Hoofdcommentaar

Goede voornemens

reageer online

In november 2006 trok luitenant Mark Jennings Daily, 23 jaar oud, vanuit Koeweit Irak binnen. Op 15 januari van het vorig jaar kwam hij daar tijdens een patrouille om het leven. Daily had gezien dat de Humvee die in de patrouille voorop reed, niet de pantsering bezat die hem zou moeten beschermen tegen bermbommen. Zijn eigen voertuig nam de plaats vooraan in en werd kort daarna vernietigd door een kolossaal begraven explosief. Daily, drie andere soldaten en een Iraakse tolk waren op slag dood. Voor zijn vertrek had Daily zijn familie en vrienden uitgebreid op de hoogte gebracht van zijn beweegredenen. Daily was een zondagskind, zeer goed opgeleid, zeer intelligent, bepaald geen Republikein, zeker geen ijzervreter. Hij was aanvankelijk tegen de oorlog. De gang naar Irak was een morele keuze, die na een lange afweging was gemaakt.

Hij schreef: ‘Als je denkt dat iemand zich alleen uit pure wanhoop of blinde gehoorzaamheid meldt als vrijwilliger voor deze oorlog, dan ben ik de uitzondering – al zijn er tallozen zoals ik. Bedenk dat er hier negentienjarige soldaten uit de Midwest zijn die nog nooit op een collegecampus of bij een demonstratie zijn geweest, en die meer hebben gedaan om het universele principe van een gekozen regering en de rechten van het individu te verdedigen, alleen door zich op te stellen tussen de rij Irakezen bij het stemlokaal en de moordlustige religieuze fanatici.’

Punt. Klinkt als een cliché, maar dat is het niet: dit is waar Daily voor ging, en waar hij voor gestorven is. Daily las in Irak Tolstoj, Orwell, McCain, Paine – en werk van de publicist Christopher Hitchens, wiens artikelen over de morele aspecten van de oorlog Daily hadden gesterkt in zijn keuze. Hitchens schreef over Daily’s dood een bloedstollend artikel in Vanity Fair (‘A Death in the Family’). Onthutst beschrijft hij de pijnlijke gewaarwording dat hij met zijn artikel, vanachter zijn bureau, een jonge man op het pad van de dood stuurde.

Die verantwoordelijkheid dragen wij, bewoners van een westers land, lid van de ‘coalition of the willing’, in feite allemaal, en die last is niet eenvoudig te dragen. Zeker niet als degenen naar wie wij onze soldaten en hulpverleners (en ons geld) sturen, helemaal niet in de morele aspecten van onze boodschap geïnteresseerd lijken te zijn. De gewelddadige puinhopen in Uruzgan, Pakistan, Kenia, Georgië en andere ruziestaten doen de burger licht verzuchten dat al die dappere inspanningen om in het maatschappelijk duister van die landen het licht van de democratie te brengen, vergeefs zijn. Waarom al dat geld uitgegeven aan voorlichtingscampagnes, burgerschapscursussen, stemlessen, kiescursussen? Waarom VN-, OVSE- of EU-waarnemers gestuurd, als lakmoestest voor het al of niet eerlijk verlopen van het electoraal proces? De Keniaan kiest kennelijk, als puntje bij paaltje komt, toch voor zijn clan, zijn stam, niet voor zijn land, en de Georgiër evenzo – en dan zijn ze nog van nature corrupt ook. So why bother?

In de korzelige reactie van westerse staatslieden, Gordon Brown voorop, op de Keniaanse en Pakistaanse worsteling met ‘de democratie’ is die frustratie hoorbaar. Ze is te begrijpen en toch te betreuren. Het valt een Georgische kiezer niet te verwijten dat zijn president corrupt is. De redenering dat elk volk de regering krijgt die het verdient, is banaal en cynisch. Cruciaal voor het functioneren van de Keniaanse democratie is niet dat de president met de stemmen sjoemelt; cruciaal is of een betrouwbaar rechtsapparaat, gesteund door de civil society, die fraude kan aanpakken. In Pakistan is dat rechtsapparaat betrouwbaar, en kritisch, en dus zette de dictator de voorzitter van het hooggerechtshof botweg gevangen. Dat soort wantoestanden zeggen niets, uiteindelijk, over de motivatie en verlangens van de gewone Pakistaanse of Keniaanse burger.

Die zullen niet veel verschillen van die van ons. Wij hoeven onze medewereldburgers helemaal niet op te zadelen met een parlementair-democratisch systeem als het onze, met partijen en ledenraadplegingen en folderende gemeenteraadsleden en programma’s en debatten en Andries Knevel en de sgp. Uiteindelijk wensen wij voor onze medeburgers een systeem waarin persoonlijke vrijheid, bescherming van leven en levenssfeer, het recht op ontplooiing én rechtszekerheid zijn gegarandeerd. Hoe zij dat inrichten, moeten zij zelf weten.

Het is goed die relatie met de andere burgers in de wereld te zien als een persoonlijke, zoals Mark Daily dat ook deed. Bush noch Wolfowitz stuurde hem naar Irak; Daily zelf bepaalde zijn keuze en de mate van zijn betrokkenheid. Die afweging maken wij allemaal. Dat is gemakkelijk gezegd. Niet iedereen kan en zal dienst nemen in een militair apparaat. Dat hoeft ook niet. Maar de persoonlijke consequenties van onze betrokkenheid bij het lot van onze medewereldburgers zijn ernstig – want door die betrokkenheid sturen wij, uiteindelijk, mannen als Mark Daily op de problemen af.

De mopperige reacties op de negatieve ontwikkelingen in Kenia of Pakistan zijn weinig effectief, omdat ze komen van leiders als Gordon Brown, die zelf ernstig op hun moreel krediet hebben ingeteerd. De betrokkenheid van Europese staten bij rendition, en het voortbestaan van Guantánamo Bay, bijvoorbeeld, verminderen onze aanspraken op de corrupte dictaturen van Pakistan, Kenia of Georgië. De solidariteit met onze Keniaanse of Pakistaanse medeburger betonen wij eerst en vooral als wij onszelf over dat soort kwesties ernstig blijven ondervragen – onze volksvertegenwoordigers voorop. Waarom gingen wij naar Irak? Wat doen wij in Afghanistan? Het zijn fundamentele kwesties, die niet ten onder mogen gaan in coalitiehandjeklap.

reacties:

Zondag 13 januari:

Op zondagmiddag lees ik met veel interesse een voor mij in eerste instantie heel interessant artikel met de titel goede voornemens. Het artikel doet me in eerste instantie zoveel dat ik ook het aangehaalde artikel van Christoper Hitchens in Vanity Fair(A death in the family) lees en op de myspace pagina van de gestorven luitenant Mark Daily zijn beweegreden. Vol met het positieve gevoel dat Mark Daily een hele duidelijke boodschap heeft en richting geeft in de lange uitzichtloze discussies over wat wel en niet goed is om vrijheid in de wereld te brengen, begint de strekking van het artikel van Koen Kleijn te knagen. Ik ben geen schrijver van nature en elegant schrijven zit er voor mij niet in, maar een reactie op het artikel Goede Voornemens in de Groene Amsterdammer moest worden geschreven. Koen Kleijn heeft de helft van zijn artikel uit dat van Hitchens gehaald maar vergeten de strekking en de context van Hitchens artikel weer te geven. Dit is in dit geval heel jammer omdat Koen Kleijn de essentie van Mark Daily en het artikel van Hichens is vergeten. Een passend spreekwoord dat bij mij op kwam is: Koen Kleijn heeft ergens de bel horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt. Met de zin \‘wij hoeven onze medewereldburgers helmaal niet op te zadelen met een parlementair-democratisch systeem als het onze……uiteindelijk wensen wij voor onze medeburgers een systeem van persoonlijke vrijheid, bescherming van leven en levenssfeer, het recht op ontplooiing én rechtszekerheid zijn gegarandeerd. Hoe zij dit inrichten, moeten zij zelf weten\’. Door dit zo te stellen vergeet Koen Kleijn waarom Daily naar Irak ging. Vergeet Koen Kleijn te noemen dat ondanks alle bureaucratie, politieke spelletjes en doden die in deze universele strijd om vrijheid vallen, het van enorm belang is dat wij als \'vrije\'wereld wel ingrijpen en wel helpen. Als wij zoals Koen Klein graag ziet altijd eerst onze betrokkenheid bij onze medeburgers ern stig moeten blijven ondervragen zullen wij nooit meer iets ondernemen en blijven doorpraten. Juist dat was de beweegreden van Mark Daily om naar Irak te gaan. Hier staat een stukje overgenomen van de myspace site van Mark Daily dat duidelijk laat zien waarom wel actie moet worden ondernomen \'I joined the fight because it occurred to me that many modern day \“humanists\” who claim to possess a genuine concern for human beings throughout the world are in fact quite content to allow their fellow \“global citizens\” to suffer under the most hideous state apparatuses and conditions\’. Mark Daily had zichzelf genoeg ernstig ondervraagd. Door alle conflicten zijn veel van de westerse burgers moe geworden en pessimistisch, omdat er toch niets tegen gedaan kan worden. Echter er kan wel iets tegen gedaan worden maar dan moeten wij als westerse vrije wereldburgers niet meer alles ernstig blijven ondervragen maar iets doen. Wanneer wij er niet meer in geloven en eerst alles moeten ove rdenken, wat voor een toekomst biedt dat voor onze onvrije medeburgers.

Ik zou graag zien dat Koen Kleijn zijn artikel zou herschrijven en er twee artikel van maakt. Het eerst artikel over Mark Daily, hem laten zien als een exceptioneel bewonderenswaardig persoon, hem als voorbeeld stellen hoe iemand betrokken kan worden en ook daadwerkelijk iets kan doen. En laat de strekking van het artikel van Hitchens in zijn waarde. Misschien kunnen dan ook de Nederlandse doden in Afghanistan en Irak als helden worden herdacht, als personen die een verschil wilden maken. Als wij hun dood weer aangrijpen om ernstig te gaan overdenken wat wij daar doen, dan is hun dood nu al zinloos en wordt onze vrije samenleving uitgehold. En het tweede artikel zou dan kunnen gaan over dat andere aspect in Koen Kleijn\’s artikel, namelijk waarom onze medeburgers in landen als Kenia, Pakistan, Georgië ondanks de \'puinhopen\’ wel gesteund moeten worden en dat wij wel moeten streven om een parlementair-democratisch systeem in deze landen te laten ontwikkelen. Met onze frustra ties over die langzame democratiseringsprocessen en ons ernstige overdenken zal het in deze landen zeker niet beter worden. Kortom als het goede voornemen van Koen Kleijn \'ernstig overdenken\’ is dan zou ik graag willen vragen of Koen Kleijn dit wil veranderen in \'ernstig blijven proberen\’. Laat wel wezen dat ondanks mijn moeite met de strekking van het artikel van Koen Kleijn ik hem graag wil bedanken dat hij mij heeft gewezen op een uitzonderlijk persoon als Mark Daily, het heeft mij gelukkig laten zien dat je niet altijd meer moet blijven denken en gewoon moet doen.

Emile Berckmoes
…………………………………………………………………………………………………………………

Koen Kleijn vraagt: \“waarom gingen wij naar Irak?\”

Welke \“wij\” meneer Kleijn? Als u denkt dat u uit naam van uw lezers spreekt, \“wij\” gingen en \“wij\” gaan niet naar Irak.

Overigens, de \“wij\” die wel naar Irak gingen deden dat vanwege de leugens van president Bush.

Voorts, de soldaten die u zo flink vindt vechten zouden flinker zijn als ze in de USA zouden blijven.

Wilt u svp dergelijke dwaze stukjes volgende keer voor een ander weekblad schrijven?

RPM Bak

…………………………………………………………………………………………………………………