Gordelroos

Door af te geven op de elite doen Maxime Verhagen en Charlie Aptroot mee aan het spelletje van Wilders. Dat is minder onschuldig dan ze misschien denken.

IK WEET NIET hoe het u vergaat, maar ik vind meelopers vaak erger dan het origineel. Waarschijnlijk omdat er iets van lafheid schuilt in hun gedrag. Zeker als het dan ook nog overlopers zijn.
Toen Maxime Verhagen, vice-premier van het CDA in het minderheidskabinet en toch al vele jaren behorend tot de politieke elite, half januari meende zich af te moeten zetten tegen de PVDA door de sociaal-democraten te versmallen tot de grachtengordel die niet weet wat er onder de rest van de bevolking leeft, schoot ik dan ook overeind. Jee, kijk nou, Maxime probeert ook te profiteren van het elite-bashen dat zo populair is op het moment. Want grachtengordel staat in Nederland synoniem voor elite.
Ook VVD-Kamerlid Charlie Aptroot, eveneens al jarenlang deel uitmakend van de Haagse elite, deed onlangs een duit in dat zakje. Wie de kilometergrens op de drukke Nederlandse snelwegen uit oogpunt van veiligheid en milieu wil handhaven op 120 kilometer per uur, is ineens elitair. Zoals inmiddels ook het in twijfel trekken van langere gevangenisstraffen en het vraagtekens zetten bij de bezuinigingen op cultuur wordt afgedaan als kritiek van de elite.
Het is allemaal afgekeken van het huidige origineel, de gedoogpartner van Verhagens CDA en Aptroots VVD: PVV-leider Geert Wilders, die het op zijn beurt heeft afgekeken van wijlen Pim Fortuyn.
Bij Wilders ligt het woord elite vooraan in de mond bestorven. Dat was al toen hij nog lid was van de VVD. In het pamflet waarmee hij in 2005 de opmaat gaf voor zijn vertrek uit die partij schreef hij: ‘Ik wil niet dat een elite van laffe en bange mensen (van welke partij dan ook) dit land nog langer schaakt.’ Daarmee doelde hij op zo ongeveer iedereen in de politiek, behalve zichzelf.
In de rechtszaak die momenteel tegen Wilders loopt, omdat hij met zijn uitspraken zou discrimineren en haat zou zaaien, verweet hij de elite er onlangs van zelfs in oorlog te zijn met de eigen bevolking: 'Door heel Europa, niet alleen in Nederland maar in heel Europa, vechten de multiculturalistische elites een totale oorlog uit tegen hun bevolkingen. Met als inzet de voortzetting van de massa-immigratie en de islamisering, uiteindelijk resulterend in een islamitisch Europa - een Europa zonder vrijheid: Eurabië.’
Je afzetten tegen de elite is van alle tijden, er daadwerkelijk tegen in opstand komen een terugkerend verschijnsel in de geschiedenis. We zijn er momenteel via de moderne en traditionele media getuige van in menig Arabisch land. Daarbij vergeleken valt de opstand tegen de elite in ons land in het niet. Ik ben zelfs geneigd te zeggen dat de opstand hier de macht van de Nederlandse elite weerspiegelt. Maar even zo goed worstelt de politiek er al jaren mee en maakt menig politicus zich er zorgen over. Niet alleen over wat het voor de eigen positie of partij betekent, dat zou pas echt elitair zijn, maar ook over wat het voor het land voor gevolgen kan hebben.
De vraag die mij intrigeert is waarom er in het Nederland van nu zo'n voedingsbodem is voor het je afzetten tegen 'de elite’, dat een deel van de politieke elite puur uit electoraal winstbejag er zelf aan mee is gaan doen. Hoe is het zo ver gekomen dat een Verhagen en een Aptroot proberen de kiezer voor zich te winnen door hun opponent te beschuldigen van elitair gedrag? Dat ze menen dat verder argumenteren dan niet meer hoeft. Alsof argumenteren op zichzelf al elitair zou zijn. Of schuilt daarin al een deel van het complexe antwoord?
Het antwoord schuilt in ieder geval deels in de verandering in Nederland als gevolg van de immigratie. Wilders exploiteert, in navolging van Fortuyn, de voedingsbodem die is gelegd doordat de politiek lange tijd de gevolgen van de komst van immigranten in Nederland negeerde. De bewoners van de wijken waarin de immigranten gingen wonen, voelden zich niet gehoord door de bestuurlijke elites. Daar is de afgelopen tien jaar echter flink verandering in gekomen: alle partijen zijn strenger en harder geworden ten aanzien van immigranten vergeleken bij tien jaar geleden.
Maar inmiddels laat Wilders het niet bij het exploiteren van die voedingsbodem, hij bemest die ook door één groep immigranten, de moslims, af te schilderen als een grote bedreiging voor onze cultuur en onze welvaart, en door iedereen die dat anders ziet neer te zetten als elitair. Waarom lukt hem dat, althans gemeten aan zijn door opiniepeilers voorspelde succes volgende week bij de Provinciale Statenverkiezingen, waarin de PVV wel eens de tweede partij van het land kan worden?
Een deel van het antwoord is volgens mij: omdat argumenten en feiten er bij een deel van de kiezers niet toe lijken te doen, maar gevoelens des te meer. Vooral gevoelens van onbehagen - en die zijn er te over.
Soms zijn die gevoelens die van een verwend nest. Cultuurhistoricus en publicist Thomas von der Dunk zei ooit dat de politiek dan moet zeggen: 'U zeikt. U bent het probleem.’ Maar het onbehagen vindt ook zijn voedingsbodem in de hufterigheid op straat, in de ingewikkeldheid van allerlei procedures en regels, in de onzekerheid over werk, de oude dag en de toekomst van de kinderen, zeg maar in de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat het niet meer beter wordt dan het was.
Wat is er in zo'n klimaat makkelijker dan de schuld voor dit alles te leggen bij De Ander, in dit geval de moslimimmigrant? En vervolgens bij degenen die daarin niet meegaan en die af te schilderen als elite? Aan dat spelletje doen de Verhagens en Aptroots mee als ze afgeven op de elite. Dat is minder onschuldig dan ze zelf mogelijk denken.