Staatsloterij wilde de wijde wereld in

Gokken op staat en markt

De Staatsloterij wilde de wijde wereld in en zocht daarvoor private partners. Van Balkenende II mag dat echter niet. Het staatsgokbedrijf moet terug krabbelen. De particuliere partners zitten in het schip. Een zedenschets.

De Nederlandse Staatsloterij wilde nóg groter worden. De grens over ook. De Staatsloterij, sinds 1992 een zelfstandige organisatie met een jaaromzet van 645 miljoen euro, voelde zich daartoe gedwongen. De concurrentie van onder meer Postcodeloterij, Sponsorloterij en Lotto werd steeds heviger. Bovendien wilde de Staats loterij af van het oubollige imago van «lootjes bij de sigarenboer». Op de golven van de digitale revolutie konden vooral jongeren worden getrokken. De markt moest nú dus worden veroverd, net als die andere verzelfstandigde overheidsbedrijven het afgelopen decennium hadden gedaan. Met kabaal werd de vrije markt verwelkomd als «beter voor iedereen», en samenwerking gezocht met partijen in die markt om zo snel mogelijk successen te boeken.

Hulp bij de opzet van Sevens, een grootse sms-loterij — sms zou het helemaal gaan maken —, zocht de Staatsloterij bij particuliere ondernemers en investeerders. Drie jaar geleden werd met gezamenlijk geld de speciale BV European Wireless Lottery Holding (EWLH) opgericht, die de zaak technisch moest optuigen. De Staatsloterij zou zorgen voor de papieren.

Maar vlak voor de lancering van Sevens, in april dit jaar, bleek dat men zich bij de Staatsloterij ergens op had verkeken. «We hebben een probleem met de politiek», vertelde Staatsloterij-directeur Van Egerschot aan EWLH-directeur Arno Geul. «Dat komt door het nieuwe kabinet. We laten het even bezinken en komen er wel uit.»

De Staatsloterij moest op voorspraak van het College van Toezicht op de Kansspelen meer doen aan veiligheidseisen, mede gericht op de toegang van minderjarigen. Volgens Geul kwam die mededeling rijkelijk laat: «We hadden er al over gesproken. De Staatsloterij had dus zitten slapen. De eisen van het College hadden bekend moeten zijn.» Volgens Staatsloterij-woordvoerder Joost Sitskoorn lag het anders: «De Staats loterij is er altijd van overtuigd ge weest dat alles goed zou komen. Alle contacten met de verschillende be trokken in stanties wezen daarop.»

Er kwam een nieuwe lanceringsdatum, maar Geul voelde nattigheid toen het College weer met een advies kwam: «Dit was niet goed, dat was niet goed; terwijl de data al die tijd vastlagen, bleek er op zo’n laat moment dus nog steeds van alles niet in orde.» Dat moest wel fout gaan, dacht Geul: «Zeker in de wetenschap dat de Staatsloterij meer dan zestig externe adviseurs in dienst heeft die vaak geen belang hebben bij een snelle voortgang van een project. Die willen liever vergaderen, want ze schrijven uren. Al die managers hadden de zaak niet onder controle.» Sitskoorn is het wederom niet met Geul eens. Volgens hem waren het College van Toezicht, ambtenaren van het ministerie van Financiën en juristen van twee advocatenkantoren er zeker van dat Sevens onder de bestaande vergunning moest kunnen plaatsvinden: «Wie zijn wij dan nog om daaraan te twijfelen?»

Daaruit spreekt een zekere passiviteit en mogelijk zelfs ambtelijke arrogantie. De houding suggereert althans dat de Staats loterij al die tijd niet meer kón doen, hoewel haar directie toch door de politiek is benoemd. Beide partijen hadden een verantwoordelijkheid: EWLH het technische deel, de Staatsloterij de vergunning. Nu was die vergunning er wel, maar dat bleek niet afdoende om de loterij te lanceren. Tóch hield de Staatsloterij op grond van geluiden van buitenaf vol dat het goed zou komen. EWLH moest wachten.

Wie hebben de Staatsloterij geadviseerd, en met welk belang? Waarschijnlijk niet de juiste mensen. Ze hebben hoe dan ook niet geanticipeerd op politieke beslissingen. Want bekend was dat minister Donner van Justitie eind 2002 met alle directeuren van de grote loterijen om de tafel had gezeten en wees op de beperkingen die zouden gaan gelden voor nieuwe loterijen. Aan Sevens werd toen al twee jaar gewerkt. Bij de Staatsloterij is men er kennelijk van uitgegaan dat de strengere maatregelen voor Sevens niet zouden gelden. Dat oogt als ambtelijke arrogantie. Want het kabinet-Balkenende II leek de start van Sevens in de geest van Abraham Kuyper hoe dan ook te willen blokkeren. De antirevolutionair wilde al in 1902 dat de Staatsloterij zou verdwijnen omdat die tot «zedelijk verval van Nederland» leidde.

Geul verwijt de Staatsloterij dit al die tijd niet te hebben zien aankomen. Sitskoorn daarentegen kwalificeert Balkenende II als overmacht. Sitskoorn: «De Staatsloterij is altijd in de veronderstelling geweest dat Sevens voortgang kon vinden, net als Dayzers (een loterijspel van de Staatsloterij met dagelijks prijzen — gp). Maar na de bezwaren van Financiën leek het ons geen goed idee om toch te gaan lanceren. Het was te serieus om de gok te nemen.»

En daar liet de Staatsloterij het op dat moment bij, ondanks herhaalde verzoeken van EWLH om duidelijkheid te scheppen. Omdat EWLH er met de Staatsloterij vervolgens (ook financieel) niet meer uit kon komen, spande het een kort geding aan. Dat waren de eerste tekens van wantrouwen tussen de publieke loterij en de private onderneming. Oog in oog met dit geding beweerde de Staatsloterij dat het zich heeft ingespannen om de loterij te redden. Maar waarom heeft bijvoorbeeld commissaris Korthals Altes, als ex-minister van Justitie toch niet onbekend in Den Haag, de directie van de Staatsloterij niet wakkergeschud? Sitskoorn: «Hij heeft geen kristallen bol. Dit soort dingen is niet te voorspellen.»

Opmerkelijk. Alle signalen wezen al enige tijd, maar het duidelijkst vanaf april, op beweging in de politiek met mogelijk verregaande gevolgen voor nieuwe kansspelen, inclusief Sevens.

Had de Staatsloterij er dan misschien belang bij om het tot een kort geding te laten komen? Dat is onvoorstelbaar omdat de rechtszaak tot slechte publiciteit zou leiden en ten koste kon gaan van omzet elders. Kennelijk wisten ze het in Den Haag ook niet meer. We roken EWLH gewoon uit, moeten ze hebben gedacht, dan redden we het wel.

Desalniettemin blijft de vraag wat de Staatsloterij bezielde. Uit de stukken in het kort geding blijkt niet goed waarop de Staatsloterij zich in deze zaak redelijkerwijs had kunnen baseren. Met de pleitnota zou ze zich op termijn zelfs in de eigen vingers kunnen snijden. Zo verwijst de Staatsloterij naar een advies van een eigen jurist, die al eerder waarschuwde voor wat nu is gebeurd.

Volgens Sitskoorn is er geen sprake van onwil: «De Staatsloterij is al maanden bezig om ambtenaren van Financiën uit te leggen waarom Sevens toch, in aangepaste vorm, voortgang moet vinden, bijvoorbeeld met een proeftijd van een jaar.» Maar waarom is dat niet eerder geprobeerd, bijvoorbeeld door een bijzondere vergunning aan te vragen voor een jaar, net als destijds met de krasloten? En waarom wordt er gedacht dat Donner van gedachten zal veranderen? Sitskoorn: «Nu zou die sms-loterij in handen van een gecontroleerde, bonafide organisatie blijven, die bovendien de kennis ervan in eigen hand heeft. Als Sevens definitief niet doorgaat, zou de mogelijkheid kunnen ontstaan dat malafide partijen er bijvoorbeeld op internet hun slag mee gaan slaan.» Het optimisme van de Staatsloterij lijkt naïef. Dit kabinet heeft een duidelijk standpunt. Donner is voortrekker van een algehele blokkade op nieuwe varianten van kansspelen, en ze ker op een publiek-private samenwerking die bijzondere vormen daarvan mogelijk maakt.

Geul probeert EWLH nu maar te redden door, met de dertien man die over zijn, naar Ierland te gaan met de loterij. De contracten zijn al getekend. Nu nog afwachten of de liquiditeit de lancering toelaat. Bij de Staatsloterij zullen ook koppen rollen. Die organisatie dacht te profiteren van die mooie erfenis van de jaren negentig: samen, publiek en privaat, de markt op om geld te verdienen. Ze wilden het beste, ze kregen het slechtste.