Tentoonstelling

Gotcha!

Tentoonstelling: Inventieve krantenkoppen

De Britse staatssecretaris voor Immigratiezaken werd onlangs uit zijn functie ontheven omdat enkele beslismedewerkers, soms zelf illegaal in het land verblijvend, verblijfsvergunningen aanboden voor seks. Op het vasteland zou een dagblad het nieuws hebben gebracht onder de kop: «Seksaffaire kost minister de kop». Niet in Engeland. Zo vatte The Sun de affaire speels samen met «Out on his assylum». Een bezoek aan een Britse krantenkiosk zorgt immer voor een lach dankzij het inventieve-koppensnellen bij de tabloids, en in toenemende mate bij de kwaliteitskranten. Vanwege de afhankelijkheid van de losse verkoop, ruim twaalf miljoen per dag, kan een Britse krant zich geen saaie voorpagina veroorloven. «The editor’s baby» moet humoristisch zijn, een beetje ridicuul en karakteristiek. Grootmeester in dit spel was Kelvin MacKenzie, als hoofdredacteur bij The Sun verantwoordelijk voor memorabele krantenkoppen als: «Gotcha!» («Hebbes!», na het tot zinken brengen van de Begrano in de Falklands-oorlog), «Mine Führer» (over de mijnwerkersleider Arthur Scargill), «Freddie Star Ate My Hamster» (over het originele sandwichbeleg van een komiek), «It’s Paddy Pantsdown» (over de overspelige politicus Paddy Ashdown) en «Up Yours Delors» (boodschap aan de toenmalige EU-president). De schreeuwlelijk onder de Britse kranten is dan ook oververtegenwoordigd bij de tentoonstelling Front Page: Celebrating 100 Years of the British Newspaper in The British Library, georganiseerd door de jarige Britse dagbladenunie en gesteund door Newsnight, het actualiteitenprogramma waarin Jeremy Paxman of een zijner collega’s de dag altijd afsluit met een olijke blik op «tomorrow’s front pages».

De tweehonderd geëxposeerde voorpagina’s vormen niet alleen een kladversie van de moderne geschiedschrijving, ze tonen ook de popularisering van de kranten. Tot in de jaren zestig, toen kleureninkt en vrouwelijk naakt werden ontdekt, stonden er op de gemiddelde voorpagina van de Daily Mirror of de Daily Herald (voorloper van The Sun) meer woorden dan op de hedendaagse cover van The Times. De tabloids zijn inmiddels totaal gefixeerd op schandalen rond bekende politici, voetballers, vrouwen van voetballers en leden van het koningshuis (bij de opening had de organisatie dan ook een alternatieve route voor de vorstin uitgestippeld). Ondertussen zijn de kwaliteitskranten steeds meer op hun ondeugende broertjes uit the street of shame gaan lijken. Ze zijn vrijwel allemaal ingekrompen tot tabloidformaat, brengen op de voorpagina steeds vaker slechts één verhaal en hebben celebrities ontdekt. Waar de deftige Sunday Telegraph op 31 juli 1966 twee kolommen wijdde aan de Engelse verovering van de voetbalwereldbeker («London goes wild after England cup triumph»), daar werd een soortgelijke overwinning van de rugbyers, drie jaar geleden, over de volle breedte gebracht.

Hoewel de krantenoplagen niet meer zijn wat ze geweest zijn – de grote belangstelling onder jongeren voor Front Page is echter een hoopgevend teken – is de pers nog altijd van grote invloed, onder meer op de politiek. Dat werd duidelijk op de verkiezingsdag van 1992, toen The Sun het kalende hoofd van Labour-leider Neil Kinnock in de vorm van een gloeilamp afbeeldde, naast de kop «If Kinnock wins today, will the last person to leave Britain please turn out the lights». Nadat Kinnock tegen de verwachtingen in verloren had, kopte MacKenzie: «It was The Sun wot won it». Bij Labour heeft dit zo traumatisch gewerkt dat Tony Blair er alles aan zou doen om The Sun aan zich te binden. Tijdens het formuleren van beleid is nu uiteindelijk één ding echt van belang: de voorpagina’s van de volgende dag. Het voorkomen van koppen als «Nightmare on Downing Street» werd vorig jaar onderschreven door Blairs beslissing om de herordening van zijn kabinet een dagje uit te stellen. Reden? De politieke chef van The Sun had een golfafspraak.

Front Page: Celebrating 100 Years of the British Newspaper

The British Library

tot 8 oktober; toegang gratis