Film: Loro

Gouden peren

Loro heet de nieuwste film van de Italiaanse regisseur en Oscarwinnaar Paolo Sorrentino. ‘Zij’ gaat over Silvio Berlusconi, maar vertelt eigenlijk het verhaal van een slaafse mensheid die zich graag voegt naar de laagste gemene deler, naar Hem.

Toni Servillo als Silvio Berlusconi © Independent Films

Loro, ‘Zij’, de film over het laatste deel van het leven van Silvio Berlusconi, begint met een schaapje dat de treden van een weelderig mediterraan bordes beklimt. De schuifpui van het bungalowcomplex staat op een kier. Het schaapje sukkelt naar binnen en blijft verbaasd op de drempel staan. Een tv-scherm ter grootte van een bioscoopdoek toont de quiz van Mike Buongiorno, een succesnummer van lang geleden uit de begintijden van Berlusconi’s commerciële tv-imperium. De airco aan het plafond schiet automatisch aan en begint te loeien. Het schaapje trilt hevig en stoot nog een klaaglijk mèèèèh uit voor het door zijn pootjes zakt. Gedood door de airconditioning. Welkom in de Villa Certosa van Silvio Berlusconi op Sardinië.

De volgende scène is op een boot. We zien twee mannen aan een tafeltje met gamba’s en kelken champagne. De jongste, de aantrekkelijke, zegt: ‘Maar hoe moet ik het dan doen, om de aanbesteding voor de schoolmensa’s binnen te halen?’ De oudste, een vadsige berg vlees met het aplomb van de provinciale politicus, zegt verveeld: ‘Gewoon, je offerte indienen, net als de anderen.’ ‘Maar dan krijg ik hem nooit!’ zegt de jongste. ‘Dat is hoe het werkt, Sergio’, zegt de vetzak.

Over de azuurblauwe zee nadert een motorbootje. ‘Ah, daar zul je ze hebben’, zegt de jongste opgewekt. Het bootje meert aan en een loeistrak meisje in bikini klimt aan boord. ‘Daar hebben we Candida’, zegt de jongeman. ‘Kom er eens bij zitten, schat.’ Ze doet wat gevraagd wordt. ‘Kun je je bikini uitdoen?’ vraagt Sergio, en als ze aan het bovenstukje begint, zegt hij lachend: ‘Nee, ik bedoelde van onderen. En laat de dottore hier eens zien wat je kunt.’ Candida spreidt haar benen in perfecte spagaat boven de gamba’s, vol zicht biedend op wat de politicus wel, de toeschouwer niet te zien krijgt. ‘Genoeg weer zo, Candida’, zegt de jongeman, ‘doe je benen maar terug.’

‘Niet zo snel!’ zegt de ander terwijl hij in zijn gulp graait. Vervolgens zien we de jonge Sergio die over de leuning van de boot hangt terwijl achter zijn rug met dierlijke geluiden in een paar stoten naar het hoogtepunt wordt toegewerkt. Sergio wacht onverstoorbaar tot de politicus klaar is om zich in het motorbootje te laten zakken. Terwijl de motor start, roept de politicus naar boven: ‘Over die mensa’s, dien gewoon je offerte in, dan komt het goed.’ En weg is hij, een stip aan de horizon. Sergio legt een lijntje coke op de rug van Candida, terwijl hij haar ook nog even van achter neemt. Boven aan haar bilnaad, op haar stuitje, heeft ze een tatoeage van het hoofd van Berlusconi, dat meetrilt op Sergio’s stoten.

En zo gaat het veertig minuten lang door. Een ademloze rush die zwaar doet denken aan het begin van Goodfellas van Martin Scorsese, waarin we de maffioso Henry Hill, gespeeld door Ray Liotta, koortsachtig zien rondrennen en dingen doen die op het eerste gezicht onbegrijpelijk zijn, maar die later in de film hun uitleg krijgen. De acteur die Sergio speelt, de uitstekende Riccardo Scamarcio, lijkt ook nog eens sterk op Ray Liotta. En Sergio is natuurlijk Gianpi Tarantini, de scharrelaar uit Bari die in de zomer van 2008 zijn meestercoup pleegde door de luxueuze Villa Capriccioli op Sardinië te huren, op de heuvel pal tegenover de Villa Certosa van Berlusconi.

Riccardo Scamarcio als Sergio © Independent Films

Gianpi had er al zijn geld in gestoken, de peperdure villa met zwembad, de meisjes die werden ingevlogen uit Bari en op zijn kosten op Sardinië de vakantie van hun leven mochten vieren. In de film zijn het er wel een stuk of vijftig, ze rennen in minuscule bikini’s opzichtig rond het zwembad, dansen, raken elkaar aan, strelen, zoenen. De bedoeling is de aandacht van de buurman aan de overkant te trekken en dat lukt. Zo goed dat Gianpi het jaar daarop de hofleverancier van meisjes mocht worden, voor de net voor zijn derde termijn als premier van Italië benoemde Silvio Berlusconi, die steeds onvoorzichtiger en senieler werd.

Gianpi betaalde zich blauw aan het invliegen van meisjes uit Bari, die in het Italië van Berlusconi ragazze immagine (imago-meisjes) werden genoemd. Dat woord was essentieel. Berlusconi wilde in de waan worden gelaten dat de meisjes spontaan te gast waren in zijn enorme paleis in Rome, Palazzo Grazioli, vlak om de hoek van het Piazza Venezia met het balkon van Mussolini. Met het baldakijnbed, ‘een cadeau van mijn goede vriend Poetin’, zoals Berlusconi er altijd trots bij zei wanneer hij het met zijn ‘verovering’ – of veroveringen – van de avond beklom.

Hij wilde niet weten dat het prostituees waren, want hij was een veroveraar. Veel van de meisjes waren nog maagd, veel van de meisjes hadden problemen thuis die vaak met geld te maken hadden – het enige wat niet gelogen was. En ze vielen voor zijn sympathie, zijn charme, zijn liedjes, zijn anekdotes van ontmoetingen met wereldleiders, en uiteindelijk voor de onweerstaanbaar mannelijke greep waarmee hij de gelukkige van de avond dicht tegen zich aantrok om richting de slaapkamer te schuifelen op de noten van Aznavour of Sinatra. We weten het allemaal in detail dankzij de bandjes van Patrizia d’Addario, een van de ‘meisjes’ (ze was 41 en zat al jaren in het vak) uit Bari die dacht haar grote slag te slaan door het allemaal te registreren met een knullig cassetterecordertje, maar die uiteindelijk alleen als getuige heeft gediend in het mislukte proces tegen Berlusconi.

Hij is nooit veroordeeld wegens zijn roekeloze gedrag als premier die de onderwereld van het kruimelige, straatarme Bari toeliet tot in zijn bed. Mag het? Mag een hard werkende man zich misschien ’s avonds een beetje ontspannen met wie hij verkiest?

Wat lijkt het al weer lang geleden allemaal. Vooral dat het er nog toe deed. Het enige wat overblijft is een mensheid, een tijdperk, een manier van doen. Het tijdperk van de slechte smaak, van de botox, iedereen voor altijd verplicht jong, net als Berlusconi zelf, met het haarimplantaat dat hem in Italië de geestige bijnaam l’asfaltato (‘de geasfalteerde’) heeft opgeleverd.

Het baldakijnbed was ‘een cadeau van mijn goede vriend Poetin’

‘Het tijdperk Berlusconi is een periode geweest van een wanhopig vitalisme’, zei regisseur Paolo Sorrentino (48) toen de film in de Italiaanse bioscopen verscheen. Een film die alle internationale boten heeft gemist, omdat Sorrentino er maar niet uitkwam. Wat nu precies de bedoeling is geweest van het opknippen van de film in twee delen, Loro I en Loro II, het is een raadsel. In ieder geval miste hij er Cannes mee, omdat de directie van het belangrijkste filmfestival ter wereld niet akkoord ging met het feit dat Loro I eind april al in Italië draaide. Cannes wil de première hebben, zoals iedereen weet, zeker Paolo Sorrentino, die vijf keer in Cannes mocht debuteren en er in 2008 de juryprijs won met Il Divo. Terwijl Cannes in mei begonnen was en de hele filmwereld zich daarop richtte, kwam Loro II stilletjes uit in Italië. Samen waren de films drieënhalf uur, een onmogelijke lengte.

Sorrentino heeft er uiteindelijk wel de schaar in gezet en er één film van gemaakt voor de internationale markt, maar ook de tweede grote trein ging aan zijn neus voorbij. De Oscartrein is vertrokken zonder dat het tot tweeënhalf uur teruggebrachte Loro zelfs maar is ingediend bij de Italiaanse voorselectie. Een besluit van de producent, is het enige wat erover werd gemeld. Het waarom werd niet toegelicht, terwijl het toch een opmerkelijk besluit is. Italië’s gouden duo, Paolo Sorrentino en de grote acteur Toni Servillo, in 2014 stonden ze samen op het podium om de Oscar voor La grande bellezza in ontvangst te nemen. Eindelijk hebben ze weer een film samen gemaakt, en je dient hem niet eens in? Vreemd.

Misschien dat het juist de te hoog gespannen verwachtingen waren waaraan Loro heeft geleden. Want op papier kon het niet misgaan. Sorrentino met zijn ironische touch die bij de Andreotti-film Il Divo zo goed werkte. En Toni Servillo die alleen maar even langs de schmink hoeft om wie dan ook perfect en diep ingevoeld neer te zetten. Én dan ook nog eens een film over Silvio Berlusconi, die op zichzelf al een parodie is, de man die een Italiaans tijdperk van een kwart eeuw zeer nadrukkelijk heeft bepaald. Wat kon er misgaan?

Zoveel kansen, zo dicht op de huid van de tijd, het lijkt wel een beetje of Sorrentino erin is gestikt. Of hij niet kon beslissen welke toon zijn film moest hebben, vandaar ook het opknippen in twee delen. Eigenlijk volgt Loro I de Grande bellezza-formule, een caleidoscoop van bizarre mensen en plekken die door snel draaien samenvloeien tot één beweging. Loro II is een intiem portret van de nadagen van Silvio Berlusconi, met een heel andere toon en op heel andere leest geschoeid. Het samenvoegen van de twee films is zeker een verbetering, maar je blijft toch de gespleten geest van de maker voelen. Alsof hij nog steeds niet kon beslissen hoe hij het verhaal wilde vertellen.

Het is een sterk idee om de eerste veertig minuten van de film helemaal op te bouwen rond de grote verwachting om Lui (‘Hem’) te ontmoeten. Lui licht op op het schermpje van Kira, de dame die de popelende Sergio tot Hem zal brengen. Zijn naam wordt nooit genoemd. Sergio voelt dat hij beet heeft als hij op een protserig feest in Rome bij Kira in de buurt komt en haar in een hoekje van het schitterende park hoort mompelen in haar telefoontje. Hij ruikt: ze praat met Hem. Ze heeft iets mysterieus, ze is een vrouw waar je niet aan mag komen, ze is van Hem. En zij zal bepalen wanneer Sergio klaar is voor de ontmoeting met Hem.

Die verwachting, die mensheid, dat is waar de eerste veertig minuten van Loro (‘Zij’) over gaan. Zoals Kira tegen Sergio zegt: ‘Het leven is hard als je geen kloot kunt.’ Niemand kan iets, want Hij omringt zich met trash. Een slaafse mensheid die als enige ambitie heeft om bij Hem in de buurt te komen en de kruimels van zijn miljardenbanket van de grond te mogen oplikken. Er is geen enkel ander criterium dan dit: werk je op in zijn gunst en zie hoeveel je kunt meepakken. Grijp het moment, want Zijn aandacht verslapt snel. Het grote probleem van Italië, waar de wedloop wordt gewonnen door degenen die de shortcuts van de connecties weten te nemen, niet door degenen die hard werken om hun talent tot bloei te laten komen. De ultieme shortcut was bij Berlusconi in de buurt komen. En een verdienste van Loro is dat de film laat zien hoe schandalig makkelijk dat was.

Een prachtmoment is wanneer Sergio met het hele doorgesnoven en doorgepilde gezelschap aan de rand van het zwembad van de gehuurde villa staat. De zon gaat onder, weer een peperdure dag op zijn kosten zonder resultaat is voorbij getrokken. Het lukt maar niet om bij Hem in het vizier te komen. En dan ineens, in de verte, schuift een enorme zeilboot in het gouden strijklicht over zee voorbij. Dat is Zijn zeilboot. Iedereen kijkt in hunkerende stilte. Bij een enkeling rolt een traan over het gezicht. Dat is de 38ste minuut van de film.

En dan eindelijk, de veertigste minuut – we zijn weer terug in het lusthof waar het arme schaapje van het begin doorheen doolde: Lui, Berlusconi. Je snapt het nog niet meteen. Want wat je ziet, is een gesluierde haremdame op de rug, verveeld onderuit gezakt in een stoel, starend naar de zonsopgang. Dan komt ze bonkig overeind en beklimt wijdbeens de bordestreden. Een man, zie je nu. Hij rukt onelegant een pluk bloemen uit de struiken en kleunt door naar binnen. Dezelfde scène als met het schaapje, de tv schiet aan op de quiz, de airco begint te loeien, maar hem deert het niet. Hij beent door, naar een slaapvertrek aan de rand van het zwembad, waar Veronica in een enorm bed te midden van gebeeldhouwde golven ligt.

‘Ik wilde de mooie mevrouw wat bloemetjes brengen om haar een goede ochtend te wensen’, piept Hij vanachter zijn sluier. Ze doet één oog open en zucht: ‘Je bent echt zo helemaal niet grappig.’ Hij rukt zijn sluier af, en daar is hij: Silvio Berlusconi, geboetseerd uit het kauwgomachtige hoofd van Italië’s topacteur Toni Servillo.

De grap van de haremdame is echt, Berlusconi heeft zich werkelijk zo verkleed om zijn vrouw Veronica te heroveren. In de zomer van 2008 probeerde hij met lange tanden de verhouding met zijn tweede vrouw Veronica te herstellen. Het momentum tussen de echtelieden was al decennia lang voorbij. Nooit meer zou hij een 24-jarige Veronica in één ruk haar adembenemende borsten zien ontbloten in het toneelstuk Il magnifico cornuto van de Franstalige Belg Fernand Crommelynck. Berlusconi was de eigenaar van het Teatro Manzoni in Milaan en kwam het superstuk bekijken. Hij was met dat ene gebaar verkocht en spoedde zich na afloop met een enorme bos rode rozen naar de kleedkamer.

Elena Sofia Ricci als Veronica Lario © Independent Films
Ze is een verbitterde, gebotoxte schooljuf geworden waar geen spatje vreugde vanaf kan

Maar dat was in 1980. In 2008 is het 28 jaar en drie kinderen later. De moedeloze lusteloosheid druipt ervan af. Berlusconi is geen man die weer enthousiast kan raken van een 52-jarige vrouw die haar ooit weelderige blonde haardos uit protest zwart heeft geverfd en met uitdijend figuur en geknepen mond aan de rand van het zwembad moeilijke boeken van saaie intellectuelen zit te lezen. ‘Deze brandt jou ook al helemaal af’, zegt ze zonder op te kijken uit haar boek.

In een beeld dat bijblijft hangt Veronica tegen het gaas dat rond de trampoline is gespannen in de Tuin van Eden op Sardinië. Ze zou moeten springen om wat aan haar figuur te doen, maar daartoe ontbreekt haar de moed. Pas als hij nadert met een doosje om haar de zoveelste peperdure diamanten ring aan te bieden, komt ze log overeind. Terwijl hij het doosje tegen het gaas drukt, springt zij achterwaarts, steeds verder, steeds verder. En hij kijkt naar dat lijf in trainingspak, het lijf dat hem ooit, dertig jaar geleden, het hoofd op hol bracht, het lijf waarvoor hij scheidde van zijn eerste vrouw. En hij draait zich om.

Er zit zeker Sorrentino-humor in de conversaties tussen Berlusconi/Toni Servillo en zijn vrouw Veronica, heel goed gespeeld door de actrice Elena Sofia Ricci. De gelijkenis is perfect, beter nog dan die van Servillo met Berlusconi. Veronica Lario, die haar artiestennaam ook tijdens haar huwelijk bleef handhaven (haar echte naam is veel simpeler en mooier: Miriam Bartolini), was verbaasd over de keuze. ‘Ik had eigenlijk meer aan Marion Cotillard gedacht voor mijn rol’, had de ex-First Lady bescheiden gezegd toen de rollen bekend werden gemaakt. Ze wilde zich er verder niet mee bemoeien, maar de 43-jarige Franse actrice met haar romige gezichtje leek de 62-jarige Veronica perfect. Dat was de Veronica zoals ze zichzelf graag herinnerde. De genadeloze spiegel van de 56-jarige Elena Sofia Ricci laat een Veronica zien waar ze eigenlijk niets meer mee te maken wil hebben, net als haar man.

‘Je bent heel slecht verouderd Veronica!’ bijt Berlusconi/Servillo haar toe als ze hem koeltjes komt vertellen dat ze een echtscheiding zal aanvragen. En daar heeft ze niet van terug. Slecht verouderen is een persoonlijke nederlaag. Aan geld en vrijheid om alle hulpmiddelen in te schakelen en elders geestverrijkende ervaringen op te doen heeft het haar nooit ontbroken. Maar ze is een verbitterde, gebotoxte schooljuf geworden waar geen spatje vreugde vanaf kan, in tegenstelling tot haar man, die, zeker in handen van Toni Servillo, een aantal zeer geestige momenten heeft.

Onvergetelijk is het moment waarop hij met een vies gezicht wijst naar een kitscherig prulwerk van gouden peren aan boord van zijn zeiljacht. ‘Wat is dat?’ vraagt hij. ‘Dat heb ik gemaakt’, zegt zij koel terwijl ze hem zijn dieet-bruschetta met tomaten aanreikt. Waaraan ze toevoegt: ‘Gianni Agnelli had een portret dat Francis Bacon van hem heeft gemaakt aan boord van zijn zeilboot. Dat heeft hij van jou niet gedaan.’ En hij, met een brede grijns: ‘Maar wij hebben jouw peren. Nu ik er beter naar kijk, vind ik ze eigenlijk heel mooi.’

Paolo Sorrentino is een vileine rotzak, wat soms prachtige filmmomenten oplevert. Met zijn onschuldigste gezicht (hij kan de onnozelaar uithangen als geen ander) heeft hij zich zowel bij Silvio Berlusconi als bij diens inmiddels al lang gescheiden Veronica naar binnen weten te werken. Waarom ze het hebben gedaan vraag je je af, want iedereen die zich blootstelt aan de scheermesblik van Sorrentino is gezien. Maar ze hebben hem allebei ontvangen in een thuissituatie, en hij heeft daar natuurlijk zijn vileine voordeel mee gedaan. Berlusconi omdat hij dacht dat hij door Sorrentino hartelijk en onbevreesd tegemoet te treden nog iets in zijn voordeel kon bijschaven. En Veronica omdat ze zichzelf ziet als een intelligente, intellectuele vrouw, die denkt dat haar kant van de zaak nog een nieuw licht kan werpen op een sage die Sorrentino – en heel Italië – al lang in zijn hoofd heeft.

‘Wat me alleen verwondert’, aldus Lady Veronica aan de vooravond van de filmopnamen, ‘was dat Sorrentino mij had gezegd dat het een film over de liefde zou worden. Dat sprak mij aan. Maar hij zoomt in op een tijdsslot waarin van liefde tussen mij en mijn man al geen enkele sprake meer was.’

Welkom in de wereld van Sorrentino, arme Veronica. Hij zoomt inderdaad in op de jaren 2006-2010, de aanloop naar de achttiende verjaardag van de tot dan minderjarige Noemi, een verjaardag die Berlusconi met het presidentiële vliegtuig kwam bijwonen terwijl hij eigenlijk naar New York had gemoeten op uitnodiging van de Verenigde Naties. Zij noemde hem ‘papi’, bleek uit de verhalen. En de aanloop naar Gianpi, naar de ‘cene eleganti’, de ‘elegante diners’, met meisjes, meisjes, meisjes, steeds woester, steeds naakter. En steeds gevaarlijker.

Maar hoe scherp en geestig Sorrentino ook is, de ware triomf voor Berlusconi en zijn ex-vrouw Veronica is toch dat zijn giftige pijlen hun doel niet treffen. Wat er in de film wordt verteld is hoe het is gegaan, daarover geen twijfel. Met een beetje cinematografische overdrijving, maar de personages, de feiten, de handelingen, ze kloppen. Meer blijft de vraag: wat wilde hij nu precies vertellen? De titel Loro, ‘Zij’, is op zichzelf mooi gekozen. ‘Want het is altijd “Zij”, het is altijd niet “Ik”’, zei Toni Servillo, Sorrentino’s Berlusconi, in een van de wat lusteloze interviews die in Italië toch maar werden afgenomen om de film nog een beetje op weg te helpen. ‘Wij zijn Loro, wij zijn de hoofdrolspeler’, aldus Servillo.

Ja? In Italië misschien wel. Een probleem is ook een beetje dat Berlusconi’s tijdperk al zo ontzettend breed is uitgemeten dat je eigenlijk wat meer had verwacht. Soms overvalt de toeschouwer zelfs de verdenking dat Sorrentino het ook wel lekker moet hebben gevonden, al die meiden in nauwelijks verhullende bikini’s, al die inzoomers op de kruizen, al die strakke lijven, lippen. Did you enjoy yourself, meneer Sorrentino? Want wij hadden het eigenlijk allemaal al wel begrepen.


Loro draait vanaf 1 november in de Nederlandse bioscopen.

Anne Branbergen schreef samen met Martin Simek Silvio: Modern leiderschap (De Bezige Bij, 2010)

Help ons groene.nl te vernieuwen.

Doe mee aan onze enquête

Het invullen neemt zo’n 5 minuten in beslag. U kunt niets winnen, maar wij zijn u zeer erkentelijk als u meedoet aan de enquête.