Goud, coke en malaria

De regering-Venetiaan verkocht het regenwoud nog stukje bij beetje. De huidige, Bouterse-gezinde NDP-regering houdt grondig uitverkoop. Ruim de helft van het Surinaamse grondgebied is al in concessie. Een paar mensen worden daar zeer rijk van. Met de binnenlandbewoners wordt geen rekening gehouden. Tijd om de koppen bij elkaar te steken. Zoals in het dorpje Pikin Slee. ..LE PIKIN SLEE - In de open vergaderzaal van het bosnegerdorp Pikin Slee aan de Boven-Surinamerivier wisselen het Engels en het Saramakaans elkaar af. Op het podium staat een schoolbord, waarop een verticale slinger is getekend met aan weerszijden rondjes. Het moet de kronkelige rivier en de dorpen in het stroomgebied voorstellen. Met symbooltjes zijn omliggende jachtgebieden en kostgronden aangegeven. Alsof er aardrijkskundeles gaande is. De aandachtig luisterende dorpsvertegenwoordigers weten echter wel beter.

Het is een workshop ‘grondenrechtenbewustwording’, gegeven door mensenrechtenadvocaat Fergus Mackay uit Londen namens het Forest Peoples Program. De workshop is een warming-up voor de krutu (stamvergadering) die de volgende dag belegd zal worden. Het voortbestaan van de dorpen wordt bedreigd als gevolg van nieuwe hout- en mijnconcessies die inbreuk maken op de rechten van de binnenlandbewoners.
Het regenwoud is voor de Surinaamse afstammelingen van gevluchte slaven zowel cultureel als religieus van levensbelang. Elk dorp heeft een gebied nodig met een straal van dertig kilometer voor de jacht, de visvangst, medicinale planten en bouwmaterialen, en voor het aanleggen van kostgronden. De bewoners wassen zich in de rivieren. Voor drinkwater zijn ze aangewezen op de zijkreken. Het woud herbergt de plekken waar de doden worden begraven en heilige riten worden gehouden.
MET VIJFDUIZEND inwoners is Pikin Slee, prachtig gelegen aan een brede bocht van de ruisende Boven-Surinamerivier, het tweede grootste dorp van de bosnegerstam der Saramakaners. Het is alleen per korjaal bereikbaar. De vreemdeling verdwaalt er makkelijk tussen al die op elkaar lijkende hutten met hun daken van palmbladeren. Door de lage waterstand is aan de overkant een aanlokkelijk zandstrand ontstaan. Waar de wal als in een vallei metershoog is, leidt een stenen trap naar de 'wasplek’ waar vrouwen - vaak halfnaakt - hun kleren en kookgerei wassen of vissen vangen. Kinderen spelen er geheel naakt rond.
In het dorp worden pinda’s en groenten geplant, maar de echte kostgronden liggen kilometers ver weg. Pikin Slee is een 'heidens’ dorp. Dat wil zeggen: er is geen kerk, de mensen doen aan obia en winti-rituelen. Bij de dorpsentree staat een azan pau, een soort poort van verdorde, jonge bladeren van de palmboom. Wie van buiten komt, moet er onderdoor 'om meegenomen kwaden te weren’. Geiten zijn niet welkom, want die kunnen onheil over het dorp afroepen. In de loop van de geschiedenis is Pikin Slee enkele malen verplaatst omdat er een kunu (vloek) op het dorp kwam te rusten als gevolg van doodslag. Populair is de s‰k‰ti, een ceremonie waarbij vrouwen zingen over hun teleurstelling of blijdschap, terwijl anderen eromheen ritmisch in de handen klappen en schuifelend dansen. Kortom, Pikin Slee zit vol authentieke cultuur en religie.
DAT DREIGT allemaal verloren te gaan als er geen halt wordt toegeroepen aan de uitgifte van hout- en mijnconcessies. Een handvol 'politieke topfiguren en hun vrienden’ wordt daar puissant rijk van. Zo hebben Bouterse en enkele andere militaire kopstukken als Boerenveen en Linscheer in korte tijd concessies voor zichzelf of anderen weten te vergaren. Harvey Naarendorp, minister van Buitenlandse Zaken tijdens de militaire jaren tachtig en nu ambassadeur in Trinidad, bezit samen met zijn neef Henk zes hout- en goudconcessies onder de naam NaNa (Naarendorp & Naarendorp) Resources. De Javaanse leider 'Stille Willy’ Soemita maakte reeds onder de vorige regering-Venetiaan de weg vrij voor de Indonesische houtkapmaatschappij Musa. De hindoestaanse Mungra-clan heeft op zijn beurt Beryaya binnengehaald. Ivan Graanoogst, regeringsadviseur en rechterhand van Bouterse, wordt genoemd als contactman van nieuwkomer Barito, dat na het bezoek van president Wijdenbosch aan Indonesi‰, in oktober 1997, een concessie kreeg toegewezen voor de exploratie van zeshonderdduizend hectare.
Werd onder de regering-Venetiaan het regenwoud stukje bij beetje verkocht, onder de huidige, Bouterse-gezinde NDP-regering is er sprake van een totale uitverkoop. Meer dan de helft - volgens sommigen veel meer - van het Surinaamse grondgebied is reeds in concessie, hetzij voor exploitatie, hetzij voor exploratie. Voor alle uitgiften geldt: de binnenlandbewoners worden behandeld alsof zij niet bestaan.
Dus zullen zij zichzelf zichtbaar moeten maken. Daartoe leert advocaat Mackay hun hoe ze hun 'jacht- en leefgebied’ in kaart kunnen brengen. Hij vertelt de dorpelingen dat hun recht op land internationaal wordt erkend op grond van 'bezetting en gebruik’ en dat de landkaarten daarbij als 'officieel document’ dienen. Hij raadt zijn gehoor aan 'gezamenlijk’ een kaart te maken, om te voorkomen dat concessies een wig drijven tussen de dorpen. Ter verduidelijking tekent hij hoekige vierkanten tussen de rondjes, veegt ze weer uit om vervolgens een ruime, grillige cirkel om het hele stroomgebied te trekken. Zijn toehoorders betuigen hun instemming.
'Het niet erkennen en respecteren van de grondenrechten is een schending van internationale mensenrechtenverdragen’, zegt Mackay. Voor de binnenlandbewoners lijkt er alleen nog redding mogelijk als de OAS (de Organisatie van Amerikaanse Staten) of de VN Suriname dwingt de grondenrechten te respecteren. De Trio-indianen zijn ver gevorderd met hun landkaarten en claimen bijna heel Zuid-Suriname. 'Het is misschien niet helemaal realistisch, maar het is een startpositie in de onderhandelingen’, zegt Mackay.
DE VOLGENDE OCHTEND galmt het geroffel op de apintidrum door het dorp ten teken dat de krutu gaat beginnen. De vergaderzaal loopt vol, voornamelijk met mannen. Vrouwen en kinderen kiezen een bescheiden plaats bij de ingangen. Vooraan zitten de in panji’s geklede basja’s, die in rang op de dorpskapiteins volgen. Tegenover hen, met hun rug naar het podium, de 'dorpsoudsten’. Op het podium zitten bijna bewegingloos de dorpskapiteins, twee rijen dik. In hun bruine petten en kleurige gewaden, netjes in de houding, lijken ze urenlang te wachten tot er een staatsiefoto wordt gemaakt.
Buiten wappert de nationale vlag. De openingsrituelen beginnen met een plengoffer, dat de voorouders 'goedgezind’ moet houden. Omdat er in de krutu ook christelijke dorpen vertegenwoordigd zijn, volgt er een reeks gebeden en wordt er voorgelezen uit een Saramakaanse vertaling van de bijbel. Pas na een uur, na het volkslied en andere gezangen, mogen de kapiteins ombeurten van wal steken. Als een van hen het woord voert, richt hij zich tot een basja, die tussendoor steeds bevestigend antwoordt: 'Ja ja, dat klopt, u liegt niet, zo is het.’ Dankzij het ritme kan ieders aandacht worden vastgehouden.
Tacoba - een andere nieuwkomer onder de houtkapbedrijven die de gemoederen flink bezighoudt - is binnengehaald nadat Bouterse vorig jaar triomfantelijk met fooigiften uit China terugkeerde. Het bedrijf heeft een houtconcessie en twee 'incidentele’ kapvergunningen gekregen, samen goed voor meer dan honderdvijftigduizend hectare.
In het geval van Tacoba werden dorpelingen plotseling geconfronteerd met talloze 'Chinese Chinezen’, met wie ze niet kunnen communiceren, en met gewapende mannen die hun verbieden de kostgrondjes open te kappen. De Chinezen poepen er, tegen alle hygi‰nische regels in, overal lustig op los, zegt de kapitein van een 'ingekapseld’ dorp met trillende stem.
Er ontstaat een sfeer van radeloosheid. Veel aanwezigen geloofden het eerst niet, maar nu horen ze het van stamgenoten. Niet meer naar de bossen kunnen gaan is hun grootste angst. Triest genoeg is de directe aanleiding voor de krutu het feit dat 'zelfs’ granman (stamhoofd) Songo Aboikoni achter de ruggen van zijn onderdanen om een goud- en kapconcessie heeft aangevraagd voor het gebied.
'EÇn ding moet duidelijk zijn’, zegt de kapitein van Pikin Slee met krachtige stem, 'wij zijn niet van plan nog eens voor dit bos te vechten. Dat hebben onze voorouders al gedaan.’ Een andere dorpskapitein: 'We zijn niet helemaal uit Afrika gehaald om hier opnieuw verkocht te worden.’
De beroering groeit als wordt meegedeeld dat er binnenkort na tien jaar weer een 'herregistratie’ van de jachtgeweren zal plaatsvinden. Wie geen geldige vergunning heeft, moet dan 'voorlopig’ zijn jachtgeweer inleveren. Vrijwel niemand beschikt nog over een geldige vergunning. Een van de aanwezigen wijst op de 'ware bedoeling’: met de herregistratie worden de binnenlandbewoners 'bij voorbaat krachteloos’ gemaakt, indien de toestand rond de grondenrechten mocht escaleren. 'Deze regering is niet dezelfde als de vorige van twee jaar geleden’, zegt hij, verwijzend naar de militaire achtergrond van de NDP. 'Dan moeten ze maar hier naartoe komen om ons te arresteren en onze jachtgeweren in beslag nemen’, klinkt het strijdvaardig uit de zaal.
Tegen de avond, als de krutu is afgesloten met de s‰k‰ti-dans en de apintidrum, heerst er nog steeds ongeloof over de situatie. Men heeft besloten een delegatie naar de granman te sturen en hem te vragen of hij daadwerkelijk 'in het belang van zijn mensen’ heeft gehandeld, zoals hij beweert.
ALS DE KRUTU - waarbij iedere kapitein zijn zegje mocht doen - exemplarisch is voor de slagvaardigheid waarmee de bosnegers tegengas willen geven, dan moet het ergste worden gevreesd. Het tempo waarin kapbedrijven de bomen vellen en de snelheid waarmee goudzoekers rivieren en kreken vervuilen en vergiftigen met zware metalen, ligt vele malen hoger.
De Indonesische kapbedrijven beweren 'duurzaam’ te werken. Dat is, gezien hun slechte reputatie, zeer twijfelachtig. Musa is vanwege zijn 'destructieve’ kapmethode in eigen land onder curatele gesteld. Beryaya is van de Solomon-eilanden verbannen wegens 'poging tot omkoping van regeringsfunctionarissen’. En Barito was betrokken bij de illegale kap van gemeenschapswoud in Zuid-Sumatra.
Duurzaamheid blijkt ook in de Surinaamse praktijk een loos trefwoord. 'Het is de taak van de overheid de productie te controleren, maar er gaat zoveel smeergeld over en onder de tafel dat daar niets van terechtkomt’, zegt een natuurbioloog. Volgens hem levert Bouterse 'persoonlijk en als tussenhandelaar’ boomstammen aan Musa.
'De praktijk is hit and run’, bevestigt bosbouwkundige Roy Hilgerink van de afdeling Bostoezicht van ’s(Lands Bosbeheer (LBB). Deze overheidsdienst is belast met de controle, maar beschikt zelf over slechts drie terreinwagens. In het bos worden wegen aangelegd zonder verkenning vooraf. Stuit men op een zwamp, dan wordt een andere kant op gebulldozerd. Soms moeten complete heuvels plaatsmaken. Kreken worden gedempt, waardoor 'stuwmeertjes’ ontstaan en stukken bos 'afsterven’. 'Dat is de praktijk die ik vooral bij Musa zie’, zegt Hilgerink, die luchtfoto’s laat zien.
Hilgerink omschrijft de situatie van de buitenlandse houtkappers als 'uitbuiterij’. 'Die jongens krijgen een kettingzaag en worden in het woud aan hun lot overgelaten. Ze halen zo veel mogelijk bomen neer, omdat ze per kuub worden uitbetaald. Later blijkt dat veel hout wordt afgekeurd.’
Terwijl enkele individuen dus erg rijk worden van de concessies, vloeit er nauwelijks iets in de Surinaamse staatskas. De bedrijven hebben een 'tax-break’ van vijf jaar gekregen, vrijstelling van belasting. De uit 1947 daterende heffingen zijn door de hyperinflatie meer dan achterhaald. Per boomstam geldt nog steeds een gemiddelde 'retributie’ van vijf Surinaamse guldens, ongeveer twee cent. Vorig jaar toucheerde LBB 2,7 miljoen Surinaamse guldens aan retributie. 'Daar kun je niet eens een auto van op de weg houden’, zegt Hilgerink. Hij vertelt dat een topfunctionaris, die bijklust als houthandelaar, er belang bij had een voorstel tot verhoging van drie dollars per stam 'in zijn bureaulade te stoppen’.
DOOR DE GOUDDELVERS is de situatie dus acuut zorgelijk geworden. Rivieren en kreken raken in hoog tempo vervuild. Nabij het dorp Nieuw Koffiekamp wordt ge‰xploreerd door de Canadese bedrijven Golden Star en Cambior. Golden Star heeft in Guyana de grootste giframp sinds twintig jaar op zijn conto staan. In 1995 verdween alle leven uit de Omai-rivier nadat het zeer giftige cyanide na een dambreuk in het water was terechtgekomen.
De goudvoorraad in Nieuw Koffiekamp wordt geschat op 2,4 miljoen ounces. Ook in dit mijngebied worden bewoners genegeerd in hun grondenrechten en geweerd door gewapende lieden.
In het binnenland van Suriname houden zich momenteel duizenden 'garimpeiros’ op. Op de werkwijze van deze individuele Braziliaanse goudzoekers, die voor tweehonderd dollar een vergunning kregen, is 'totaal geen controle’. 'Die losse goudzoekers veroorzaken een ecologische ramp’, zegt Hilgerink. 'Ik ben wat mining betreft een leek, maar als je vanuit de lucht al die verkleurde rivieren ziet, dan weet je dat er iets goed mis is. En dankzij de wegen van de houtkappers wordt het bos voor deze goudzoekers gemakkelijk ontsloten.’
De garimpeiros worden in Guyana en Brazili‰ met inzet van het leger verjaagd, maar in Suriname kunnen ze net als de houtkappers 'doen en laten wat ze willen’. Sterker nog: in het Marowijnegebied in Oost-Suriname, dat naar schatting de grootste goudvoorraad herbergt, zijn zelfs legerfiguren betrokken. Dit gebied van de Aukaners staat bekend als 'goud, coke en een hoop malariagevallen’.
DESI BOUTERSE verzekerde de binnenlandbewoners tijdens zijn verkiezingscampagne in 1996 dat zijn NDP de verkoop van het regenwoud een halt zou toeroepen. Goedgelovig gaven ze massaal hun stem aan de NDP.
Nu blijkt Bouterse een sluwe vos die de passie preekt. Het binnenland wordt regelmatig voorzien van gereedschap, cassaveraspen, buitenboordmotoren, lichtaggregaten en telecommunicatieposten. 'Maar dat zijn zoethouders’, zegt Hugo Jabini (35), afdelingsvoorzitter van de NDP in het Boven-Surinamegebied. 'Intussen wordt er voor miljarden Surinaamse guldens uit het bos weggesleept, waarbij hooguit twintig bosnegers worden ingezet tegen een mager salaris.’
Jabini beklaagt zich ook over de onderwaardering van de bosnegers bij de regeringsformatie. 'Niemand van ons is minister of onderminister geworden. De topmannen komen soms met veel drank en eten langs om te feesten, maar echt de kans om met ze te praten, krijgen de bewoners niet.’ De krutu is belegd mede op instigatie van Jabini, die de slinkse praktijken van granman Aboikoni openlijk aan de kaak wil stellen. Zeer revolutionair, want naar Saramakaanse traditie is het not done handelingen van het stamhoofd openlijk te bediscussi‰ren.
Jabini’s revolutionaire houding wordt zelfs de NDP te veel. Daags na de krutu is hij op het matje geroepen. 'Ze verwijten mij dat ik politiek bedrijf, maar het enige wat ik wil is open zijn en mijn mensen bewust maken van hun grondenrechten. Als kleine man mag je in Suriname geen eisen stellen.’ Jabini zegt de NDP niet te willen afvallen. 'Maar als onze belangen in gevaar komen, dan zullen ze mij op hun weg vinden. Dan moet ook niemand vreemd opkijken als er gewapende escalaties in het binnenland ontstaan. Als de mensen hun rechten niet via normale wegen kunnen krijgen, dan dwing je ze tot radicale acties.’