Goochelaar van mali

MALI - Stortregens hebben de straten van Bamako, de Malinese hoofdstad, in een modderpoel veranderd. Voor de helverlichte Libanese supermarkt, volgestouwd met flessen champagne en cognac, hammen en Franse kazen, bedelen verminkte grijsaards. Vrouwen stampen yam en cassave fijn, omringd door geiten, koeien en een verdwaald varken. Naakte kinderen poepen, als ze niet worden weggeknuppeld door de supermarktbewakers, in het open riool. Opgeschoten jongens verkopen Le Monde en Libération van de vorige dag aan blanke voorbijgangers, die met ‘patron’ of ‘chef’ worden aangesproken.

Mali is een van de armste landen ter wereld. Gelukkig komt de krant er op tijd en kun je er uitstekend eten en drinken. Het leger van blanke handelaren en ontwikkelingswerkers maakt dat je je niet helemaal ontheemd hoeft te voelen. In restaurant Byblos blèren dronken Libanezen mee met Franse chansons uit de jaren zeventig. Onder de luifel van restaurant Le Relax kauwen blanke kinderen verveeld op hun hamburgers. In café Akwaba spelen de griots de Mali-blues, aangestaard door overjarige Franse vrouwen met potsierlijke afrokapsels. In restaurant De Ceders bedelen minderjarige hoertjes uit Ghana en Nigeria om Pepsi of Fanta.
De expats zien er vaak geradbraakt uit, gesloopt door een bombardement van virussen, bacteriën, venerische aandoeningen en natuurlijk malaria. De meesten stoppen vroeg of laat met het slikken van malariatabletten. Langdurig gebruik van een paardemiddel als Lariam kan angst, rusteloosheid, achterdocht en andere stemmingsstoornissen veroorzaken. Op de markt voor de grote moskee liggen stapels gierekoppen, gedroogde vleermuizen, rottende slangen- en krokodillenhuiden, beenderen en botten. Het is de vraag of deze voodoo-medicijnen helpen tegen tropenkolder.
HET IS NAUWELIJKS voor te stellen dat Mali nog niet zo lang geleden werd doodgeknuffeld door de Wereldbank en het IMF. Warren Christopher, de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, was dol op Mali. Bamako was dan ook de enige Franstalige hoofdstad die hij bezocht tijdens zijn grote Afrika-tournee. Van ‘de internationale bedelaar’ was Mali in vijf jaar tijd dankzij ingrijpende democratische en economische hervormingen tot het braafste kindje van de derdewereldklas geworden.
De Malinese bevolking als geheel had weinig aan de vleierijen en bleef straatarm. Alleen de nieuwe yuppenklasse - die iedere avond in het casino van Bamako zit te gokken en die in het weekeinde naar peperdure discotheken gaat - lijkt geprofiteerd te hebben van het nieuwe elan.
In april dit jaar, tijdens de parlementsverkiezingen, ging het mis met de democratie, de grootste verworvenheid van het nieuwe Mali. De oppositie accepteerde de uitslag van de verkiezingen niet en boycotte een maand later de presidentsverkiezingen. Er brak een opstand uit. Huizen van politici werden bestookt met molotovcocktails, granaten ontploften op een markt. Toen er agenten werden vermoord, trad de overheid hard op. Het oppositiecollectief werd gearresteerd wegens ordeverstoring, opstand tegen het legitieme bewind, deelname aan verboden demonstraties en vernieling van openbare gebouwen. Eind augustus werd op het laatste moment een staatsgreep door een groepje onderofficieren verijdeld.
VOOR GENERAAL Amadou Toumani Touré (1948), de vader van de Malinese democratie, is het een pijnlijke kwestie. De meest verlichte generaal van Afrika wordt hij genoemd, de belangrijkste democraat van het continent. In 1991 maakte hij een einde aan het zeventienjarig bewind van dictator Moussa Traoré. ATT, zoals de generaal door iedereen in Mali liefkozend wordt genoemd, beloofde vrije verkiezingen uit te schrijven en de democratie te introduceren. Uniek voor Afrika, waar coupplegers in de regel eerder aan zelfverrijking denken. ATT stuurde het leger terug naar de kazernes en overhandigde een jaar na de vreedzame coup de macht aan de democratisch gekozen president Alpha Oumar Konaré. En passant loste hij het al jaren spelende gewapend conflict met de Toearegs in het noorden van Mali op. Hij trok zich terug uit de politiek, richtte een kinderfonds op en zette zich in voor de bestrijding van tropische ziekten. ATT is nog steeds de populairste man van Mali.
ATT’s kantoor bevindt zich op een compound tegenover het ministerie van Economische Zaken en Financiën in Bamako. Sjofel geklede soldaten bewaken de ingang. Een vod papier maakt melding dat Son Excellence generaal Amadou Toumani Touré dagelijks van acht tot twee uur spreekuur houdt en als een traditioneel dorpshoofd alledaagse problemen van burgers aanhoort en oplost.
Vandaag heeft hij de vice-premier van Congo-Brazzaville, dat in oorlog is met buurland Congo, op bezoek. ATT’s secretaris heeft geen idee hoe lang het gesprek zal duren. Gisteren bracht de vice-premier acht uur door in de werkkamer van de generaal, die al in talloze Afrikaanse conflicten heeft bemiddeld. Vorige week bezocht ATT Bangui, de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek. Vorig jaar werd hij door de Algerijnse regering uitgenodigd om te bemiddelen. Tot zijn vrienden rekent hij Jimmy Carter, Desmond Tutu, Julius Nyere en de belangrijkste militairen in Afrika.
DRIE UUR LATER zwaait de deur eindelijk open en excuseert ATT zich duizend maal voor het oponthoud. In niets doet de joviale, bescheiden man aan een militair denken, of het zou zijn kakipak moeten zijn. Maar het overhemd heeft korte mouwen en de bovenste knoopjes zitten los.
ATT: 'Ik word de vader van de democratie genoemd, maar met de huidige democratie in Mali heb ik niets te maken. Ik ben ontzettend teleurgesteld. Ik zeg dat niet openlijk op straat, ik probeer een laag profiel te houden. Maar wat er gebeurd is vind ik vreselijk. Ik was veel te optimistisch. Ook al zijn het kinderziekten, het is toch niet de bedoeling dat je daar dood aan gaat. In Mali klaagt de gekozen regering dat de oppositie zich niet aan de regels houdt. De oppositie klaagt dat de gekozen regering nooit meer de macht zal afstaan. Als je bij ons vijftig frank verdeelt, krijgt de een twintig frank en de ander dertig. Dat is Afrika. Iedereen wil de totale macht. Niemand wil een beetje macht. Ik geloof in een participatieve democratie. Zij die winnen, winnen niet alles, en zij die verliezen, verliezen niet alles. Er is een totaal gebrek aan wederzijds vertrouwen. De regering heeft haar best gedaan om de verkiezingen zo goed mogelijk te laten verlopen, er waren westerse waarnemers. Mali is het eerste land in Afrika waar een gekozen regering zelf verkiezingen heeft georganiseerd.
Ik zal u een voorbeeld geven over het democratisch gehalte van de verkiezingen. De commissie die de verkiezingen organiseerde had tienduizend doorzichtige stembussen nodig. Een Canadese firma kon die leveren, voor veertigduizend Afrikaanse frank per stuk (ca. 135 gulden - ava). De oppositie wilde die stembussen niet hebben omdat ze slechts aan vier kanten doorzichtig waren, en gaf de voorkeur aan stembussen die aan zes kanten doorzichtig waren. Uiteindelijk heeft een Spaanse firma de order gekregen voor aan zes kanten doorzichtige stembussen. Die kostten echter drie keer zo veel als de Canadese.’
Bent u nu ook afro-pessimist geworden?
'Nee. De Nasa-man die dat karretje op Mars bestuurt is een Malinees, ik bedoel maar. Hij heet Cheick Diarra en komt uit Segou. Er is een enorme intellectuele capaciteit in Afrika. Onze kaders zijn opgeleid in West-Europa, Canada en Amerika. Mijn generatie heeft dezelfde westerse scholen en universiteiten bezocht, ik ken vrijwel alle belangrijke militairen in Afrika. Dus pessimistisch? Een beroemde Zweedse econoom voorspelde 25 jaar geleden dat het Verre Oosten tot het einde der tijden gesteisterd zou worden door dictaturen, epidemieën, oorlogen en hongersnoden. Hetzelfde wordt nu over Afrika gezegd. Sinds het begin van de jaren negentig waait er een democratische wind in Afrika. Er worden steeds meer burgerregeringen gevormd. De economieën trekken aan. Overal zie je de vrije pers oprukken. Misschien gaat het niet op de manier zoals de Europeanen het graag zien, maar wij zijn er tevreden mee. De meeste Afrikaanse landen zijn in het corset van de Wereldbank geperst, waardoor de methodiek een stuk beter wordt.’
IN HET WESTEN heeft men een negatief beeld van Afrikaanse generaals. Hoe kijkt men in Afrika tegen militairen aan?
ATT: 'De militaire kaders van nu zijn beter voorbereid, hebben meer verantwoordelijkheidsgevoel en zijn intelligenter. Kijk naar mijn vrienden Jerry Rawlings in Ghana en Blaise Compaore in Burkina Faso. Generaal Abacha van Nigeria wordt door het Westen bijzonder slecht gewaardeerd. Wij Afrikanen kijken heel anders tegen hem aan. Vergeet niet dat Abacha voorzitter is van de Cedeao, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten. U bent veel strenger tegen hem dan wij. Abacha’s economische politiek heeft veel respect afgedwongen in Afrika, wij zijn realisten. Nigeria is een enorm moeilijk bestuurbaar land. Hoe kan je zo'n immens land met honderd miljoen inwoners democratisch besturen? Nigeria draagt bij aan de stabiliteit van Afrika. Als het daar fout gaat, zullen alle omringende landen in de problemen komen.
Ik weet het, de doodstraf van de schrijver Ken Saro-Wiwa heeft in Europa tot grote verontwaardiging geleid. Maar voor ons is de moord op een intellectueel net zo erg als de moord op een boer of een politieman. Ik denk dat Europa hypocriet is ten aanzien van Abacha. De handel met Nigeria gaat door, maar men probeert hem politiek te isoleren. We moeten met Abacha leven, of we willen of niet.’
Half augustus riep generaal Khadafi van Libië de leiders van Burkina Faso, Mali, Niger, Nigeria en Tsjaad bijeen. Hij wil de Verenigde Staten van de Sahara oprichten. Alleen Nigeria weigerde te komen. Heeft u vertrouwen in een dergelijke unie?
'Ach, we zijn allemaal moslims en geografisch gezien vormen onze landen een eenheid. Door alle opstanden in het verleden is die eenheid verdwenen. Libië wil van het embargo af. Khadafi gaat betalen voor dit nieuwe plan, hij heeft geld zat, en wij kunnen daarvan profiteren. Of die nieuwe entiteit economisch leefbaar zal zijn, tja. Het zal moeilijk worden zonder Nigeria. Politiek wordt het in ieder geval niets. Khadafi heeft zijn groene boekje, wij hebben een westerse democratie, die twee gaan niet samen.
Ik ben tegen een islamitische staat. Mali kent een scheiding tussen kerk en staat, en niet sinds gisteren. Al ver vóór de Fransen hier kwamen, was bij ons de religieuze macht in handen van de imams en de politieke in handen van de koningen. De fundamentalistische islam spreekt ons niet aan. Maar als wij onze economische problemen niet oplossen en als de democratie niet doorzet, krijgen we dezelfde problemen als Algerije. De dreiging is altijd aanwezig. Er zijn altijd landen die ons willen destabiliseren.
Ik lees veel in de Koran maar ik lees ook Voltaire, Rousseau, Machiavelli, ik ben beïnvloed door het gedachtengoed van Nasser. Marx heb ik nooit begrepen. Ik heb een militaire opleiding gehad in de Sovjetunie. De ideologie was daar anders dan de praktijk, de onderlinge achterdocht was enorm. Ik heb niet voorzien dat het systeem zou vallen, maar ik wist dat het niet zo door kon gaan. De meeste Afrikaanse studenten die in het Oostblok hebben gestudeerd, zijn kapitalistisch gaan denken. Diegenen die in het Westen studeerden, kwamen terug met linkse ideeën.
Tijdens mijn militaire opleiding in Frankrijk kwam ik voor het eerst racisme tegen. In de Sovjetunie heb ik daar weinig van gemerkt. Er was geen sprake van een meester-slaafverhouding tussen Rusland en Afrika. Hoogstens waren de Russische mannen jaloers als wij met hun vrouwen uitgingen. Het individualisme in Frankrijk was een grote teleurstelling voor mij. Ik groette mensen op straat en in de metro, maar niemand reageerde. Ik heb de Franse kwaliteit niet kunnen ontdekken. Iedereen rende maar heen en weer, naar het werk, naar huis, naar de metro. Niemand was in mij geïnteresseerd. Ik woonde zes maanden in een appartement, mijn buurman heeft me nooit gegroet of aangesproken.
Het familieleven bij ons is anders. Ik zorg voor mijn kinderen en mijn vrouw. Bejaardenhuizen zijn bij ons ondenkbaar. We eten geen kaviaar, maar niemand heeft hier honger. Wij hebben geen gaarkeukens nodig. Er is bij ons geen groot verschil tussen armen en rijken. Ze wonen in dezelfde wijken. De een heeft een auto, de ander gaat te voet.’
OOK ’S AVONDS blijft ATT, in zijn bescheiden woning op het terrein van de kazerne van Bamako, spreekuur houden. Het kakipak is vervangen door de traditionele boubou. De woning van ATT is ingericht met Afrikaanse kunst, veelal geschenken van Afrikaanse leiders. Er hangt een enorm portret van zijn vrouw Yabo. Als een bezoeker een document aan ATT’s echtgenote geeft, zegt die verontwaardigd: 'Ik ben zijn secretaresse niet.’ ATT, lachend: 'Ik geloof in de gelijke rechten van mannen en vrouwen. De boerinnen in Mali zijn de spil van het dagelijks leven, om hen draait alles. Tijdens de revolutie van 1991 hebben de vrouwen een belangrijke rol gespeeld, ze hebben hun echtgenoten aangemoedigd de straat op te gaan, te demonstreren.
Europa heeft Afrika een slecht imago gegeven, het Afrika Banania. Europa dacht dat Afrika beter zou worden van haar aanwezigheid. In het Westen koestert men rare denkbeelden over Afrika, het land van de krokodillen, de pygmeeën, de Idi Amins en de Bokassa’s. Als iemand tientallen jaren naakte negers ziet op de televisie, of negers met peniskokers, kan zo iemand vervolgens niet normaal over ons denken.
Jan Pronk heeft veel bijgedragen aan de andere beeldvorming over Afrika. Wij hebben de buitenlandse steun hard nodig, ook al komt er geld binnen door onze katoen en ons goud. De Nederlandse hulp gaat direct naar de bevolking, er zijn goede projecten. Het Chinese spreekwoord zegt: het is beter iemand te leren vissen dan hem vis te geven. Je hebt natuurlijk ook buitenlandse steun aan Afrika die via dictators en kleptocraten naar kastelen in Frankrijk en banken in Zwitserland verdwijnt. Onze grootste rijkdom zit echter niet in onze grondstoffen, maar in onze democratische cultuur. Als je die verliest zijn het goud en de katoen ook niets meer waard.’
Was u op de hoogte van de meest recente staatsgreep?
ATT: 'Nee. Ik was in het buitenland. Ik ben generaal, maar ik voer geen direct militair commando meer over het leger. Als de legertop of de president mij om militair advies vraagt, geef ik dat. Maar als de minister van Defensie, die ik feitelijk zou moeten gehoorzamen, mij een onprettig voorstel doet, val ik terug op mijn status van voormalig staatshoofd en kan ik weigeren. Ik kan goochelen met die twee titels en dat bevalt mij heel goed. Vaak wordt gedacht dat ik een van de machtigste mannen ben in Mali. Als dat zo was, zou de situatie nu heel anders zijn. Helaas. Ik heb de sleutels niet in handen.’