkele wijze deelgenomen aan de 'vredesbesprekingen’. De onderhandelaars in en rond Stormont Castle, het overlegcentrum, waren volgens dominee Paisley 'vertegenwoordigers van de duivel’.
GERRY ADAMS, de leider van Sinn Feín, de 'politieke’ vleugel van de IRA, heeft de overeenkomst omschreven als 'een stap naar ons doel’. Hij voegde eraan toe: 'Naar de volledige vrijheid.’ Kortom, vindt Adams: 'Er is en wordt in Noord-Ierland een vrijheidsstrijd gevoerd.’
Het is moeilijk Adams ongelijk te geven. Natuurlijk: de laatste fase van de beweging voor burgerrechten begon in 1968. Dertig jaar met duizenden doden en ernstig gewonden, van 'staakt het vurens’, van pogingen tot samenwerking en het mislukken daarvan, van Bloody Sunday in Londonderry in 1972, van de intocht van het Britse leger en het directe bestuur vanuit Londen. En van het opgroeien van twee generaties die nu niet beter weten of het hoort allemaal zo: de angst, de voorzichtigheid, het doorboren van knieschijven en ellebogen en het insmeren met teer door de IRA die geen verraad duldt.
Dat en veel meer gebeurde in deze dertig jaar. Maar het gevecht voor vrijheid van de Ieren gaat veel langer terug. Het was een eeuwenoude strijd tegen overheersing door de Britten. Het leidde tot de bloedige Paasopstand in 1916. En tenslotte tot de 'Ierse Vrijstaat’ in 1920. Een zwarte schaduw op het veroveren van de vrijheid in het zuiden bleef echter de partition. De afsplitsing van het noorden ter wille van de protestanten, die nimmer hebben beweerd dat ze Ieren waren. Ze kwamen naar het eiland als immigranten, presbyterianen uit Schotland (de taalverwantschap is er nog steeds) en uit Engeland zelf. Dat, door de grilligheid van rivieren en heuvels, ruim honderdduizend katholieke Ieren binnen het Verenigd Koninkrijk moesten blijven en dus niet bevrijd werden, was jammer maar, heette het, onvermijdelijk.
Dat vreedzaam samenleven van de protestantse meerderheid met een katholieke minderheid moeilijk zou zijn, was duidelijk. Dat de protestanten in het noorden hun democratische meerderheid zouden gaan gebruiken zoals ze dat deden, en dat de regering in Londen het toeliet, is en blijft onbegrijpelijk. Het katholieke volksdeel werd in een staat van moderne slavernij gebracht. Toen in 1968 de actie voor burgerrechten begon, was een katholiek een tweederangs burger. In het regeringsapparaat kon een katholieke burger hoogstens schoonmaakwerk verrichten, een katholieke ambtenaar bestond niet. De politie, de beruchte Royal Ulster Constabulary, was geheel protestant. Het lokale bestuur werd 'democratisch’ gevoerd via een districtenstelsel. In een stad met een grote katholieke meerderheid als Londonderry werden de katholieken samengepropt in één enkele wijk, de Bogside. En die had in de gemeenteraad één stem. Katholieken werden constant geknecht en vernederd. Ze werden sociale paria’s. Met hun beroep op hun 'democratische meerderheid’ kweekten de unionisten intense haat. Haat die gevoed werd door hun pathologische maar niet onbegrijpelijke angst voor toenadering tot de republiek in het zuiden. Bevolkt, volgens dominee Paisley, door vertegenwoordigers van de duivel. En het is waar: de Ierse republiek is het laatste bolwerk van het meest conservatieve rooms-katholicisme.
HEEFT DERTIG JAAR 'vrijheidsstrijd’ door de IRA en politieke actie van de SDLP, de gematigde katholieke arbeiderspartij (Social Democratic Labour Party) van John Hume, geleid tot verbetering van het lot van de katholieke minderheid? Nauwelijks. De RUC heeft metterdaad enkele katholieke agenten weten te werven, er is geen enkele katholieke officier binnen het politieapparaat. Ook te verklaren door het feit dat de IRA dienstnemen binnen de RUC als verraad beschouwde. In het bestuursapparaat bekleedt geen enkele katholiek een hoge functie. De huisvesting van de katholieken blijft erbarmelijk. Oorzaak daarvan is ook dat de woonsegregatie absoluut is, geen katholiek kan wonen in een protestantse straat, de protestantse straten in Noord-Ierland zijn die van de wat beter gesitueerden. Het publieke leven is zwaar gesegregeerd. De facto heerst in Noord-Ierland een regime van apartheid.
De jaarlijkse rituele vernederingen van katholieken door protestanten zullen ook doorgaan. Het marsseizoen is weer begonnen. Met hun traditionele bolhoeden, hun brede oranje sjerpen rond de schouders, stram stappend achter hun trommels en vaandels, zullen de protestanten weer door katholieke straten marcheren. Op papier ter viering van hun militaire overwinning aan de Boyne in 1690, maar in wezen ter bevestiging van hun macht en positie. De katholieken ondergaan de marsen telkens weer als een vernedering. En elk jaar weer moet een grote politiemacht - met legereenheden voortdurend op de achtergrond - ernstig oproer aan beide kanten proberen te voorkomen. Dat een enkele mars deze week zonder tumult verliep, is vrijwel zeker stilte voor de storm.
DE OVEREENKOMST die op Goede Vrijdag na een marathonberaad van veertig uur tot stand kwam, is een bijna literair document met imponerend taalgebruik. Het doet denken aan het Handvest van de Verenigde Naties of de Verklaring van de rechten van de mens. Indrukwekkend werk van de Amerikaanse ex-senator en jurist George Mitchell.
De preambule van het akkoord klinkt als een gedicht. Maar onder die fraaie taal schuilen paragraaf na paragraaf de kiemen die naar explosies kunnen leiden. Er komt een parlement van 108 afgevaardigden, het zal op 22 juni worden gekozen via een systeem van evenredige vertegenwoordiging. Om te voorkomen dat wederom protestanten de Assemblée volledig zullen domineren, zal de 'regering’ worden samengesteld naar rato van het aantal behaalde zetels. En dus zal ook Sinn Feín in aanmerking komen voor ministersposten. Indien Sinn Feín dat wil. Maar nu al staat vast dat samenwerken binnen die Noord-Ierse regering moeilijk, zo niet onmogelijk zal zijn. De protestanten, de unionisten die de afgelopen maanden aan de besprekingen deelnamen, hebben geweigerd ooit direct het woord te richten tot de vertegenwoordigers van Sinn Feín. Ondanks alle pogingen die Gerry Adams en zijn vrienden hebben gedaan. En de unionisten hebben nu al laten weten niet met republikeinse ministers te zullen samenwerken. Een somberder begin van het 'nieuwe tijdperk’ is nauwelijks denkbaar.
DE BEVOEGDHEDEN van de te kiezen Assemblée zullen beperkt zijn. Londen mag onbeperkt wetgeving voor Noord-Ierland blijven introduceren.
De paramilitaire groepen, katholieke en protestantse, moeten al hun wapens inleveren. Het is een lieve, maar naïeve paragraaf. Er zijn namelijk vier of vijf protestantse paramilitaire groepen, die af en toe zelfs elkaar bestrijden en die op grote schaal aan afpersing en ordinaire diefstal doen. Vat krijgen op hun wapenbezit is een illusie. De strak georganiseerde IRA zal mogelijk wat wapens inleveren. Men koopt daarmee sterk vervroegde vrijlating van gevangenen.
Er is herhaaldelijk op gewezen dat de eis tot ontwapening nogal zinloos is. Want indien de gewapende strijd zou moeten worden voortgezet, dan kan de IRA rekenen op hernieuwde steun van 44 miljoen Ierse Amerikanen die mentaal nauw betrokken zijn bij wat aan de andere kant van de oceaan gebeurt. Dankzij hen zal de IRA binnen enkele weken het wapenarsenaal kunnen aanvullen of opnieuw opbouwen.
Overigens is het bijna ondenkbaar dat de IRA alle wapens zal inleveren. Het is tegen de traditie van het geheime leger. Het zal zichzelf niet opheffen, het zal immer paraat willen blijven tot de dag van de aansluiting.
GEORGE MITCHELL heeft - vrijwel vergeefs - getracht de moeilijk te begrijpen euforie van Goede Vrijdag te temperen. Zijn zo moeizaam tot stand gekomen product betitelde hij zelf als 'niet meer dan een hoopvol begin’. En: 'Er is nog een lange weg te gaan.’ Mitchell, weten we nu, heeft niet al te veel illusies.
Zowel in Noord-Ierland als in de Ierse Republiek zal de bevolking eind mei via referendums The Agreement al of niet accepteren. De grondwetswijziging in de republiek zal het waarschijnlijk halen. De uitslag in het noorden is niet helemaal zeker. Dominee Paisley met zijn Democratic Unionist Party (DUP) is mordicus tegen. De Ulster Unionist Party (UUP) van David Trimble, die wel deelnam aan het beraad, is verdeeld. Het is ook niet zeker dat alle katholieken 'ja’ zullen stemmen.
Tony Blair, de Britse premier, en Bill Clinton, de Amerikaanse president, hadden er groot politiek belang bij het akkoord te presenteren als de grote doorbraak. Maar alleen een ondeskundige of een tomeloze optimist kan geloven dat in Noord-Ierland de laatste dode in het religieus-sociale conflict is gevallen. Daarvoor is de maatschappelijke ongelijkheid veel te groot en zit de wederzijdse haat veel te diep.