Marente de Moor

Gooi weg dat geweten!

Het is werkelijk een mooie scène, die eerste filmopname uit 1889 van Louis Le Prince. Ik kende hem nog niet. Je ziet (ik zag hem op YouTube) twee vrouwen en twee mannen in een tuin, bij de uitbouw van een huis, een trapje van het huis naar de tuin. Een van de vrouwen heeft een veer op haar hoed, een van de mannen draagt een hoge hoed. De man zonder hoed loopt wat houterig heen en weer, de andere figuren stappen op de plaats. Dan is het na twee seconden alweer voorbij. Het begin van de filmkunst.

Medium marente de moor

Marente de Moor zag het blijkbaar een keer en ze zag dat het goed was. Ik hou van zulke romans, een schrijver komt iets tegen, leest er eens wat meer over, slaat er nog wat boeken op na, niet te veel, want een schrijver is geen wetenschapper en er moet genoeg ruimte overblijven voor het trage gedroom dat toch ook altijd een onderdeel van schrijven is. En dan blijkt dat er meer verbazingwekkends te vinden is rond die scène. De maker ervan verdween op een dag en kwam niet meer terug. Wat gebeurde er? En wat gebeurt er voor die scène en wat kwam erna? Kortom, je hebt een roman in handen en het schrijven kan beginnen. Hopen dat het lukt.

De Moor heeft tijdens (of wie weet voor) het schrijven geaarzeld tussen farce en fictionele reconstructie en wist uiteindelijk een gelukkige verbinding tot stand te brengen. Ze verspreidt door de roman allerlei dikgedrukte, vaak geestige of dwaze, al of niet door haar verzonnen advertenties uit kranten en tijdschriften van rond 1900. Ze staan enigszins los van de verhaallijn, maar leggen mooie verbanden met de tamelijk opgewonden sfeer die destijds bestaan moet hebben rond een stortvloed van uitvindingen. Fotografie, de film, de grammofoon, de zetmachine, gehoorapparaten, gezondheidspillen et cetera. Alles leek mogelijk.

‘Tors uw heimwee niet mee, gooi weg dat loodzware geweten! Met het glutineuze memoriaal bepaalt u voortaan zelf wat u onthoudt. Makkelijk mee te nemen en met iedereen te delen. Verkrijgbaar in kleur (35 franc) en zwart-wit (20 franc).’ Wie wel eens gebladerd heeft door oude periodieken herinnert zich de opgewonden toon van dit soort advertenties. Laat het oude achter u, doe mee aan het nieuwe!

De schrijfster laat onnadrukkelijk zien dat er een ware concurrentieslag gaande was tussen uitvinders, patentbureaus en tussenfiguren die een centje wilden meepikken. Ze schreef een fraaie scène over Alexander Bell die net op tijd een octrooi over telefonie wist binnen te slepen. ‘Bell had nauwelijks iets bruikbaars in handen toen hem het patent werd verleend. Elisha Gray was al verder, maar kwam twee uur na Bell op gladde zolen, met wapperende pandjas, het octrooibureau binnen gestoven, te laat! Twee uurtjes maar!’

Ik voelde mezelf denken: ja, schrijven kun je, maar wat heeft dit nu allemaal met dat verhaal van die verdwenen filmer te maken?

Lekker schrijven is dit! Het geeft haar roman iets vrolijks, zonder dat je het gevoel krijgt dat ze neerkijkt op die halve garen die van illusies een bedrijf probeerden te maken. Thomas Alva Edison zet ze met enig sardonisch genoegen neer als een tamelijk egocentrische moneymaker die geen concurrentie op zijn terrein duldde. Maar ook haar fantasierijke invulling over het leven van Le Prince krijgt een vrolijke, lichte toets die van geschiedenis iets opgewekts maakt.

De Moors stijl leent zich prima voor dit onderwerp. Ze houdt van een mooie stijl, zonder dat het al te mooiig wordt. Ze geeft haar zinnen, als ze al te journalistiek dreigen te worden, steeds net even een eigenaardige of fraaie of rare draai. Ze houdt van literatuur en dat wil ze laten merken ook. ‘Misschien was ze van slag door de wind die haar als een treuzelende hinkepoot bleef voortduwen.’

Treuzelende hinkepoot? Kan dat wel? Ja, dat kan. ‘Terwijl hij daar zat te wachten, met zijn oogleden op half zeven en knarsend op de kiezen in zijn kaken, kwam er een vrouw binnen.’ Dat hoor je en je ziet het ook nog voor je.

Soms laat ze zich te lang meeslepen door haar schrijfplezier dat ze het liefste aan de lopende band wil demonstreren. We krijgen bijvoorbeeld een lang inkijkje in de denkwereld van de vrouw van Edison, haar jeugd, haar verlangen, haar angsten. Dan blijft De Moors schrijversoog langer dan nodig hangen aan ‘mooie’ tafereeltjes, met veel precieuze details erin. Dan krijg je scènes waarbij ik mezelf voelde denken: ja, schrijven kun je, maar wat heeft dit nu allemaal met dat merkwaardige verhaal van die verdwenen filmer te maken? Hoe gaat het nou verder met de held? En met zijn zoon? En met die rare priester waar ik veel meer van wilde weten?

Ik begreep het wel, soms wil je als schrijver uitstellen en ik moet natuurlijk niet zo ongeduldig zijn. Ook haar gelukkig niet uitvoerige filosofische bespiegelingen over film en het stilzetten van de tijd gleden langs me heen, die had ik al veel vaker bij anderen gelezen en toen vond ik er ook al niks aan.

Maar ik klaag niet, dit is al met al een fijne roman. Wat een plezier kun je erin vinden, en wat is het leuk om een roman te lezen van iemand die er gewoonweg erg veel zin in had iets moois te maken. Een film, een tuinscène in Roundhay.

Marente de Moor
Roundhay, tuinscène
Querido, 276 blz., € 19,95