MEDIA

Good old Doctor Spock

We zijn nog maar nauwelijks bekomen van Amy Chua’s memoires, Strijdlied van een tijgermoeder, of we worden overspoeld door een volgende opvoedkundige hype van over de oceaan.

Ook deze golf is in gang gezet door een boek van een commercieel uiterst behendige auteur, Pamela Druckerman, in Amerika verschenen onder de veelzeggende titel Bringing Up Bébé: One American Mother Discovers the Wisdom of French Parenting, in het Nederlands creatief vertaald als Franse kinderen gooien niet met eten. Beide boeken zijn weliswaar gebaseerd op persoonlijke ervaringen en observaties, maar gaven in de publiciteit onmiddellijk aanleiding tot met veel aplomb geponeerde waarheden en generalisaties – van een soort waar Diederik Stapel alleen maar van kan dromen.

Uit het tumult rond deze publicaties zou je kunnen afleiden dat veel Amerikaanse ouders, maar ook opvoedkundigen en politici, als het gaat om de opvoeding van kinderen, ten prooi zijn gevallen aan een diepe, collectieve onzekerheid. We lijken lichtjaren verwijderd van de tijd dat de altijd evenwichtige en vertrouwenwekkende kinderarts Benjamin Spock aan beide zijden van de oceaan de scepter zwaaide. ‘Dr. Spock’ was decennia lang een begrip, een instituut, dankzij zijn The Common Sense Book of Baby and Child Care, dat hem vlak na de oorlog in één klap wereldberoemd maakte en waarvan bij zijn dood in 1998 meer dan vijftig miljoen exemplaren in bijna veertig talen waren verkocht. Hele generaties groeiden op aan de hand van zijn vaak eenvoudige adviezen, die hij in elke opvolgende druk aanpaste aan de heersende tijdgeest.

Het contrast kan eigenlijk niet groter zijn. Waar Dr. Spock ouders vooral aansprak op hun eigen ervaringen en intuïties – ‘U weet meer dan u denkt te weten’ – surfen mediagenieke auteurs als Chua en Druckerman op de golven van de mede door hen zelf gecreëerde paniek en onzekerheid, aangejaagd door kranten, tijdschriften en televisieprogramma’s die daar vers brood in zien. Zo bracht The Wall Street Journal in januari vorig jaar, bij wijze van voorpublicatie, een uiterst suggestieve selectie van Chua’s boek Battle Hymn of the Tiger Mother. De kop erboven was veelzeggend: ‘Waarom Chinese moeders superieur zijn’. Dat was niet de boodschap van het – sterk autobiografische – boek, zoals Chua, hoogleraar rechten aan Yale, later keer op keer probeerde duidelijk te maken, maar toen was de beer al los.

Het stuk was nog niet verschenen of de discussies laaiden hoog op. Terwijl de een zich afvroeg of ‘westerse’ ouders geen voorbeeld zouden moeten nemen aan het hoge ambitie­niveau van de Chinese pedagogie, die van het kind altijd en overal een maximale inzet vraagt, spraken anderen van ‘kadaverdiscipline’ en zelfs psychische mishandeling. Ook de politieke en economische dimensies van het vraagstuk bleven niet onbesproken. Het duurde niet lang of het boek reikte tot de tweede plaats op de bestsellerlijst van The New York Times. Ook Nederland werd door de hype geraakt: volgens het tijdschrift voor opvoeding J/M was tijgermoeder Amy Chua vorig jaar de meest geciteerde opvoedkundige in de Nederlandse media. En nu zijn er dan de Franse moeders, die het allemaal beter zouden weten en kunnen, als we tenminste mogen afgaan op de journaliste Pamela Druckerman. Bringing Up Bébé, dat begin dit jaar verscheen, volgde in de media dezelfde weg als dat van de Tijgermoeder, inclusief een hoge ranking op de bestseller­lijsten. Drucker­man, die eerder furore maakte met Lust in Translation, een vergelijkend onderzoek naar het fenomeen overspel, een studie waarin Frankrijk er ook al gunstig uitsprong en de VS werden bestempeld als ‘de slechtste plaats om een buitenechtelijke verhouding te beginnen’, verdiende met haar boek zelfs een nominatie als een van de ‘Time 100 meest invloedrijke mensen van 2012’.

De vraag is of de bovenmatige of zelfs buitensporige aandacht die boeken als Chua’s Tijgermoeder en Druckermans Franse kinderen weten te genereren, uitsluitend het gevolg is van commerciële handigheid. Er moet toch ook iets zijn als de spreekwoordelijke ‘vruchtbare aarde’, in dit geval de bijna pathologische onzekerheid en bezorgdheid waaronder veel Amerikanen gebukt lijken te gaan wanneer het om hun kinderen gaat. Maar juist vanuit dat perspectief is het schrijnend te moeten vaststellen dat er, ook in deze verkiezingen, zo weinig aandacht is voor de belabberde condities waaronder grote groepen kinderen opgroeien.

Anders gezegd: Franse kinderen zijn blijkbaar interessanter dan de realiteit, die de laatste decennia voor veel Amerikaanse kinderen alleen maar harder is geworden. En dan gaat het niet om de gebrekkige peuteropvang, maar om het groeiend aantal kinderen dat onder de armoedegrens leeft, en het falende onderwijssysteem met aan de ene kant ontelbare bijna failliete openbare scholen en aan de andere kant privé-instellingen waarvoor exorbitant hoge schoolgelden moeten worden betaald.