De vijf beste narratieve non-fictieboeken volgens Jonny Steinberg

‘Goede non-fictie tilt je naar een andere wereld’

Onder de namen narrative non-fiction, literaire journalistiek of slow journalism komen journalistieke inhoud en bijzondere verhaallijnen samen. De Zuid-Afrikaanse schrijver en journalist Jonny Steinberg schreef het verhaal van meer dan een miljoen Somaliërs uit het geheugen van één vluchteling. Hij vertelt over Een man van goede hoop en selecteert vijf werken die hem leerden om narrative non-fiction te schrijven.

Medium 9200000051833603

Een jaar lang sprak Steinberg één of twee keer per week met de Somalische Asad Abdullahi in het Zuid-Afrikaanse Blikkiesdorp, een dorp vol bouwsels van tinnen en zinken platen voor vluchtelingen. Asad reconstrueert zijn levensverhaal in de auto van Steinberg, maar altijd met één oog gericht op voorbijgangers. De constante dreiging die een vluchteling in Zuid-Afrika voelt is bij elke passerende buurjongen in Asads ogen te zien.

Asad beschrijft zichzelf als een steen die heen en weer wordt geschopt. Tegelijk is hij zoals veel Somalische vluchtelingen een gedreven ondernemer die het gevaar van de Zuid-Afrikaanse townships niet uit de weg gaat. Steinberg vertelt: ‘Hij moet keuzes maken die zijn leven volledig overhoop gooien. Omdat alles op het spel staat is hij zowel een rondgeschopte steen als iemand met heel veel zeggenschap over zijn beslissingen. Dat is de paradox voor gedwongen migranten.’

Steinberg besloot om Asad te laten delen in de royalty’s van het boek, maar hield er alsnog een ongemakkelijk gevoel aan over. ‘Ik heb nog geen manier gevonden om een boek te schrijven zonder macht uit te oefenen’, schrijft hij in zijn voorwoord. Maar juist door diep door te dringen in het leven van Asad komt het verhaal tot leven. Asad gaat als een romanpersonage langs thema’s als oorlog, geweld, xenofobie en politieke instituties. Het zijn stuk voor stuk belangrijke achtergronden, maar samen maken ze het geheel. Steinberg: ‘Het heeft geen hoofdargument, dat zou het boek afvlakken en vermoorden.’

Asad verloor als achtjarige zijn ouders toen hij in 1991 uit Somalië vluchtte. Als klein kind probeerde hij zijn weg te vinden tussen familie- en clanverbanden in de Somalische diaspora in Oost-Afrika. Als jonge man kwam hij in Zuid-Afrika terecht en uiteindelijk kwam hij als gezinshoofd naar de Verenigde Staten. Steinberg reisde naar de plekken waar Asad heeft gewoond om de plekken die Asad beschreef te begrijpen. ‘Maar de belangrijkste bron voor het boek was het geheugen van Asad. Zijn uitvoerige herinneringen gaven het boek vorm en structuur’, zegt Steinberg.

‘De structuur van een verhaal geeft het kracht. Het maakt het mogelijk om met tijd en ruimte te spelen en om te schakelen tussen wat zich in iemands hoofd afspeelt en daarbuiten. Een journalist of non-fictieschrijver kan dat net zo goed gebruiken als een romanschrijver’, zegt Steinberg. Hij selecteert vijf bijzondere boeken die hem hebben geïnspireerd en geholpen om narratieve non-fictie te schrijven.

Janet Malcolm – The Journalist and the Murderer (1989)

Dit boek gaat over de journalist Joe McGinniss die het boek Fatal Vision over een moordzaak schreef en het onderwerp van zijn boek daarbij misleidde. Steinberg: ‘Hij zei dat hij aan de kant van de verdachte stond en gaf hem de indruk dat het boek hem zou helpen. Toen het boek vervolgens uitkwam werd de verdachte daarin als schuldig neergezet. Malcolm gebruikt dat vervolgens als fundatie om te beargumenteren dat je degene over wie je schrijft altijd zult misleiden.’ Het is geen narratieve journalistiek, maar een onderzoek naar de ethiek van journalistiek waarmee een grote discussie over de omgang met bronnen op gang werd gebracht

Medium 41qwkp89v4l. sx322 bo1 2c204 2c203 2c200

Janet Malcolm – The Silent Woman (1993)

‘Een ander boek van Malcolm leerde me hoe moeilijk het is om de persoon over wie je schrijft echt te leren kennen’, vertelt Steinberg. Net als The Journalist and the Murderer heeft het boek een meta-perspectief. Het is een biografie van de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath, maar tegelijk een bespreking van de morele problemen die het optekenen van het levensverhaal van iemand met zich meebrengt. Malcolm beschrijft de journalist of biograaf als inbreker in het sociale leven. Voor Steinberg hielp het boek om zich autoriteit als schrijver toe te eigenen: ‘Toen ik ooit begon met schrijven over Zuid-Afrika was ik niet op mijn gemak. Het is een complexe plek met zoveel levens en plekken die ik simpelweg niet ken. En toen was daar Malcolm, die kon schrijven over autoriteit als schrijver en wat een schrijver kan weten.’

Medium naamloos1

Truman Capote – In Cold Blood (1966)

Dan zijn er de overduidelijke klassiekers uit een lange gevestigde traditie van Amerikaanse narratieve journalistiek. ‘Schrijvers als Truman Capote en Norman Mailer schrijven vanuit het perspectief van een alwetende verteller, wat eigenlijk heel anders is dan wat ik doe, maar wat zeker geniale boeken oplevert.’ Capote’s In Cold Blood is een ‘waargebeurde roman’ over een moordzaak in Kansas die de toon zette voor een Amerikaanse traditie van journalistieke non-fictie. Capote onderzocht de viervoudige moord op de familie Clutter in 1959, waar in eerste instantie elk motief of spoor van de daders ontbrak. In bijna cinematografische scènes ontrafelt Capote de moordzaak, hoewel hij achteraf kritiek kreeg omdat hij te veel creatieve vrijheid zou hebben genomen.

Medium naamloos2

Norman Mailer – The Executioner’s Song (1979)

Dit boek vertelt het verhaal van de moordenaar Gary Gilmore, die er op stond dat zijn doodstraf werd uitgevoerd. Steinberg: ‘Dit is een geweldig, gigantisch boek. Mailer beschrijft veel personages die allemaal heel veel tijd en aandacht krijgen. Hij bereikt steeds nieuwe werelden en weet het taalgebruik en gedachten van elke persoon na te bootsen. Het is alsof hij een roman probeerde te schrijven waarin je in het hoofd van de personages kunt kijken of er net buiten hangt. Je weet als lezer niet zeker waar je bent. De technische term is vrije indirecte rede. Ikzelf zou me niet comfortabel voelen om zo namens een personage te spreken in non-fictie, maar Mailer neemt die vrijheid.’

Medium naamloos3

John Hersey – Hiroshima (1946)

‘Hersey arriveerde in 1945 in Hiroshima, net nadat de atoomboom was gevallen. Hij nam zes mensen als uitgangspunt voor zijn verhaal en beschreef hen in zes tijdslagen. Na de explosie zelf beschrijft hij deze zes in het uur na de explosie, de dag na de explosie, het jaar erna en uiteindelijk de jaren daarna.’ In het boek beschrijft Hersey de gruwelijke impact en nasleep van de atoombom, waarin oogballen van slachtoffers smolten, mensen volledig verdampten of onder puin werden bedolven. De verhaallijn volgt vervolgens de zes getuigen die proberen te overleven. Steinberg: ‘Het is echt een adembenemend boek doordat het zo goed is geschreven. Goede non-fictie tilt je naar een andere wereld die nog altijd is verbonden is met onze wereld, maar toch een eigen dimensie is. Dat je een journalist bent betekent niet dat je niet zo goed als een romanschrijver moet schrijven. Het is hetzelfde.’

Medium naamloos4