Goudvisleed

Jane Bowles, Twee dames die het leven ernstig nemen, Uitg. De Bezige Bij, Ÿ 5,90 bij De Slegte. ..LE Ze zijn zo gek als een deur, de vrouwen die worden geportretteerd in Twee dames die het leven ernstig nemen van de Amerikaanse schrijfster Jane Bowles. Juffrouw Goering bijvoorbeeld is als kind al uiterst merkwaardig. Ze speelt vreemde spelletjes waarin het om God, zonde en hellevuur draait. Geen wonder dat andere kinderen niet met haar willen omgaan. Nog merkwaardiger is dat ze daar niet onder lijdt. Ze heeft op prille leeftijd, schrijft Bowles, al zo'n intens innerlijk leven dat het haar volledig ontgaat dat anderen haar idioot vinden.

Het geldt voor alle personages, ze leven in hun eigen wereld als goudvissen in een kom. En Bowles bekijkt ze alsof ze een viskom bekijkt. Ze wijdt niet uit over hun innerlijke roerselen, ze analyseert hun krankzinnigheid niet, ze registreert koel hun handelingen, of beter: hun onvermogen om beredeneerd te handelen. Juist die afstandelijkheid - de dames worden niet eens met hun voornaam aangeroepen, ze heten juffrouw Goering en mevrouw Copperfield - maakt de roman zo krankzinnig.
Juffrouw Copperfield woont met haar gezelschapsdame in de buurt van New York. Als ze op een kunstenaarsfeestje de corpulente Arnold ontmoet, gaat ze met hem mee naar huis. Waarom niet? Hij vraagt haar en ze is nooit goed geweest in nee-zeggen. Binnen de kortste keren heeft hij beslag gelegd op de sofa in haar huis, woont zijn vader ook bij haar in en dobbert zij als een vlot van de ene man naar de andere. ‘Zoals je weet’, zegt ze tegen haar gezelschapsdame, 'wil ik heel graag een andere richting vinden dan die waarin ik me beweeg en die me niet bevredigt.’ Het is een hoogtepunt van reflectie in het boek.
Mevrouw Copperfield maakt met haar man een grote reis naar Midden-Amerika, maar komt niet verder dan de rosse buurt van Panama waar ze verslingerd raakt aan de gin en een prostituee. Net als juffrouw Goering ontbreekt het haar aan enig inzicht in haar beweegredenen, behalve dan dat ze ook wel eens een andere richting uit wil.
Je kan zeggen dat Bowles een bohÇmienbestaan op het randje van de zelfkant beschrijft, maar dat klinkt te realistisch en begrijpelijk. Er is maar ÇÇn ding dat echt duidelijk wordt. Hoe absurd de belevenissen van de dames ook zijn en hoe spottend Bowles het ook heeft opgeschreven, duidelijk is dat het niet leuk is om in jezelf opgesloten te zitten. De dames zijn allebei maar ÇÇn stap van de wanhoop verwijderd.