Suriname wordt leeggeplunderd

Goudkoorts in de jungle

Duizenden vooral Braziliaanse goudzoekers beproeven hun geluk in het binnenland van Suriname. Ze laten een verwoest regenwoud en met kwik vergiftigde kreken en rivieren achter. ‘Vis eten we al lang niet meer.’

DE GEUR VAN KEROSINE komt je tegemoet op Zorg & Hoop. Elke dag vertrekken vanaf dit vliegveld in Paramaribo afgeladen vliegtuigjes naar Benzdorp. Aan boord bevinden zich tientallen Braziliaanse goudzoekers die inkopen in de stad hebben gedaan of er zijn uitgeziekt van malaria. Vlak voor vertrek van een van de toestellen arriveert nog een groepje flink bepakte Braziliaanse prostituees. In het bos is weinig te koop en ze zullen er zeker een paar maanden blijven. Op hakken van minstens tien centimeter beginnen ze aan de reis naar het diepe oerwoud van Suriname.
Benzdorp vormt het hart van de zogenaamde goudkust van Suriname. Na een half uur vliegen is vanuit de lucht al goed te zien hoe grote delen van het oerwoud aan de Marowijne- en de Lawarivier bestaan uit lange stroken van modderige poelen. Langs de kreken die vanaf de rivier landinwaarts gaan, graven de goudzoekers diepe kuilen van vijftien bij vijftien meter om daarin op zoek te gaan naar het kostbare goedje. Want dat is in het nog amper ontwikkelde binnenland van Suriname volop te vinden. In 2008 is volgens de officiële cijfers 25.000 kilo goud gevonden, waarvan 16.000 kilo afkomstig uit de kleinschalige, veelal illegale sector.
Op Antino, een kleine landingsbaan midden in de jungle op enkele kilometers van Benzdorp, zet het vliegtuigje de wielen aan de grond. Direct na de landing komen een stuk of zes quads – hier ATV genoemd en het enige bruikbare vervoermiddel over de modderige en steile paden naar de goudvelden – uit het bos aangescheurd. Pooiers uit Benzdorp komen hun dames ophalen voor de bordelen in het stadje en winkeliers kijken of hun in Paramaribo bestelde spullen bij de vracht zitten. Een van die winkeliers is Rogilio Amania, beter bekend als Gio. Met zijn gouden tand, gouden ringen en ketting met brede schakels is het duidelijk dat hij hier al aardig is ingeburgerd. Na ruim tien jaar op Benzdorp spreekt hij vloeiend Portugees. Hij heeft een Braziliaanse vrouw en is sinds kort in het trotse bezit van een graafmachine.
Een ploeg van zes garimpeiros – Braziliaans voor goudzoekers – die een paar maanden geleden door zijn vrouw uit de buurt van Belem zijn gehaald, graaft voor Gio een berg af waar volgens hem goud te vinden is. Hij is een van de weinige niet-Braziliaanse ploegleiders in dit gebied. ‘Werken met lokale arbeiders is geen optie. Zij hebben vaak allerlei verplichtingen in de stad of bij familie. Dan ben je ze zo twee weken kwijt’, vertelt hij. ‘Brazilianen blijven zeker een paar maanden tot een paar jaar in het bos en werken keihard, soms 24 uur per dag in ploegen die twaalf uur achter elkaar doorgaan.’ Hebben zijn werknemers een werk- of verblijfsvergunning? ‘Niet dat ik weet. Ik maak sowieso geen officiële contracten met ze. Straks bevallen ze niet en dan zit ik aan ze vast.’

RUIM 75 PROCENT van de goudzoekers bestaat uit Brazilianen, zo vertelt Marjo de Theije, antropologe aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zij deed onderzoek naar deze groep in Suriname. ‘De rest bestaat uit marrons, nakomelingen van gevluchte plantageslaven die hier aan de rivieroever wonen. Zij werken vaak niet op de goudvelden maar voeren olie en benzine aan over de rivier.’ Een zware tocht van bijna twee weken waarbij de smalle boten door wilde stroomversnellingen moeten worden gestuurd.
Op en rond de goudvelden is de Braziliaanse cultuur dan ook de overheersende. Twintig jaar geleden kwamen de eerste Brazilianen hun geluk beproeven in het Surinaamse oerwoud. ‘In de jaren negentig werd de wetgeving in Brazilië een stuk strenger’, zegt De Theije. ‘Er is toen een nieuwe grondwet aangenomen waardoor het leefgebied van de inheemsen beter werd beschermd, in tegenstelling tot de situatie in Suriname.’ In diezelfde periode krabbelde Suriname op van de Binnenlandse Oorlog. Om inkomsten te genereren voor de arme republiek gaf de overheid vele concessies uit, overigens zonder dat lokale bewoners hiervoor toestemming hoefden te geven. In Suriname voorziet de grondwet namelijk slechts in gebruiksrechten voor lokale bewoners, die moeten wijken voor nationaal belang. De concessiehouders zochten arbeiders om het goud voor hen te winnen, en hoewel het volgens de Mijnbouwwet verboden is om een concessie onder te verhuren, gebeurde dit op grote schaal aan de ervaren Brazilianen.
En zo gaat het nog steeds. De vergunninghouder zit in de stad en vangt per ploeg goudzoekers per maand tien procent van de opbrengst. Niet alleen het onderverhuren is illegaal; in de meeste gevallen is er slechts een exploratievergunning afgegeven om de hoeveelheid goud in de grond in kaart te brengen, terwijl dit in de praktijk meteen uit de grond wordt gehaald. Ook wordt in gebieden waar helemaal geen vergunningen zijn verleend naar goud gezocht.
Want in Suriname kan alles nog, zo vertelt Antonio. Hij staat aan de rand van de kuil die hij en zijn team hebben gemaakt en die ze nu aan het ‘afspuiten’ zijn. Met een keiharde waterstraal – gepompt uit de kreek – wordt het materiaal naar de slush box gespoten. Hierin wordt de modderstroom gefilterd, de harde delen blijven achter in het gaas van de box. Antonio en zijn mannen zijn al bijna tien uur aan het werk en de zon brandt, maar het is het waard. Met het geld dat Antonio hier verdient kan hij straks terug naar de staat Para in Brazilië om het huis voor zijn vrouw en kinderen af te bouwen.

HOEVEEL BRAZILIAANSE goudzoekers zich precies in het oerwoud bevinden, is een kwestie van schatten. Volgens de volkstelling van 2004 waren het er toen zo’n twintigduizend, maar in de media en in de stad wordt vaak het dubbele aantal genoemd. De grenzen van zuidelijk Suriname worden amper gecontroleerd en via de rivier of het vliegtuig komen de Brazilianen gemakkelijk het land binnen. Duidelijk is wel dat het er alleen maar meer worden. Zeker sinds in buurland Frans Guyana de regelgeving is aangescherpt – het gebruik van kwik is er verboden en als je wordt gepakt als illegale goudzoeker gaan al je spullen eraan – is Suriname een toevluchtsoord. Ook de kredietcrisis zorgt voor meer vraag naar het waardevaste goud en de stijgende prijs lokt meer en meer jonge Brazilianen die op Surinaamse grond hun geluk beproeven.
‘Het is heel zwaar werk, maar ik heb weinig keus’, zegt Antonio. ‘In Brazilië vind ik geen goed betaald werk en hier krijg ik voor één gram goud zeventig SRD (twintig euro – mk). In Suriname worden de goudzoekers met rust gelaten. Er is geen politie en je kan met kwik werken. Dat gaat snel en is goedkoop.’
Wie klaar is om terug te gaan naar Brazilië en van het goud geld wil maken, kan dit doen bij een van de zeven officiële aankooppunten in Paramaribo. Hier wordt over de waarde van het gevonden goud belasting afgedragen aan de staat. Maar er zijn vele andere onofficiële inkooppunten. Zelfs hier, in het oerwoud, is een Chinese opkoper; een uitkomst voor goudzoekers die zich de reis naar de stad willen besparen. Maar zolang je op Benzdorp blijft, heb je eigenlijk geen geld nodig. Hoewel bij wet verboden, is goud hier namelijk het enige bruikbare betaalmiddel: van eten en drinken tot een ritje met een ATV of een nacht met een prostituee – alles gaat in goud dat in elke winkel of bar secuur wordt gewogen.

NA DECENNIA van gedoogbeleid doet de Surinaamse regering onder de noemer Operatie Clean Sweep nu een poging de controle terug te krijgen. Met deze aanpak, waarbij het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen de krachten bundelt met Justitie en Financiën, moet de ongecontroleerde sector in banen worden geleid. Inmiddels zijn vier invallen uitgevoerd, waarvan eind vorig jaar een in Benzdorp. ‘We voeren een afschrikbeleid’, aldus Gregory Rusland, minister van Natuurlijke Hulpbronnen. ‘Tijdens zo’n inval nemen we spullen in beslag en dwingen we mensen belasting te betalen.’ Maar waarom komt de overheid nu pas in actie, na twintig jaar van gedogen? ‘De problematiek wordt steeds ernstiger en zichtbaarder. Lange tijd hadden we geen idee hoe groot de industrie was. Maar je ziet hoe groot het is als je over het regenwoud vliegt. Nee, de kleinmijnbouw is al lang niet klein meer; goudzoekers komen nu met graafmachines waardoor het proces veel sneller gaat en de negatieve neveneffecten, zoals milieuvervuiling, dus ook.’
Maar volgens Nathalie Emanuels van het WWF Suriname is Clean Sweep slechts gericht op economische aspecten in plaats van op het milieu. ‘Het heffen van belasting gaat voor milieuaspecten. Nadat ze betaald hebben kunnen de goudzoekers op een veiling hun in beslag genomen materiaal terugkopen’, zegt ze. ‘Clean Sweep biedt geen structurele oplossing. Het probleem verplaatst zich alleen maar of komt binnen enkele weken weer terug. Het milieu wint hier niks mee.’ Sowieso lijkt het afschrikbeleid, aan de drukke vluchtschema’s te zien, nogal mee te vallen. De Theije beaamt dit: ‘De goudwereld heeft haar eigen regels die in de loop der jaren zijn ontstaan. De centrale overheid heeft daar geen enkel gezag.’
Dat kan Laurence Sandoli, werkzaam als geoloog voor een grote concessiehouder in de buurt van Benzdorp, beamen: ‘Gelukkig stelt dat hele Clean Sweep-gebeuren niet zo veel voor, anders zouden wij geen arbeiders meer hebben.’ Behendig stuurt Sandoli zijn ATV via geïmproviseerde paden door de jungle. In het bos is het donker en vochtig, op de goudvelden is het heet en hebben de arbeiders geen beschutting voor de zon. ‘Op ongeveer vijfduizend hectare van onze concessie wordt nu gewerkt’, vertelt Sandoli. ‘Dus we hebben het dan over een paar duizend Brazilianen, het is een schatting, we kunnen niet alles overzien. Ook buiten onze concessie zijn kampen en goudvelden, maar daar komen wij niet. Dat is ook gevaarlijk, want iedereen beschermt zijn eigen werkveld.’
De garimpeiros zijn veelal bezig met het leegwerken van een kuil door het zand na elk stuk graven met water weg te spuiten, op te zuigen en te filteren. Het laatste deel van het proces is het spannendst; het schudden van de matten en het ‘wassen’ van de vondst. Op een van de velden staan de mannen tot hun knieën in een grijzige massa, een mengsel van water, zand, goud en kwik. Het goud hecht zich aan het kwik en zinkt zo als zwaar materiaal naar de bodem. Dit mengsel zal straks gebrand worden, waarbij de giftige kwikdampen rechtstreeks de atmosfeer in gaan, zodat het goud overblijft.

VOLGENS EMANUELS staat Suriname na jaren van ongecontroleerde goudzoekerij inmiddels aan de rand van een ecologische ramp. ‘Op jaarbasis gaat er in Suriname zeker dertigduizend liter kwik doorheen. Zolang dat niet wordt verboden, gaat het helemaal mis met het oerwoud. We hebben geen idee hoe groot het aangetaste gebied precies is. Maar als je er overheen vliegt, weet je genoeg. Het is de grote vraag in hoeverre de uitgemijnde gaten zich ooit zullen herstellen.’ Milieuaspecten spelen volgens haar amper een rol in de huidige Mijnbouwwet, die dateert uit 1986. Al vanaf 2002 wordt gewerkt aan een nieuwe wet, waarin meer aandacht moet zijn voor milieu. ‘Die wet is er nog steeds niet doorheen omdat er een gebrek aan politieke wil is. Vele concessiehouders zijn invloedrijke figuren. Zij worden uit de wind gehouden.’
Niet alleen het land rondom de kreken wordt systematisch afgegraven, ook op het water wordt hard gezocht. Regelmatig komen goudpontons voorbij op de Lawa- en de Marowijnerivier. Deze enorme apparaten zuigen het zand van de bodem en filteren het voordat het een kwikbehandeling krijgt. Het restwater komt terecht in de rivier die dient als levensader voor de dorpen in dit gebied. Voor de inheemse en marronbewoners is de Marowijnerivier keuken, drinkwatervoorziening en badkamer tegelijk en de vis is een belangrijke voedingsbron. Leon Wijngaarde, voorzitter van de Organisatie van Inheemsen, strijdt al jarenlang tegen de vergiftiging van de bewoners van het binnenland. ‘Mensen worden langzaamaan vergiftigd, maar niemand wil het zien. Ook ik heb te maken met flinke tegenwerking. Dit probleem moet bekend worden’, vertelt hij.
Op zijn laptop laat hij de resultaten zien van een onderzoek dat hij vorig jaar met hulp van Washington University deed naar de gezondheid van de indianen in het inheemse dorp Apetina. Ze namen haarmonsters van 161 bewoners. Een groot deel van hun dieet bestaat uit roofvissen en juist daarin hoopt het kwik zich op. De uitslag van het onderzoek was schrikbarend. Veertig indianen liepen een verhoogd risico op kwikvergiftiging en 119 van hen liepen een ronduit hoog risico. Iedereen zat boven het aantal gram dat volgens de World Health Organization maximaal in het lichaam mag zitten. Leon Wijngaarde: ‘De gevolgen van kwikvergiftiging worden pas later duidelijk. Het is vooral gevaarlijk voor nog ongeboren kinderen. De kans dat zij een ontwikkelingsachterstand zullen oplopen is groot.’
Maar volgens het ministerie van Volksgezondheid is dit onderzoek niet goed uitgevoerd en aan de resultaten zijn dan ook geen maatregelen verbonden. Momenteel voert Wijngaarde met hulp van dezelfde wetenschappers van Washington University een vervolgonderzoek uit in het dorp Anapaike aan de Lawarivier. ‘De overheid wil blijven doen of het probleem niet bestaat. Ze zijn bang voor economische onrust, omdat de industrie ook de lokale bewoners werkgelegenheid oplevert. Ook is de kleinschalige goudindustrie met een aandeel van zo’n achttien procent van het BBP inmiddels erg belangrijk voor de Surinaamse economie. Maar de grootste reden is dat veel mensen op hoge posten concessies hebben en dus stinkend rijk worden van deze industrie.’
‘De overheid heeft dat onderzoek uit Apetina bewust gebagatelliseerd om geen paniek te veroorzaken’, zegt Emanuels. Maar inmiddels hebben ook onderzoeken van de Anton de Kom Universiteit aangetoond dat zich in sommige vissoorten veel te hoge concentraties kwik bevinden. Het ministerie van Volksgezondheid heeft binnenlandbewoners daarom aangeraden om geen roofvissen meer te eten. Maatregelen om het kwikgebruik in te dammen zijn niet genomen. Het kwikprobleem is voor de stadsbewoners – het merendeel van de Surinamers – nog vooral een ver-van-hun-bed-show. ‘Onterecht’, stelt Emanuels. ‘Ook in Paramaribo zijn volgens een onderzoek van de Amerikaanse toxicoloog Daniel Peplow verhoogde kwikwaarden in de lucht aangetroffen. Rondom de vele goudwinkels en opkoopcentra in het centrum wordt namelijk het laatste beetje kwik van het goud gebrand.’

GIO LAAT de zorg voor zijn winkel – waar garimpeiros af en aan lopen voor een blikje bier, sigaretten of om een potje te poolen – even over aan zijn Braziliaanse werkneemsters om een kijkje te nemen bij zijn goudmijn. Na een half uurtje met de ATV staan we op de half afgegraven berg waar Gio een flinke goudader vermoedt. ‘Ik heb een grote investering gedaan met de aankoop van die graafmachine. Natuurlijk zoeken we met kwik. Het is de snelste en goedkoopste manier. Het gaat hier om maar één ding en dat is goud.’ Bij de garimpeiros op het goudveld staat het mengsel van kwik en goud inmiddels op het vuur. Vol verwachting staan de mannen eromheen.
‘Ach, het oerwoud is groot, het valt misschien wel mee met de schade’, zegt Gio terwijl hij om zich heen kijkt naar het bos dat hoog oprijst langs de modderpoelen. Eet hij zelf dan nog wel vis uit de rivier? Hij reageert verrast: ‘Nee, natuurlijk niet! Als zelfs in de buurt van Paramaribo vissen met te veel kwik zijn gevonden, hoe moet het hier dan zijn? Nee, vis eten we al lang niet meer.’

Dit artikel is tot stand gekomen met hulp van het Vergeten verhalen-reisfonds van de Dick Scherpenzeel Stichting, dat werd gefinancierd door Free Voice, zie www.hetvergetenverhaal.nl