TONEEL

Gooien met stoelen

Relache

Op de vloer van ruwhouten planken staan iets uit het midden twee schragen die niets schragen, wat gestapelde stoelen waarop niemand zal zitten en een kleine tafel met een antiek bakelieten telefoontoestel dat al tijden dood lijkt. Het spul staat in de weg.

De toneelspeler Matthias de Koning maakt een aantal keren rechtsvoor een zwiepende handbeweging naar linksachter, haalt dan zijn schouders op en heft de armen in een kan-niet-gebaar. Kort erna wordt duidelijk wát er niet kan: een diagonale loop, ooit, begin negentiende eeuw, een revolutie in het klassieke toneelspelen. Maar diagonalen, die kunnen hier dus niet. Want die schragen, stoelen en dat tafeltje staan in de weg. Een ramp lijkt niemand het te vinden. Maar het is wel vastgesteld. De eerste avond bij Relache van Maatschappij Discordia leidt die vaststelling tot onderhandelingen over of en zo ja hoe en wanneer die meubels mogen worden verplaatst. De tweede avond dat we er zijn begint toneelspeler Jan Joris Lamers plotseling met schragen en stoelen te gooien. Beide avonden wordt het ‘probleem’ vooraf, tijdens en na de handeling besproken via de bakelieten telefoon. Wie er aan de lijn is (herstel: wie men speelt dat er aan de lijn zou kunnen zijn) blijft een raadsel. Iemand in ieder geval met het gezag om te beslissen dat ‘het’ niet door kan gaan vanavond, met de toevoeging ‘misschien’.

Ook zoiets: er zijn luiken. Die worden middenvoor neergegooid, ongeveer op de plaats waar vroeger in een toneelvloer het souffleurshok was. Het openen van die luiken leidt tot hilariteit. Dat is ook het geval met het uitslaan van stropdassen. Of het onder mekaar uitpulken van twee onhandig over elkaar aangetrokken broeken. De avonden die Relache heten, hebben sowieso een grimmig-vrolijk karakter, uitgelaten, balorig, maar steeds met de licht verschrikte blik over de schouder na een iets té gulle lach. Misschien heeft dat van doen met de toevoeging ‘met Franz Kafka – die er is’ op het affiche. De schrijver is er inderdaad, niet opdringerig overigens, veel herlezen waarschijnlijk, ontmoet misschien, mee gelachen vermoedelijk. ‘We stoppen onze oren dicht met de was van vrolijkheid. Ik huichel vrolijkheid om erachter te verdwijnen. Mijn lachen is een muur van beton.’ Kafka in gesprek met Gustav Janouch. ‘De greep naar de wereld is een greep naar binnen.’ Bijna alle voorstellingen van Discordia gaan daarover.

Relache als titel klinkt als een vertrouwde reeks aanmaningen: ontspannen, verpozen, niet spelen. Op Franse toneelaffiches is het de aanduiding van dagen waarop er geen voorstelling is. Met hier steeds de toevoeging: misschien. Alles in de reeks voorstellingen, waarvan Relache de twaalfde is, ademt ‘misschien’. Alleen al het noemen van het woord ‘volgorde’ leidt hier tot een uitbarsting van schier oud-testamentische woede. Toneelwoede, dat wel. Een woede die niet zonder genade en mededogen is en altijd vol schrik over de gordiaanse knopen waaraan ieder schepsel voortdurend wordt blootgesteld. En als de geheimzinnige figuur die ergens aan de bakelieten telefoon bij elkaar wordt getoneelspeeld plotseling een gezagsdrager van een of ander toneelmuseum lijkt, die verordonneert dat de uitdragerij op de speelvloer in zijn uitstalkast gaat worden ingemetseld, dan dendert er een associatie door het hoofd van deze toeschouwer. Iemand moet deze kunstenaars belasterd hebben, want zonder dat ze iets kwaads hadden gedaan werden ze op een avond bijeengedreven. En daar, nu spelen ze of de schoonheid ervan afhangt. Wat zo is. Zij hangt ervan af. Voor minder doen ze het niet.


Relache, Maatschappij Discordia, 15 en 16 april Toneelschuur Haarlem, 10 t/m 12 mei Theater Kikker Utrecht, 17 en 18 mei Rotterdamse Schouwburg. www.maatschappijdiscordia.nl