Verkiezingsstrijd in Suriname

Gouden bergen in de jungle

Een ziekenhuis, een nieuwe school, een weg naar Paramaribo. In aanloop naar de verkiezingen van 25 mei wordt de inwoners van Albina en Moengo van alles beloofd. Maar er is nog veel oud zeer.

Ooit was Albina - grensplaatsje en tevens de hoofdstad van het district Marowijne - een geliefde badplaats. Het stadje was befaamd om zijn witte zoetwaterstranden tegen de achtergrond van wuivende palmen en fraaie, statige houten landhuizen. ‘Nu is Albina een vergeten gat’, vindt John Samuel. Het strand, vol lege petflessen, blikjes en ander afval, biedt een mistroostige aanblik. In elke conversatie over Albina dat ongeveer 3500 inwoners telt, valt na een paar zinnen al snel het woord 'oorlog’. Na de Binnenlandse Oorlog (1986-1992), zoals de strijd tussen bevelhebber Desi Bouterse en zijn vroegere lijfwacht Ronnie Brunswijk genoemd wordt, was er van Albina weinig meer over. De oorlog denderde er als een bulldozer overheen en liet het in rookpluimen achter.
Bewoners, bevreesd voor hun hachje, staken massaal de grensrivier Marowijne over naar buurland Frans-Guyana. Niet alleen die van Albina maar ook de andere inwoners van het Marowijnedistrict renden voor hun leven. Het leger veegde in de zoektocht naar Brunswijk en zijn mannen hele dorpen van de kaart. Brunswijk en zijn Jungle Commando’s kozen militaire maar ook economische doelen: de bauxiet-, palmolie- en houtindustrie, maar ook water- en elektriciteitsvoorzieningen werden beschoten en gebombardeerd. Het Jungle Commando blies bruggen op en vernielde de weg naar het oosten om militairen de pas af te snijden. Dit alles om Bouterse te dwingen verkiezingen uit te schrijven, aldus Brunswijk zelf.
Ook de tienjarige John Samuel ontvluchtte zijn woonplaats Moengo. Moengo telt ongeveer tienduizend inwoners en is de tweede stad in het district. Eens was het een welvarend mijnwerkersstadje met fris geschilderde huizen, luxe winkelmagazijnen, een bioscoop, zwembad en zelfs golfbaan. Ook daar is niet veel meer van over. Het is een verpieterd buurtschap, waar 'weinig te beleven valt’, sombert een van de Surinaamse reisgidsen. Bovendien is er weinig economische bedrijvigheid meer. In de goede oude tijd bood bauxietmaatschappij Suralco werk aan zo'n 2200 werknemers. Nu is dat aantal drastisch geslonken tot een paar honderd.
Samen met zijn moeder week John uit naar de 'overkant’, zoals Frans-Guyana steevast aangeduid wordt. Terecht, bleek later. Zijn moeder, een tante van Ronnie Brunswijk, werd gezocht door het leger; de vrouw die men aanzag voor zijn moeder werd gedood. Jarenlang verbleef John Samuel in een van de Franse vluchtelingenkampen die in allerijl uit de grond gestampt werden. Toen in 1992 een vredesakkoord was bereikt, keerde het merendeel weer terug naar Suriname, maar velen bleven. In kleurige motorbootjes pendelen ze heen en weer tussen Albina en het Franse havenstadje Saint-Laurent. Vaak hebben ze een huis in Frans-Guyana, maar doen zaken in Suriname.

Pal voor het gebouw waarin het politiebureau en het districtskantoor van Albina gevestigd zijn, hangt een banner met zijn portret. Levensgroot. 'Stem ndp, Iwan John Samuel no 2 op de lijst van Marowijne’, luidt de slogan. Op zijn auto prijkt de leus 'Gi wan betre Marwina’ - voor een beter Marowijne. Na de vrede en het herstel van de democratie kwam de wederopbouw langzaam op gang. Te langzaam. Als John Samuel spreekt van een 'vergeten gat’ bedoelt hij dat Albina aan zijn lot is overgelaten. Niet alleen Albina, het hele district.
Het is vooral de ideologíe van Bouterse’s Nationaal Democratische Partije (ndp) die hem aanspreekt, zegt hij. Kijk, wijst hij naar de banner met daarop de kernwoorden: veiligheid, werkgelegenheid, onderwijs, sociaal-economische ontwikkeling. Dat na stabiliteit - dat is stabiliteit. Het partijprogramma in een notendop.
Of speelt vooral pragmatisme een leidende rol bij de keuze voor deze partij? Eerder ving Samuel bij de partij van zijn neef Brunswijk bot met zijn plannen voor een werkgelegenheidsproject in Moengo: een rumfabriek. Bij de partij van Bouterse denkt hij meer kans te maken om zijn project te realiseren. De werkloosheid in Moengo en Albina is groot. Exacte cijfers heeft hij nu niet paraat, maar ongeveer een op de drie volwassenen heeft geen werk in Marowijne, schat hij. Hij heeft de stellige overtuiging dat de ndp van Desi Bouterse, die deel uitmaakt van de Megacombinatie, het beter zal aanpakken dan de huidige Nieuw Front (nf)-regering onder leiding van president Ronald Venetiaan.
'Wat gebeurd is, is gebeurd. Dat kun je niet terugdraaien’, zegt John. Bouterse is een van de hoofdverdachten in het 8 december-strafproces, dat nu plaatsvindt in Suriname. 'Iedereen maakt fouten in zijn leven.’ 'Mijn moeder steunt me’, verzekert hij desgevraagd: 'Ik ben haar zoon.’ Denkt hij dat Bouterse als hij de verkiezingen wint, wat waarschijnlijk is, de rechtszaak zal proberen stop te zetten? 'Geen idee. Ik laat dat allemaal over aan de justitiële macht.’
’s Avonds is er een kleine vergadering in het café van uitbaatster Heroina. Mocht een bezoeker haar naam vergeten zijn, die staat voor de zekerheid in blauwe letters op haar arm getatoeëerd. Heroina, zelf geen Surinaamse, is de ndp gunstig gezind. Haar café is van verre al herkenbaar aan de paarse ndp-vlaggen. Binnen hangen paarse slingers aan het plafond die glinsteren in zon- en avondlicht. Het is de vaste ontmoetingsplek voor de partijleden. De organisatoren en propagandisten praten en petit comité wat er nog geregeld moet worden voor 25 mei.
In Albina zijn vijf stembureaus. De kiezers worden de komende dagen nogmaals opgeroepen hun identiteitskaart in orde te maken. Zonder die kaart worden er geen stembiljetten verstrekt. Maandag komt er propagandamateriaal uit Paramaribo: T-shirtjes, petjes en specimen: voorgedrukte stembiljetten waarop aangekruist wordt op wie de achterban straks moet stemmen. Op alle stembureaus zijn de partijen aanwezig die kandidaten hebben in het district. De propagandisten van de partij proberen zwevende kiezers op het laatste moment over te halen op hun partij te stemmen; de anderen controleren of de telling wel eerlijk verloopt als de bureaus gesloten zijn.
Sommige kiezers komen van heinde en verre. Elke partij heeft eigen bussen en boten waarmee de achterban gratis vervoerd wordt. Veel mensen uit dit district hebben immers een schamel inkomen, een bus- en bootreis is een aanslag op de huishoudpot. John Samuel regelt vervoer vanuit Frans-Guyana. Daar wonen maar liefst vijftienhonderd kiezers die de Surinaamse nationaliteit hebben, John zelf woont daar ook. 'Niet alleen de organisatoren en propagandisten, ook de oudjes en de mensen die van ver komen moeten koffie en wat te eten krijgen als ze gestemd hebben’, vindt een van de aanwezige vrouwen. Er wordt geklaagd dat het hoofdbestuur in de stad geen goede berekening heeft gemaakt: er is te weinig geld beschikbaar voor rijst. En een maaltijd zonder rijst is geen maaltijd!

met zijn partij denkt John Samuel twee van de drie districtszetels binnen te slepen en anders hoopt hij via voorkeurstemmen in het parlement gekozen te worden. Reëler is echter dat neef Ronnie die twee zetels behaalt. Die is zijn campagne al vroeg en met verve begonnen. Ook in Albina wapperen de vlaggen van zijn partij en rijden knalgele campagneauto’s rond met daarop de tekst: 'Brunswijk, king of Marowijne’. De flanken van de auto zijn beschilderd met zijn beeltenis. Vanonder zijn cowboyhoed kijkt Brunswijk de kiezer lachend aan.
In zijn woonplaats Moengo is Brunswijk populair. Tijdens een campagne in het nabijgelegen Ricanaumofo, acht kilometer boven Moengo, wordt hij inderdaad als een vorst binnengehaald. 'Moesjes’ - zoals oudere Surinaamse vrouwen genoemd worden - hangen om zijn nek. Als een koning paradeert Brunswijk langs de houten huisjes van het dorp over de oranjekleurige paden en zwaait. Dit is duidelijk een thuiswedstrijd. 'Wij willen Ronnie’, roepen de moesjes. Zijn A-combinatie maakt deel uit van de huidige regering en leverde maar liefst drie ministers. Omdat de A-combinatie te laat was met het indienen van de kandidatenlijsten in de districten Paramaribo, Wanica en Para - samen goed voor 27 zetels - mag ze daar niet meedoen aan de verkiezingen. Brunswijk wist op het nippertje de deadline te halen. Door een helikopter te charteren was hij net op tijd in zijn eigen district. Omdat de kansen op regeringsdeelname nu aanzienlijk geslonken zijn, was de deceptie onder de achterban groot. In een land waar men het doorgaans met de tijd niet zo nauw neemt, werd er nu schande van gesproken dat de A-combinatie er niet in was geslaagd op tijd de kieslijsten in te leveren. Eerder stelde Brunswijk nog vol bravoure dat hij tien tot elf zetels zou binnenhalen, waarmee de combinatie een interessante coalitiepartner zou kunnen vormen voor de winnaar van de verkiezingen. Ik denk vijf zetels, zegt hij nu deemoedig, als de vraag hem wordt voorgelegd.
Men ontkent het, maar toch wordt politiek in Suriname vaak bedreven op basis van etniciteit. De A-combinatie komt op voor de marrons: nakomelingen van gevluchte plantageslaven die zich destijds diep in het oerwoud vestigden om zich te verschuilen tegen aanvallen van de blanke kolonisator. Ook Brunswijk is een marron. Net als John Samuel trouwens. Samen met de indianen, die tegenwoordig inheemsen genoemd willen worden, vormen de marrons de bewoners van het binnenland. De inheemsen hebben geen eigen partij. Een deel van hen vond dat de marronpartijen het best hun belangen zouden kunnen behartigen. Maar na het debacle met het inleveren van de kieslijsten overwegen sommigen nu over te stappen naar de Megacombinatie, zodat hun stem niet verspild wordt en ze gehoord zullen worden in het parlement. De nummer 1 op de lijst van de Megacombinatie in dit district is de inheemse Ramses Kajoeramari: het dorpshoofd van Galibi.
Brunswijk kan in elk geval verzekerd zijn van de nodige steun van de marrons in zijn eigen district, Marowijne, maar daarbuiten valt nog een wereld te winnen. Vandaag vertrekt hij naar Stoelmanseiland en Drietabbetje in het district Sipaliwini. In Brokopondo, waar veel marrons wonen, probeert de A-combinatie eveneens zieltjes te winnen. Ook de ndp voert van oudsher al vroeg campagne in het binnenland, in de districten waar de A-combinatie actief is. En niet onsuccesvol.
De Nationale Partij Suriname (nps), onderdeel van het nf, was de partij waarop de marrons in het binnenland traditioneel stemden. Tijdens de vorige verkiezingen heeft het nf zetels verloren aan de andere partijen.
'Vorige keer ging het niet goed, we werken eraan om een zetel te behalen’, verzekert David Koina. Hij staat nummer 1 op de lijst voor nf/nps. De voorbereiding voor de massameeting die morgen gehouden zal worden in Moengo is in volle gang. Daarbij zullen de partijtoppers allemaal aanwezig zijn. In bussen vertrekt de aanhang de volgende dag vanuit Albina naar Moengo, gekleed in de kleuren van de nf-partijen. Het groen van de nps en het oranje van de Vooruitstrevende Hervormingspartij (de vhp) overheersen. Partijvlaggen wapperen uit de ramen van de bus.
Het partijcentrum is volledig opgetuigd en versierd. De band speelt al. Ook bussen met aanhang vanuit Paramaribo zijn gearriveerd, zodat de toppers ervan verzekerd kunnen zijn dat ze niet voor een lege zaal staan. Dat zou immers een slechte indruk maken. En twijfelende kiezers moeten niet het idee krijgen dat hun stem uitbrengen op deze partij verspilde moeite is. De band speelt het volkslied, dominee Hewitt spreekt zijn zegen uit en daarna kan het beginnen. De propagandisten zwaaien met hun vlaggen en dansen op de maat van de muziek rond de partijleiders, terwijl die zich naar het spreekgestoelte op het podium begeven.
Officieel is Nederlands de voertaal in Suriname, maar in Moengo zijn de meeste inwoners het Nederlands niet goed machtig. Vandaar dat vanavond in het Surinaams wordt gesproken, de lingua franca van Suriname. Daarnaast spreken de bevolkingsgroepen vaak ook nog hun eigen taal. Vice-president Sardjoe memoreert nog eens hoe mooi Moengo en ook Albina vroeger waren. Hoe dikwijls bracht hij daar niet de weekenden door? Dat was allemaal voordat de Binnenlandse Oorlog uitbrak. Vaak verwijten de binnenlandbewoners de regering dat ze te weinig heeft gedaan om het binnenland weer op te bouwen.

nu belooft het nf de bewoners van Moengo van alles: een nieuw ziekenhuis, een nieuwe middelbare school, volkswoningen voor gezinnen, wat al niet meer. Deze partijcombinatie vormt wat dat betreft geen uitzondering op de andere partijen. Ook die beloven gouden bergen. Kinderen in deze omgeving zijn voor vervolgonderwijs - havo en vwo - aangewezen op de stad. De afstand is te groot om dagelijks op en neer te reizen en niet iedereen heeft het geld om zijn kind naar een internaat te sturen. Reden waarom veel grensbewoners hun kroost op school doen in Frans-Guyana. Vaak zijn de kinderen daar ook geboren. Veel Surinaamse vrouwen steken de grens over op het moment dat ze moeten bevallen. Automatisch krijgen de kinderen dan de Franse nationaliteit en zijn verzekerd van goed onderwijs. Het betekent ook dat ze Frans, maar geen Nederlands leren en dat een baan in Suriname op administratief niveau of hoger niet voor ze is weggelegd.
Voor specialistische medische hulp zijn bewoners van Albina, Moengo en omstreken eveneens aangewezen op een van de ziekenhuizen in Paramaribo. Maar liever consulteren de grensbewoners een specialist in een ziekenhuis in Frans-Guyana dan dat ze de drie tot vier uur durende tocht over de slecht begaanbare weg naar Paramaribo ondernemen. Medische hulp is in Frans-Guyana niet gratis, maar de rekening wordt pas achteraf gepresenteerd. Het bouwen van een ziekenhuis en middelbare school in dit district zou op zich geen slecht idee zijn, maar is het reëel? Haalbaarheidsstudies en becijferingen ontbreken bij alle politieke partijen.
Hameren de oppositiepartijen er vanzelfsprekend op dat de regering niets doet en niets voor elkaar heeft gekregen, de zittende regering op haar beurt geeft hoog op over alles wat er verbeterd is: het voorheen slecht bereikbare binnenland is ontsloten, belangrijke wegen zijn geasfalteerd, er is mobiel verkeer mogelijk, een deel van de poliklinieken en scholen die door de Binnenlandse Oorlog en verwaarlozing in slechte staat verkeerden, is opgeknapt of opnieuw gebouwd, er varen staatsboten, vliegverbindingen zijn verbeterd en minder duur, en ook de malaria is teruggedrongen.
Hoewel Suriname er in vergelijking met een aantal jaren geleden beslist gunstiger voorstaat, valt er op al die pocherij het een en ander af te dingen. Om een paar voorbeelden te noemen: nog steeds is het zo dat er vanuit Albina slechts twee keer per dag een staatsbus naar Paramaribo vertrekt, de staatsboten naar dorpen aan de Marowijnerivier varen onregelmatig, de bibliotheek en het computerlokaal annex internetcafé in het gloednieuwe zogenaamde nucleuscentrum in Albina zijn gesloten. Medewerkers gaven er de brui aan omdat ze nooit salaris kregen uitbetaald. Ook het onderwijs is nog steeds voor verbetering vatbaar: het aantal zittenblijvers is hoog, evenals het schoolverzuim in het binnenland, waaraan ook leerkrachten zich schuldig maken. Kortom: er valt nog genoeg te doen voor de nieuwe regering.

het nf krijgt wel het verwijt campagne te voeren door de Megacombinatie en Bouterse’s ndp te beschimpen in plaats van een helder partijprogramma te presenteren. (Omgekeerd herhaalt Bouterse voortdurend dat deze regering er niets van bakte en hij eindelijk het werk wil 'afmaken’ waaraan hij dertig jaar geleden begon toen hij een staatsgreep pleegde.) Ook vanavond in Moengo wordt er verwezen naar de 8 december-moorden en de Binnenlandse Oorlog. Het wekt soms irritatie en onbegrip bij de jeugdige kiezer, die vanwege het gebrekkige geschiedenisonderwijs op dit punt weinig kennis van zaken heeft.
De leiders van het nf refereren aan de rellen die op Kerstavond plaatsvonden op het industrieterrein even buiten Albina. 'Dat mag nooit meer gebeuren; het land heeft stabiliteit nodig.’ De verwijzing naar de militaire periode is duidelijk. Op Kerstavond kwam Albina in het nieuws, toen er in de buurt van het dorpje Papatam ongeregeldheden uitbraken. Tientallen marrons hakten op Brazilianen in om wraak te nemen, toen ze hoorden dat een Braziliaanse goudzoeker eerder op de dag tijdens een ruzie een vriend van hen, een marron, had doodgestoken. Het nieuws haalde de Nederlandse pers. NRC Handelsblad sprak zelfs van 'Rwandese’ taferelen. Die vergelijking gaat mank, maar veel oudere inwoners van Albina zullen ongetwijfeld hebben teruggedacht aan de Binnenlandse Oorlog bij de aanblik van de ravage die werd aangericht.
Honderden anderen namen de kans waar om een Chinese winkel in de omgeving te plunderen, ze staken hotelpanden, een winkel en auto’s in brand en ook zouden ze Braziliaanse vrouwen hebben verkracht. Verdachten die zijn gehoord en vastgehouden moeten zich binnenkort verantwoorden voor de rechter. De moordenaar is echter nog steeds niet gepakt.
De winkel die geplunderd werd was na een maand al weer open en een deel van de Braziliaanse goudzoekers is teruggekeerd. Ze doen inkopen in de Chinese supermarkt, kopen vlees van de slager, roken een sigaretje en drinken een biertje. Hun vrouwen zitten te keuvelen op een bankje, anderen kijken naar een Amerikaanse speelfilm die nagesynchroniseerd is in het Portugees. Vanuit Albina vertrekken de goudzoekers en hun vrouwen met de boot vol proviand en gereedschap naar de goudvelden in Suriname en Frans-Guyana. Marrons worden ingehuurd om de Brazilianen veilig door de stroomversnellingen te loodsen. Ze hebben elkaar nodig: zonder de marron komt de Braziliaan niet ver, zonder de Braziliaan heeft de marron geen werk.
Hoe kon dit eigenlijk allemaal gebeuren? Het handjevol politiemannen dat ter plekke was durfde niet in te grijpen, bang voor de overmacht van de woedende jongemannen, die waarschijnlijk het nodige gedronken en geblowd hadden. Ook de militaire commandant kon ze niet tot bedaren brengen. De gewapende wachters, die ingehuurd zijn om het terrein te bewaken, evenmin. De gunstige bijkomstigheid van dit alles is dat de politie nu eindelijk de versterking heeft gekregen waarom ze heeft gevraagd, in de vorm van twintig speciaal getrainde politiemannen uit de stad. En met resultaat: sindsdien heeft zich slechts één incident voorgedaan, meldt een van de agenten. Overvallen en berovingen waren voor die tijd veelvuldig aan de orde. Ook heeft Albina na dit incident eindelijk een eigen brandweerwagen. Binnen een maand tijd werd de zo vurig verlangde kazerne die Albina ontbeerde eindelijk afgebouwd.
'Het is de schuld van de overheid’, vindt een van de wachters. De meeste marronjongeren hebben slecht onderwijs genoten en hebben weinig om handen. 'Er is geen buurthuis voor ze, er is niets.’ Politieman Kerny Antomoi bevestigt: 'Ze zijn minder ontwikkeld, niet geschoold. Ze kunnen soms zelfs met moeite hun naam schrijven of een pen vasthouden.’ Door hun ouders worden ze niet gestimuleerd. Volgens Hugo den Boer, leerkracht van de muloschool in Albina en regiocorrespondent voor dagblad De Ware Tijd had men om die reden beter twintig goede leerkrachten kunnen sturen in plaats van politiemannen.


Op 25 mei gaan Surinamers naar de stembus voor de parlementsverkiezingen, die om de vijf jaar plaatsvinden. Het parlement heet De Nationale Assemblee, afgekort DNA. Suriname kent een kiesdistrictenstelsel en is onderverdeeld in tien districten. Suriname telt in totaal slechts een half miljoen inwoners, waarvan het merendeel in de hoofdstad Paramaribo woont. Daar zijn ook de meeste zetels te verdelen: zeventien van de 51. In kiesdistrict Marowijne drie. Bij de vorige verkiezingen won de A-combinatie twee zetels en de Pertjajah Lahur één. Op 25 mei zijn er ook verkiezingen voor de ressortraden, een soort gemeenteraden, die een belangrijke rol spelen bij het kiezen van de president en vice-president. De president wordt in principe gekozen door leden van DNA. Maar als een tweederde meerderheid ontbreekt – wat vaak het geval is – wordt de beslissing overgelaten aan de Verenigde Volksvergadering (VVV), die bestaat uit leden van de DNA, ressortraden en districtsraden. Hier geldt een gewone meerderheid van stemmen.


De verkiezingsstrijd speelt zich hoofdzakelijk af tussen de Megacombinatie – een cluster van partijen waarvan de Nationale Democratische Partij (NDP) van ex-legerleider Desi Bouterse deel uitmaakt– en de partijcombinatie van president Ronald Venetiaan van het Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling, in de volksmond Nieuw Front (NF). Volgens twee recente peilingen is de Megacombinatie de gedoodverfde winnaar en kan NF rekenen op een tweede plaats. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het NF een regeringscoalitie zal vormen met de NDP zolang Desi Bouterse daar de dienst uitmaakt.
Op 25 februari 1980 pleegden zestien sergeanten onder leiding van Bouterse een coup. Aanvankelijk juichten veel Surinamers de staatsgreep toe, in de hoop op betere tijden. De zittende regering had er in hun ogen een potje van gemaakt. Dat veranderde toen het leger op 8 december 1982 vijftien vermeende tegenstanders liquideerde. Op het moment vindt het december-strafproces plaats, maar Bouterse weigerde zich tot dusverre te verantwoorden voor de rechtbank. Hij heeft, in zijn gooi naar het presidentschap, aangekondigd dat hij de rechterlijke macht wil hervormen. Als hij schuldig wordt bevonden, kan de president van het land volgens de huidige minister van Politie en Justitie, Chandrikapersad Santokhi, gratie verlenen.
Ook Ronnie Brunswijk wil president worden; de kans dat hij dat wordt is echter gering. Zijn partij, de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (ABOP) maakt deel uit van de A-combinatie die bij de vorige verkiezingen regeringsmacht verwierf. Brunswijk meent dat híj degene was die destijds de democratie terugbracht in Suriname en Bouterse dwong om verkiezingen uit te schrijven in 1987. In 1986 nam de voormalige lijfwacht van bevelhebber Desi Bouterse de wapens op tegen zijn vroegere baas.