Sport

Goud

Soms ben je blij dat je geen chauvinistische natuur hebt. De afgelopen week, bijvoorbeeld. Want. Tafeltennisteam kansloos ten onder. Kanis grijpt naast medaille. Plankzeiler Bouman klaar. Honkballers weer onderuit. Coster/Coster verspeelt podiumplaats. Schuil/Nummerdor naar huis. VS vermorzelt softbalvrouwen. Veldhuis stelt opnieuw teleur. Bos en Mulder klaar. Argentinië is Nederland de baas. Bos valt en is uitgeschakeld. Opgave Schellekens-Bartels.
In de aanloop naar de Spelen had je de sterke verhalen: dat we aardig wat edelmetalen plakken zouden halen. De Spelen zouden een succes worden voor Nederland: met de stalen spieren van Epke en de aanvalslust van de brutale Marianne.
Het werd falen.
Zonder tegenslag en kwalen zouden we op velden en in zalen, met stokken en over palen de oranje ster doen stralen.
Het werd falen.
Smith blijft achter in kogelfinale. Opnieuw honkbal- en softbalverlies. Oranje-mannen falen op wielerbaan. Van der Geest snel klaar. Uilenhoed kan niet imponeren. Harmes kan naar huis. Deceptie voor Marleen Veldhuis. Boersma/Ronnes in herkansing onderuit. Lijesen, Van Aggele niet in halve finale. Regen, regen, regen. Huizinga geklopt. Canada overklast softbaldames. Holland Vier uitgeschakeld. Honkballers onderuit tegen Taiwan. Lips sluit eventing af als vijftiende. Elmont grijpt naast het brons. Weer verlies voor Boersma/Ronnes. Kromowidjojo uitgeschakeld. Schermster Angad-Gaur onderuit. Kadijk en Mooren kansloos. Geen finales voor turnster Harmes. Nederlaag voor Boersma/Ronnes. Geen succes in zwemseries. Elmont snel uitgeschakeld.
Verliezen is niet fijn. Falen is balen. Maar erger nog dan de mislukte prestaties zijn de commentaren van de atleten na afloop. Verbijsterend. Stel je voor, heb je net in de kwartfinale verloren van een onbekende tegenstander en is je hele Olympische droom aan diggelen, en dan komt er een camera voor je staan, met een meneer met een microfoon, en dan zeg je: ach, ik heb gedaan wat ik kon. Er zat niet meer in. Ik kon niet harder. Vandaag in elk geval niet. Volgende keer beter.
Het Nederlands falen is een ander falen dan bijvoorbeeld Amerikaans falen. Er is berusting. We zien een vlakke lamlendige overgave aan het lot, een zouteloos zich neerleggen bij de nederlaag. Een dodelijk ‘volgende keer beter’, terwijl er geen volgende keer is op de Spelen. Nu of nooit, en niet: later nog misschien.
‘Ik weet niet hoe het komt. Tussen de oren misschien. Ik heb gedaan wat ik kon. Het was mijn dag niet. Ik heb geen verklaring.’
Geen verklaring. Liever een lullige verklaring dan geen verklaring: liever vogelpoep op de baan dan: ik weet niet waar het aan ligt.
‘Krrkk’, schokschouderde ze vertwijfeld.
‘Hhhmmmwmmhuhh’, berustte ze in haar lot en besefte dat ze over vier jaar te oud en te slecht zou zijn om nog mee te kunnen in het internationale sportgeweld.
‘Zzzhittt’, zat ze bij de pakken neer.
‘Pffflrrt’, besefte hij dat er niets aan te doen was.
En dan, on top of it all, zegt Hans van Zetten, de beste sportcommentator van de Spelen, over Epke Zonderland, de indrukwekkendste Nederlandse sporter op de Spelen: ‘U zag het falen van Epke Zonderland.’
Het falen. Van Epke Zonderland.
‘Fail again, fail better’, schreef Beckett.
Het shot van bovenaf is het ergst. Dramatisch. We zien Epke een fenomenaal vluchtelement uitvoeren en in perfecte houding weer terugkomen om te landen aan de rekstok. Zijn handen spreiden zich, zijn armen zijn mooi gestrekt, hij grijpt de stok, hij grijpt de stok niet, niet helemaal – we zien magnesium opstuiven, we zien Epke’s rechterhand wegglijden, de stok past niet tussen de vingers, en de linkerhand kan de schok van de val niet pareren en moet ook loslaten. Een tiende seconde duurt het, maar het lijken minuten: de paar meter van de rekstok naar de grond, naar het helblauwe kussen dat de klappen moet opvangen. Uit vogelperspectief zien we Epke vallen, en vallen en vallen, en ten slotte gestrekt op het blauw landen. Er stuift weer wat magnesium op.
Vier jaar trainen, vier jaar leven alleen voor je sport. Dan lig je daar. Epke dacht op dat moment waarschijnlijk: niets. Hoe zou hij iets kunnen denken?
Je merkt dat het je meer doet dan je zou willen. Dat je er ‘ziek’ van bent. Dat je het beeld van Epke op die blauwe vloer niet uit je hoofd krijgt. Dat je chagrijnig wordt na weer een teleurstellende prestatie. Je voelt je bijna persoonlijk beledigd. Gelukkig ben je niet chauvinistisch. Stel je voor.
Foppe: we komen voor goud.
Tafeltennisteam kansloos ten onder.