Menno Hurenkamp

Gouden woorden

«Moedeloosheid en zelfbedrog, ziedaar de twee pijlers van het stadsbestuur. En van ’s lands bestuur.»

(Gerrit Komrij)

Volgens de gouden woorden van Gerrit Komrij in NRC Handelsblad is boven ons de maffia gesteld. Politici graaien hier wild om zich heen. Immers. Amsterdamse gemeenteraads leden declareren alles wat denkbaar is. Wanneer ze hun eigen natte winden à 63 euro in stadsbelang achten, dan kijkt het bestuur stiekem even weg. Of de fietsenstalling in Balk, die mag alleen gebouwd door de aannemer die een vierseizoenenbarbecue bij de wethouder in de tuin metselt. Plus, wat iedereen al lang weet: in Limburg steek je geen spa in de grond voordat je een renpaard bij de lokale notabele aan de deur hebt geprikt. Samengevat zijn politici laf of diefachtig. Ze moeten eigenlijk op Vlieland verzameld worden om daar te kijk te staan als de missing link tussen hagedis en baviaan. Het mag best hoor, Komrij’s gemopper. Komrij is een kunstenaar. En, om nog eens zijn eigen woorden te gebruiken, uit een ander stuk: «De macht wordt door een politicus bekleed en door een kunstenaar ontbloot» (over Joop den Uyl, in 1980).

Maar als Komrij graag Haagse piemels ziet, zouden de feiten dienstiger zijn. Hij baseert zijn klacht op een «onderzoek» dat de Vrije Universiteit deed in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie. Daarvan doet NRC Handelsblad verslag op 15 augustus. Volgens dat (ongepubliceerde) onderzoek zou meer dan vijf procent van de politici in Nederland omkoopbaar zijn of reeds omgekocht. En ook nog eens drie procent van de ambtenaren. Iedereen in rep en roer. Eén zin drong niet zo goed door – niet alleen tot Komrij niet maar evenmin tot de rest van de media en kunstenaars. Een cruciaal zinnetje. De onderzoekers benadrukten dat het bij de vraag naar de omvang van de corruptie in het openbaar bestuur ging het om subjectieve en intuïtieve schattingen. De wetenschappers hebben wat mensen in hun omgeving gevraagd hoe de omkoopvlag er naar hun idee bij hing. Dat heet dus: gokken. De ondervraagden denken dat meer politici vieze zaakjes doen. Ze vermoeden het. Meer komen we niet te weten.

De gerechtvaardigde conclusie op basis van de door de VU uitgevoerde belronde is tot nader order: misschien neemt de corruptie toe, misschien ook niet. Het is als met de seksuele voorkeur van Shakespeare. Hij was vrijwel zeker homo, hetero of bi. De academie moet licht aan het einde van de tunnel bieden, maar deze bestuurskundigen steken aan het begin een lampje aan: er is daar in het donker iets, maar wat? Mochten natuurkundigen – of anderen die voor hun vak feiten analyseren – het be richt over de enorme omvang van corruptie in Nederland tot de derde alinea gelezen hebben, dan zijn ze vermoedelijk nu nog aan het lachen.

Het zal best dat niet iedere bestuurder zuiver op de graat is. De kwaal leeft ook onder schrijvers, kunstenaars, voetballers. En hoe strakker we regels voor eerlijke politiek definiëren, hoe meer politici door de mand zullen vallen. Als je elke fles wijn die je krijgt en elke skyboxgewijs genuttigde hap oester moet opschrijven, vergeet je er vanzelf een. Komrij krijgt zo nog genoeg uit te kleden.