Gorazde een daad van agressie

Eindelijk gebeurde en dan iets. De Navo vloog over Gorazde. Het mocht niet baten. Branka Novakovic van het blad Pacifik en Srdjan Dvornik van het blad Arkzin berichten uit Belgrado en Zagreb.

BELGRADO De burgeroorlog in Bosnie heeft iedereen bovenal doen beseffen dat geen misdaad zo groot is of hij kan worden overschaduwd door een nog veel grotere wandaad: dat verkrachting, massamoord en ‘etnische zuivering’ geen grenzen kennen en dat elke ontwikkeling hoe spectaculair ook kan worden overvleugeld door een nog dramatischer en onwaarschijnlijker gebeurtenis. De Navo-luchtaanvallen bijvoorbeeld.
Met het bombardement op de Servische posities nabij Gorazde viel de Navo voor de eerste keer sinds haar oprichting in 1949 gronddoelen aan buiten haar oorspronkelijke invloedssfeer. Enige decennia eerder had dit tot een wereldoorlog en een nucleaire catastrofe geleid; vandaag de dag bewijst het enkel hoe ver en gevaarlijk de internationale gemeenschap zich laat meeslepen zonder dat zij in staat is om de vicieuze cirkel te doorbreken.
De gemiddelde inwoner van Belgrado lijkt zich niet druk te maken. Het leven gaat zijn gewone gang, ondanks alarmerende berichten van de staatstelevisie dat de hele wereld zich tegen de Serviers heeft gekeerd en dat zelfs Belgrado kan worden aangevallen. Er zijn sinds het uitbreken van de oorlog al zoveel van dit soort dreigementen geuit. Steeds meer mensen realiseren zich dat het leven in Bosnie voor niemand eenvoudig is en dat geweld niks zal oplossen. De man in de straat voelt zich machteloos tegenover de ontwikkelingen en hij weet dat, wat hij ook doet of nalaat, de sancties tegen zijn land van kracht zullen blijven totdat anderen van mening zijn dat het tijd wordt om ze op te heffen.
Natuurlijk hebben alle politieke partijen en veel vooraanstaande personen in Servie hun meningen geventileerd over de Navo-aanvallen. Die komen vooral neer op veroordelingen: 'Een daad van agressie tegen het hele Servische volk’. De oppositiepartij Burger Alliantie stond vrijwel alleen in haar standpunt dat de Bosnisch-Servische leiders de levens van de plaatselijke bewoners onnodig in gevaar hadden gebracht en toch enige twijfel hadden gewekt over hun bedoelingen met Gorazde.
Maar iedereen was het erover eens dat het Navo-besluit tot bombardementen geen verstandige politieke zet was. De Kleinjoegoslavische autoriteiten beschouwden de aanvallen als een welkome aanleiding om de correspondenten van Agence France Presse en CNN alsmede twee andere verslaggevers wegens 'onevenwichtige verslaggeving’ het land uit te zetten: de Servische minister van Informatie zei dat hij dit al bij minstens tien eerdere gelegenheden had kunnen doen. En de directeur van TV Servie voegde daar veelbetekenend aan toe dat CNN en AFP bij het verspreiden van hun leugens over Servie en de Serviers waren geholpen door journalisten uit Belgrado, die schrijven voor het weekblad Danas (Zagreb), het dagblad Oslobodjenje (Sarajevo), het weekblad Vreme (Belgrado), het dagblad Borba (Belgrado) en NTV Studio B (Belgrado). Is dit het voorspel voor een sterkere persbreidel en het begin van een zelfcensuur bij de media?
Op dit moment wordt er in Servie ook op grote schaal campagne gevoerd tegen de Soros Stichting, met als argument dat de stichting onwettig is en de verraderlijke onafhankelijke media steunt. Sinds haar oprichting in 1991 heeft de stichting van de Amerikaan van Hongaarse origine George Soros medicijnen aan ziekenhuizen geschonken ter waarde van meer dan negen miljoen dollar. De stichting helpt duizenden vluchtelingen en verleent talloze humanitaire en andere diensten. Het is de enige buitenlandse stichting die grote projecten steunt op het gebied van cultuur, hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in het door de blokkade getroffen Servie en Montenegro, en die honderden van hun wetenschappers en kunstenaars in staat stelt om deel te nemen aan internationale conferenties en culturele manifestaties.
Het inzetten van de Navo-luchtstrijdkrachten in Gorazde heeft -net als ieder ander gebruik van geweld- het proces dat volgens velen op het punt van slagen stond, alleen maar vertraagd. Het heeft de machteloosheid en het onvermogen van de internationale gemeenschap aangetoond: de belegeraars kunnen verdere aanvallen verwachten, zonder dat de belegerden daaruit enige hoop kunnen putten dat het eind van hun lijden nabij is. De toestand kan nog verder verslechteren en hoe dan ook zal de enige echte verbetering pas komen wanneer alle drie de partijen plus de externe betrokkenen beseffen dat geweld niet de manier is om puin te ruimen. De enige weg om het probleem op te lossen loopt via de onderhandelingstafel. En hoe eerder dat gebeurt, hoe beter.