Gordiaans

Met zijn Actieprogramma Werken in de Zorg probeert CDA-minister Hugo de Jonge voor veel meer personeel te zorgen. Helaas staat die sector er niet zo best op.

Weer worden we gemiddeld ouder en weer doen we dat gemiddeld genomen met minder lichamelijke ongemakken, zo maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek begin deze week bekend. Maar die ongemakken komen uiteindelijk wel, alleen op gemiddeld genomen latere leeftijd. Daardoor groeit de behoefte aan personeel in de zorg dus toch gewoon door.

Als de huidige trend doorzet, zou in 2040 een op de vier werknemers in de zorg werken, schreef minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid vorige week.

Een kwart. De rest is dan over voor al het andere werk in de samenleving dat ook gedaan moet worden. Stel je dat eens voor! Dat kan niet. Maar dat schreef de cda-minister er niet letterlijk bij in zijn Actieprogramma Werken in de Zorg. De Jonge, die de verzorging en verpleging in zijn portefeuille heeft, moet nu al gedaan zien te krijgen dat er voldoende personeel is in de zorg. De komende vier jaar zijn er per jaar veertigduizend mensen nodig. Eind vorig jaar stonden er echter al ruim 28.000 vacatures open.

De zorg heeft dan ook niet zo’n goede naam. De vele ontslagen in de thuiszorg en het verdwijnen van de verzorgingstehuizen als gevolg van de bezuinigingen in de afgelopen jaren heeft het aanzien van het beroep verpleegkundige of verzorgende geen goed gedaan.

Om nog maar niet te spreken over de hoge werkdruk, mede veroorzaakt door het moeten invullen van eindeloos veel formulieren. En natuurlijk speelt ook het personeelstekort een rol. Eén televisie-item over een luier van een oudere die al uren niet is verschoond en de hele sector staat er weer slecht op.

Maar nu is er dus dat actieprogramma van de nieuwe minister. Die kan zijn borst nat maken. Want er is kritiek.

Waarom de actie beginnen met een imagocampagne, zegt SP-Kamerlid Maarten Hijink. Volgens hem wordt werken in de zorg pas weer fijn als er meer personeel is. Dan volgt het imago vanzelf, wil hij maar zeggen. De vicieuze cirkel begint al te draaien.

pvda-collega Sharon Dijksma mist een elementair onderdeel in het actieplan: een hoger salaris. Ook wil ze dat er betere arbeidscontracten komen, contracten die het personeel meer zekerheid bieden. Daar schort het in de zorg vaak aan.

De komende vier jaar zijn er jaarlijks veertigduizend mensen nodig

In het actieprogramma van de minister zit een vorm van salarisverhoging: de oproep om meer uren per week te gaan werken. In de zorg werken veel mensen in deeltijd. Tegen een paar uur meer werken kan een gewone salarisverhoging van een paar procent niet op.

Maar een vertegenwoordiger van werkgevers in de zorg vertelt me dat dit lastiger is dan het lijkt. Veel verzorgenden en verplegenden zijn vrouw. Met thuis de zorg voor kinderen. En vaker dan anderen daarnaast ook nog mantelzorgtaken voor derden. Het zorgen zit ze echt in het bloed, zeg maar.

Voeg daarbij dat in de thuiszorg de werkuren veelal in de vroege ochtend of in de avonduren vallen, en iedereen kan uittekenen dat deze vrouwen dat niet gaan volhouden. Dan zijn ze op wat uren slaap na de rest van de dag in touw voor anderen, betaald én onbetaald. De vicieuze cirkel begint trekken van een gordiaanse knoop te vertonen.

Minister De Jonge zet in zijn actieprogramma ook in op technische innovatie: zelf je bloedspiegelwaarden prikken en bijhouden in je eigen persoonlijke gezondheidsomgeving (pgo), waar collega-minister Bruno Bruins nu in investeert, op je eigen telefoon. Scheelt een hoop administratie voor derden.

Maar, zo zegt de vertegenwoordiger van de werkgevers, zorg blijft voor een groot deel ook mensenwerk. Een luier verschonen, helpen met douchen, een praatje maken bij een kopje koffie. Dat vergt handen en als die handen betaald moeten worden, kost het ook veel geld. Dus voorziet hij dat mensen tot op nog hogere leeftijd thuis moeten blijven wonen en mantelzorg een nog hogere vlucht zal gaan nemen. Maar niet alleen in de zorg is de vraag naar meer personeel en meer uren werken groot. De knoop draait zich vaster en vaster.

Tijdens een debat in de Tweede Kamer had minister De Jonge het onlangs over nieuwe tussenvormen van wonen. Dat gaat over ouderen die te goed zijn voor het verpleeghuis, maar die toch niet meer alleen zouden moeten wonen, vanwege eenzaamheid, geen boodschappen meer kunnen doen of het risico van vallen. En met als voordeel minder zorgkosten als ze samen in een complex wonen.

Met dat woord ‘tussenvormen’ krijgt de minister pvv-Kamerlid Fleur Agema steevast op de kast. Eerst de verzorgingstehuizen afschaffen en dan nu iets gaan verzinnen dat erop lijkt! Had die verzorgingstehuizen dan met de tijd mee laten bewegen, vindt zij, dan had je nu niet het wiel opnieuw hoeven uitvinden. Ik merk dat zij daar meer en meer medestanders voor krijgt. Al is het leed, het afschaffen van de verzorgingstehuizen, ondertussen al geschied.

Met tussenvormen wordt in Den Haag gedacht aan ouderen die zelf een corporatie opzetten of samen een groot huis kopen en daarin gaan wonen. Maar daar moet je dan niet mee wachten tot je aan de zorg toe bent. Of te oud. Want, zo vertelt de werkgeversvertegenwoordiger me, dat zelf regelen is nog niet zo makkelijk. Ontstonden om die reden niet ooit de bejaardenhuizen?

Als u weet hoe de knoop te ontwarren, ideeën zijn welkom. De zorg zit erom te springen. En u, nu of straks, ook.