Toneel

Goedgekeurd door Hitchcock

Toneel: Dirk Tanghe regisseert Henrik Ibsens ‹Spoken›

Probeer de oorspronkelijke titel van Henrik Ibsens toneelstuk Spoken in het Noors uit te spreken, en je krijgt geheid kippenvel: Gengangere. Het is een huiverend woord. In het Nederlands overigens een stuk minder. Tot je Van Dale erop naslaat. Het woordenboek meldt bij het woord spook drie betekenissen: 1. «teruggekeerde geest van een afgestorvene»; 2. «schrikbarende gestalte, vreeswekkend beeld»; 3. «onuit staanbaar meisje». Ibsen heeft al die betekenissen in zijn stuk Gengangere (1881) verwerkt. Het onuitstaanbare meisje heet hier Helene Alving. Ze wil een zondig bevonden verleden (echtgenoot ging regelmatig vreemd, er is een stiefkind en het risico van incest) voorgoed begraven. Voor de geest van haar overspelige man moet een monument worden opgericht: een tehuis voor arme kinderen. Zo zullen de schimmen uit het verleden worden bezworen. Helene Alving heeft een zoon, Osvald. Die erfde niet alleen de fysieke kwalen van haar echtgenoot (syfilis?), maar ook zijn streken: hij vergrijpt zich aan zijn stiefzusje Regina, zonder te weten hoe het bevallige dienstmeisje aan hem is gerelateerd. Alles wordt geobserveerd door dominee Manders, niet vrij van schuld en lust, wellicht ooit een geliefde van Helene Alving, nu het wandelende geweten van de familie, een Veluwezoom-fundamentalist vol onverdraaglijke teksten.

Ibsens Spoken speelt zich af in een huis aan een Noors fjord waar het almaar regent. Regisseur Dirk Tanghe heeft voor zijn voorstelling van Spoken in het thuistheater van de Paardenkathedraal een geluidsdecor ontworpen waarin het voortdurend gromt en dreunt en kreunt en bliksemt en hijgt en dondert. Het toneelbeeld (van Tanghe en zijn onovertroffen ontwerper en timmerman Freek Luider) is een somber huis waar geen daglicht meer in wil doordringen, gedomineerd door zware tapijten, sobere zetels, deftige deuren. Mensen naderen elkaar zelden in deze enscenering, de lijnen tussen personages blijven lang, een dialoog klinkt als een tenniswedstrijd – ping, pong, maar dan wel in slowmotion. De vijf personages uit Ibsens Spoken nemen de tijd. Ze benaderen elkaar langzaam, wegen hun woorden op secuur afgestelde weegschalen. Het clair obscur in de belichting en het trage spel zijn bijzonder effectief. Henrik Ibsen meets Alfred Hitchcock. Ik moest vaak aan Rebecca denken, dat meesterwerk van de Master of Suspence. De traagheid in de bewegingen van Maike Meijer als Alving, Bas Keijzer hallucinerend langzaam in de rol van dominee Manders, Thomas de Bres in een allemachtig prachtig getransformeerde bijrol. Het duurt alles bij elkaar vier uur, en die tijdsduur heb je pas in de gaten als het voorbij is, zo knap is Tanghes voorstelling van Spoken gecomponeerd.

Er is één dissonant die het strakke patroon van deze voorstelling dreigt te bederven. Osvald, de zoon in het stuk, een mislukte kunstenaar met een dodelijke geslachtsziekte onder de leden, wordt hier gespeeld door Jeroen van Venrooij. Waar het toneelspelerskwartet om hem heen spaarzaam strooit met gevoelens, trekt Van Venrooij gehijg, gesteun, zweet en tranen uit de kast om uit te dragen dat Osvald lijdt, diep lijdt. Regisseur Dirk Tanghe zal in deze Osvald ongetwijfeld veel hebben willen tonen van de gekwelde jongen waar hij zelf zo graag mee poseert. Maar met die genante emoties van Osvald kreunt Jeroen van Venrooij wel Tanghes strakke opvatting over Ibsens Spoken om zeep. Kan dat in de reprise dit najaar misschien een paar tandjes minder?

Spoken van Henrik Ibsen door de Paardenkathedraal, in het eigen theater in reprise van 21 september t/m 6 november, woensdag t/m zaterdag, aanvang 19.30 uur (!), reserveren 030-2762559, informatie www.paardenkathedraal.nl