Golfbrakers (2) toneel

Even het kerstreces doorboren: de personages in Golfbrakers zijn van-zessen-klaar op een feest; het lijdend voorwerp van het feestgedruis (lampions, slingers, veel drank en taarten) is afwezig. Camilla (zo heet nummer zeven) komt na een half uurtje, maar moet eigenlijk meteen weer weg vanwege een vergadering over zomerfeesten. Haar man Ed - de enige veertiger in het gezelschap - is verbijsterd maar kan er niks aan doen. De rest doorstaat de verjaardag zónder fuifnummer gelaten en met veel conversaties, die nog het meest weg hebben van orgasmen in een blaaspop: het komt uit de onderbuik maar het gaat nergens naartoe. De volgende morgen ontmoeten de zeven elkaar aan de ongedekte ontbijttafel: kater, relatieproblemen, teleurstellingen, rotzooi. Dan gaan wij de pauze in. En één jaar later, weer op de verjaardag van Camilla, ontmoeten wij deze zeven hopelozen opnieuw. Met een schier oneindige serie onbetaalde emotionele rekeningen aan hun voetzolen. Het eind van Golfbrakers is een moedeloos makende doodlopende steeg. In de verte gloort nog een beetje hoop.

Peter de Kimpe ontwierp voor de voorstelling een halfronde wand. Met rechts een open uitgang naar boven - een spiegelwand kwadrateert de mensen die de trap bestijgen. Links een neutrale uitgang. Achter in de ronde wand is een glazen deur die uitziet op een uit golfplaten opgetrokken achtermuur. Vrijwel iedereen die links afgaat is ook meteen echt áf, maar wordt door een magische kracht ook onmiddellijk weer ópgeduwd. Wie de andere uitgangen kiest is hopeloos verloren: even weg van de communicatieve stammenoorlog op het speelvlak - een houten plankier - maar vrijwel onophoudelijk nog steeds in beeld. Frans Strijards is een meester in mise-en-scène, in hoe de acteurs iets vertellen door de wijze waarop ze zich op - of net buiten - het speelvlak tot elkaar verhouden, in deze enscenering minder extreem fysiek vertaald dan in zijn eerdere regies. Maar door de ingehouden toon des te effectiever. Het gaat deze keer niet zozeer om hun lichaamstaal, maar veel meer om de plek die ze kiezen om hun weerwoord kracht bij te zetten. Die manier van ensceneren heeft veel van doen met de losse en zeer on-Hollywoodse stijl van acteursregie die de Amerikaanse filmer John Cassavetes hanteerde in een relatiedrama als Husbands (1970). Die techniek is heel ontspannen. Acteurs krijgen de vrijheid om rustig om elkaar heen te draaien, om steeds de juiste positie te kiezen om hun messcherpe dialogen extra kracht te geven. Omdat Golfbrakers een toneeltekst is waarin alle protagonisten ervoor hebben gekozen slechts in hoogtepunten (dus zonder de ruis van wilt-u-koffie-nee-doe-maar-cola) te spreken, werkt die kolkende mise-en-scène wonderwel effectief. Niemand maakt echt mee wat hij zegt, de personages laten zich als het ware drijven op de kracht van hun argumenten of non-argumenten. Allemaal slepen ze één loden last mee: het verleden als tijdbom vol munitie van verdriet dat er nog staat aan te komen. Een eeuwig thema in de regies en stukken van Frans Strijards. Ed, de enige veertiger in het gezelschap, is in een ander opzicht ook een eenling. Hij heeft zijn verleden vrij constant aan de telefoon, ik bedoel de GSM: zijn dochter uit een vorig huwelijk, die notabene Liberté heet en aan lager wal is geraakt. Die dochter verschijnt nimmer op het speelvlak, is desalniettemin vrij permanent aanwezig. Als iemand met wie nog moet worden afgerekend. Maar dat gaat deze groep wanhopige mensenkinderen niet meer lukken. Ze moeten eerst met zichzelf afrekenen. Dat is een uitdagend maar moedeloos makend gevecht. En Frans Strijards heeft over dát taaie gevecht een prachtige voorstelling gemaakt. Ga vooral kijken!