In het spoor van mijn vader: Fleur Koning Kasteeldochter

‘Goh, hij ziet wat in me’

‘Op mijn veertiende nam mijn vader mij mee, samen met mijn twee zussen en mijn moeder. Plots stonden we met z’n vijven aan de rand van een bos, in Overijssel, verderop lag een kasteel. Zo een als je je als kind voorstelt: statig, vierkant, met een slotgracht en een oprijlaan. Mijn vader zei: “Zouden jullie daar willen wonen?” Wij gilden natuurlijk: “Jaaa.” En toen zei hij: “Dat kasteel heb ik gekocht, we gaan verhuizen.”

Medium fleurkoning4776

Mijn vader wilde al toen hij jong was in een kasteel wonen. Hij werd rijk met de handel in katten- en hondenvoer en kocht op zijn veertigste dit vijftiende-eeuwse landgoed Den Alerdinck in Laag Zuthem met 35 hectare weilanden, bos en drieënhalve kilometer slotgracht. Dat is nu 25 jaar geleden. Het landhuis was daarvoor een paar jaar als conferentieoord gebruikt. Sovjetleider Michail Gorbatsjov heeft er zelfs nog besprekingen gevoerd.

Ik koos een kamer, rechtsvoor boven, met uitzicht over het landgoed. Heel mooi, maar toen begonnen voor mij ook de jaren van niet zo veel geluk. Ik verloor mijn oude vrienden, moest naar een andere middelbare school en daarvoor elke ochtend zeventien kilometer naar Zwolle fietsen. En weer terug. Het was ver weg van iedereen. Plotseling werd ik als rijk meisje bestempeld. Ik vond het ingewikkeld en zei nooit waar ik woonde. Mijn moeder heeft wel geprobeerd ons op te vangen, dan stopte ze wat extra snoep in de trommel. Mijn ouders zijn in die periode gescheiden. Soms gaf ik feestjes, met disco in de keldergewelven, en dan bleef iedereen slapen. Dat was geweldig.

Mijn vader wilde het kasteel weer in de oorspronkelijke staat terugbrengen, alle kamers heeft hij stuk voor stuk laten renoveren. Al die jaren dat we er woonden werd er verbouwd. Hij vond het belangrijk om als “nieuwe rijke” het cultureel erfgoed niet te verpesten. Mijn vader zelf was bijna altijd weg, aan het werk om geld te verdienen. Pas toen ik in Amsterdam woonde, kon ik zien hoe mooi het daar was. En hoeveel liefde mijn vader erin heeft gestoken. Ik liep laatst met hem over het landgoed. Hij wees naar een paar jonge bomen en zei: “Die bomen heb ik allemaal geplant, duizenden euro’s zitten erin, ik heb nooit subsidie gekregen. En de kinderen van jouw kinderen zien pas hoe mooi het zal zijn.” Hij is een visionair, dat vind ik bijzonder. Hij kijkt naar de toekomst.

Ik werk nu twaalf jaar als mode- en portretfotograaf en wilde er wel iets anders bij gaan doen. Toen mijn vader vroeg of ik hem wilde helpen met de exploitatie van het kasteel heb ik één dag nagedacht. Voor het eerst in mijn leven dacht ik: goh, hij ziet wat in me. Fotograferen snapt hij niet, nu doe ik iets waarmee ik waardering kan krijgen. Ik ben direct begonnen, dat was anderhalf jaar geleden. Ik ben in het kantoor gaan zitten en gaan kijken hoe het zit met huwelijken, catering, gemeentes, conferenties. Alles was nieuw. Ik werk nu tweeënhalve dag per week, de andere dagen ben ik in Amsterdam. We doen het samen, vergaderen dagelijks.

Mijn vader en ik lijken op elkaar. Hij durft risico’s te nemen, dat doe ik ook. We zijn allebei harde werkers. We zijn geen van beiden goed in voor onszelf zorgen. Meestal ligt er niets in de ijskast en eten we oud brood bij het ­ontbijt. Soms is het zwaar met hem, we botsen regelmatig, maar daarna liggen we ook weer samen in de sauna te fantaseren over nieuwe ­plannen. Mijn ideaal is dat als mensen hier een paar dagen zijn geweest ze dit gevoel hier nooit meer vergeten. Het is een historische plek, er is rust, natuur, warmte, huiselijkheid en rijkdom. Alsof je in een andere wereld bent. Toen ik me een tijd wat somber voelde, sliep ik hier in zo’n prinsessenbed, dan deed ik ’s ochtends de gordijnen open en zag die grachten, de bomen, de weilanden, de paden. Dan voel je je vanzelf weer goed.

Waar hij keihard voor gewerkt heeft, dat wil ik mooi houden. Daarom stop ik er nu ook veel in. Ik doe het uit liefde voor het landgoed, en voor hem. Als ik deze stap niet had gezet, zou ik nooit zo dicht bij mijn vader zijn gekomen. Hij is een perfectionist, ook voor mij. Het is nooit goed genoeg, het kan altijd beter. Maar ik denk dat hij stiekem wel trots op mij is. Hij kan het gewoon niet goed zeggen.’