Gokverslaafde gemeenten

Tien jaar geleden was het onvoorstelbaar, wethouders die gemeentegelden naar de beurs brachten om hun begroting kloppend te maken. Hoe anders is het anno 1994. De gemeente Deventer heeft zich, zo bleek vorige week, het afgelopen jaar flink vertild aan beursspeculaties. Vorig jaar zag de gemeente zich onverwacht geplaatst voor een gat in de begroting. Op dat moment steeg uit de wereld van woningcorporaties het verhaal op dat er met speculeren vorstelijke winsten te halen waren. Dus dacht de toenmalige wethouder van Financien: Gut, waarom kan Deventer niet een graantje meepikken. Dat graantje kostte - het had nog veel erger gekund - een miljoen gulden.

Zo genadig zijn de meeste woningcorporaties er niet vanaf gekomen. Deze zomer werd bekend dat een tiental corporaties door de handel in zogenaamde ongedekte rentederivaten ongeveer honderd miljoen gulden hebben verloren, waarbij de woningcorporatie Eigen Haard uit Enschede al haar collega- corporaties naar de kroon stak met een verlies van naar schatting 55 miljoen gulden. De boosdoeners zijn inmiddels onder curatele gesteld en er is een ministeriele circulaire uitgegaan waarin gemeenten en corporaties er nog eens nadrukkelijk op worden gewezen dat al te gretig speculeren uit den boze is.
Wat zich in Deventer en binnen de woningcorporaties heeft voltrokken, is niet zozeer een kwestie van onverantwoordelijke bestuurders die plotseling sterretjes voor ogen kregen toen slimme adviesbureaus hen onmetelijke winsten voorschotelden. Veeleer is het een logische consequentie van de cultuuromslag waarin steeds meer (semi-) overheidsdiensten zichzelf als een onderneming zijn gaan opvatten die zich sterk moet maken binnen marktverhoudingen.
Die gedachte is niet alleen modieus, maar heeft ook een hoog realiteitsgehalte. De speculatiedrift van de woningcorporaties vond plaats ten tijde van een van de grootste financiele operaties (de zogeheten bruteringsoperatie) die de Nederlandse staat ooit heeft ondernomen en die erop uit is dat Den Haag zich min of meer terugtrekt uit de geldverslindende volkshuisvestingssector en de inboedel overdoet aan de woningcorporaties. Die moeten veel zelfstandiger gaan opereren en dus veel meer financieel risico gaan nemen.
In die context deed zich de verleiding van het speculeren voor. En ook de gemeente Deventer kon de verleiding niet weerstaan midden in het postdecentralisatietijdperk, het meest recente hoofdstuk in de geschiedenis van bestuurlijk Nederland, waarin gemeenten steeds meer op de vindingrijkheid van plaatselijke bestuurders zijn aangewezen.
In die wereld horen risico’s erbij. Woningcorporaties bijvoorbeeld lijken steeds meer op risicodragende projectontwikkelaars, die hele woonwijken, inclusief de winkelcentra, de scholen en de speelplaatsjes bouwen en voorfinancieren.
Dezelfde geest van ondernemingszin en slagvaardigheid is echter ook binnen nogal wat stadhuizen uit de fles en is daar in toenemende mate verantwoordelijk voor grootse en meeslepende plannen die zeker niet zonder financieel risico zijn.
Over tien jaar knipperen we daarom niet eens meer met onze ogen als er ergens voor een (semi-)overheidsdienst - in dit land ooit het boegbeeld van financiele degelijkheid - een faillissement wordt aangevraagd.