AFRIKAANSE FILM

Golven van het leven

Het voortbestaan van het filmfestival Africa in the Picture is in het gedrang door een dreigende subsidiestop – juist nu de nieuwste editie van start is gegaan met een kwalitatief uitstekend programma waarin wordt afgerekend met clichés over Afrika.

DROMERIG GLIJDT de camera over een rivier waarin groepjes jongens spelen, twee mannen hun gezichten lachend inzepen en nog een man een fiets wast; over het lichaam van een mooie vrouw die gracieus op een stoffig weggetje loopt; over de kalme ogen van een man die de verte in tuurt, waar het donkere bos ophoudt en de hemel begint. Allemaal luisteren ze naar de radio. En dan zegt een stem: ‘Radio kan begrip bij mensen creëren, zodat ze kunnen leven… radio plaatst dingen in mijn hoofd, dingen waarover ik nooit had durven dromen…’
Wat die ‘dingen’ precies zijn, vormt het onderwerp van de documentaire Magic Radio (Niger, 2007) van het Zwitserse duo Luc Peter en Stéphanie Barbey. De film laat zien hoe radio een centrale plaats inneemt op alle vlakken van het persoonlijke en maatschappelijke leven in Niger, waar meer dan zeventig procent van de bevolking analfabeet is. Het werk is een van de hoogtepunten van het filmfestival Africa in the Picture, waar het draait in het programmaonderdeel ‘Highlights from the Motherland’. Het festival staat dit jaar extra in de aandacht door het nieuws dat de Amsterdamse Raad voor de Kunst de wethouder heeft geadviseerd het festival in de komende jaren niet meer te steunen. Hierover verklaart festivaldirecteur Heidi Lobato: ‘Dat zou niet alleen een verdere professionalisering in gevaar brengen, maar het betekent ook het einde van een uniek festival dat elk jaar meer bezoekers trekt (…) en van een organisatie die de diversiteit niet alleen bezingt, maar ook waarmaakt.’ Dit is niet alleen retoriek. Wie het programma van dit jaar doorneemt, stuit op parels van films die het postkoloniale discours opnieuw aanscherpen én afrekenen met clichés over Afrika.
Juist in dat laatste slaagt Magic Radio uitstekend. Maar het is méér dan een opgewekt, positief werk over Afrika. Ook in het overpeinzen van de betekenis van radio gaat Magic Radio diep. Zo staat het op één lijn met Robert Altmans radiofilm A Prairie Home Companion (2006). Altmans laatste film heeft een sprekende titel: wat is radio anders dan een home companion, een kompaan in het leven? Beide films illustreren hoe radio zich als een constante ondertoon vestigt in het geroezemoes van het dagelijkse leven van gewone mensen. Maar er zijn ook verschillen tussen de films. Bij Altman is radio een nostalgisch object in het leven van luisteraars die hunkeren naar een meer eenvoudige tijd toen problemen hanteerbaar waren. Daarentegen is radio in Niger voor de inwoners even noodzakelijk als eten en drinken. Radio is het leven zelf; ze worden wakker met radio en als het donker wordt, sust radio ze weer in slaap. In de tussentijd biedt het medium vermaak, een link naar het politieke en maatschappelijke leven én een levensnoodzakelijke bron van informatie over iets ‘simpels’ als hoe je jezelf kunt beschermen tegen dodelijke infecties als die van de bilharziaparasiet. ‘Je hebt radio gewoon nodig’, zegt een inwoner, ‘want alles gaat via de radio.’
Dat laten de regisseurs mooi zien door idyllische beelden van Nigerezen die naar de radio luisteren terwijl ze bezig zijn met wassen, eten, naar het werk lopen of zomaar in een groepje zitten aan de oever van een rivier. Het is bijna spiritueel hoe radio fuseert met het leven van deze mensen, hoe de radiogolven als het ware de golven van het leven zelf worden, een proces goed vergelijkbaar met de wijze waarop internet in het Westen inmiddels deel van het bestaan is geworden. Zowel radio in Niger als internet in de westerse wereld lijkt op dezelfde wijze te werken, namelijk als onmiddellijk, vrij en interactief doorgeefluik van informatie en meningen. Zo is radio in Niger een ultiem voorbeeld van Marshall McLuhans adagium over medium en boodschap: niet de boodschap, maar de maatschappelijke invloed van de vorm ervan is van belang. Was radio vroeger, na de onafhankelijkheid van Niger in de jaren vijftig en het democratiseringsproces van begin jaren negentig, nog erg politiek en ideologisch gekleurd, Magic Radio laat zien dat het medium vandaag de dag vooral een psychologische en sociologische rol heeft.
De film rekent af met het aloude beeld van Afrikanen die alleen maar slachtoffers zijn, die iedere dag in doodsangst leven en die nergens aan toe komen behalve vechten en overleven. De radioluisteraars in deze film dromen over de liefde, denken na over wat voor recepten ze vanavond gaan uitproberen en piekeren over vragen als hoe een zekere jongeman zijn schoonfamilie zou kunnen ‘overleven’. Dat laatste levert een heerlijke scène op: de jongeman belt naar een praatprogramma en legt zijn dilemma voor. (De details zijn veel te complex om hier uit te leggen: bruid, schoonfamilie, bruidsschat en een geheime liefde…) Aan advies heeft de beller geen gebrek. In de studio blijken namelijk minstens twintig mannen zich rond een microfoon te hebben verzameld, die allemaal, vaak door elkaar heen, raad geven op een manier waar Doctor Phil of Oprah nog een puntje aan zou kunnen zuigen. Bloedserieus wordt er nagedacht en gefilosofeerd over hoe meneer het best kan handelen. En tussendoor zien we hoe mensen overal in het land aan hun toestelletje of boombox gekluisterd zijn, ademloos in afwachting van hoe het allemaal gaat aflopen. Dan, opeens een luisteraar met een oplossing: trouw met ze allebei, bruid én minnares! Waarop het stil wordt in de studio terwijl de adviseurs in een diepe trance lijken te vallen als ze nadenken over dit wonderbaarlijke voorstel.

Waar de Nigerese dekolonisatie en democratisering in Magic Radio slechts op de achtergrond aanwezig zijn, daar vormt het postkoloniale discours de spil van een serie documentaires over politieke sluipmoorden in het programmaonderdeel ‘Shadows over French Africa’. Deze films zijn niet allemaal even nieuw, maar ze zijn allemaal even goed gemaakt, bijvoorbeeld Assasination: Colonial Style – Patrice Lumumba, An African Tragedy, uit 2000, geregisseerd door Thomas Giefer, waarin Amerikaanse en Belgische geheim agenten op schokkend nonchalante en vaak triomfantelijke wijze vertellen hoe zij actief hebben meegedaan aan de moord, in 1960, op de Congolese ex-president Patrice Lumumba. De film begint met een ijzingwekkende scène waarin een destijds in Katanga gestationeerde Belgische politieagent grijnzend een zakje tevoorschijn haalt met daarin de voortanden van Lumumba. Later blijkt dat deze rat van een man aanwezig was toen Lumumba in koelen bloede werd vermoord, in stukken werd gehakt en met zuur werd bewerkt voordat zijn stoffelijke resten in een ondiep graf werden gestopt.
Even shockerend is het beeld van een huilende Marthe Moumié op een begraafplaats in Genève, ergens in 2007, op het moment dat zij erachter komt dat het lichaam van haar echtgenoot, de eveneens in 1960 vermoorde Kameroense vrijheidsstrijder Félix Moumié, is verdwenen. Het is voor de ontroostbare Marthe de ultieme, laffe daad – zelfs zoveel jaren nadat een Franse geheim agent haar man heeft vermoord door tijdens een etentje gif in zijn glas Pernod te gooien. Wat aan deze sluipmoord voorafging, vooral de rol van Frankrijk in de moord, wordt op spannende, bijna thrillerachtige wijze uit de doeken gedaan in Death in Geneva: The Poisoning of Félix Moumié (Kameroen/Frankrijk, 2007) van Frank Garbely. Net als in de andere inschrijvingen in de serie wisselt de regisseur ook in deze film archiefbeelden in zwart-wit af met nieuwe, onthullende interviews met spionnen, schimmige agenten die destijds in de coulissen stonden terwijl ze de anonieme politieke opdrachten uitvoerden van hun meesters in het Westen.
Deze films bieden een emotionele uitlaatklep voor de overlevenden in Afrika. Maar ook voor kijkers in het Westen hebben ze betekenis doordat de oude misdaden erg dichtbij komen, belichaamd door agent Gérard Soete, de Belg die jarenlang met de voortanden van Patrice Lumumba in zijn zak heeft rondgelopen.
Nog meer herkenbare accenten: die van de gebrekkig Nederlands sprekende steelpanspeler Harry Daniel (Ian Valz) in de speelfilm The Panman: Rhythm of the Palms (2006) van Sander Burger. Het Engelstalige werk, waar Africa in the Picture dit jaar mee opent, is volgens de makers ‘de eerste onafhankelijke speelfilm van St. Maarten’, waardoor de vraag rijst wat de connectie met Afrika dan precies is. Antwoord: het thema van de Afrikaanse diaspora. In The Panman probeert Daniel zijn passie voor steelpanmuziek aan de jongere generatie over te dragen. Hiertoe vestigt hij al zijn hoop op de getalenteerde Jacko, een jongeman die op latere leeftijd meer oog voor Amerikaanse pop en rock heeft dan voor de ‘oubollige’ steelpanmuziek. Dat schept een conflict, want voor Harry is steelpan álles: symbool van vrijheid voor zwarte mensen, navelstreng verbonden aan moederland Afrika, en een manier om de wortels met het verleden te erkennen en ze zo groeiend te houden.
Wie zich door het eerste, rammelende half uur van het werk worstelt, wordt toch beloond met een geëngageerd verhaal over ontheemding en culturele identiteit dat eindigt met een wonderschoon beeld waarin een vader en zijn zoon verdwijnen in het gele, hoge gras op een vlakte in Afrika. Het beeld heeft een metaforische betekenis die pas in werking treedt wanneer de kijker het verhaal als geheel, compleet met verhaal- en karakterontwikkeling, heeft doorlopen. Hier wordt niets verklapt over de afloop van het verhaal. Het is wel interessant om de film zo te bekijken, van achteren naar voren als het ware, omdat pas bij het zien van dat laatste beeld blijkt hoezeer The Panman een rijke kijkervaring biedt, ondanks de gebreken op het gebied van ritme, regie en acteren. Ook deze ‘fouten’ hebben overigens iets interessants omdat ze het werk een rauwe, onafgewerkte kwaliteit geven. Een mooie film, en een mooi begin van een van de leukste filmfestivals van het jaar.

Africa in the Picture, van 3 tot 14 september in Amsterdam, Rotterdam. Den Haag, Breda, Den Bosch en Nijmegen