Gouwen gozer

Laat ik me niet beter voordoen dan ik ben: ik hoop dat Ajax wint en kijk nog of dat lukt ook. Weliswaar lees ik tegelijk stapels kranten door, knip ik wat voor het archief, strijk ik een hemd en loop ik naar de keuken (tijdens welke korte afwezigheid statistisch onverantwoord veel doelpunten vallen), maar ‘in de beleving’ is dat achtergrond bij het potje voetbal.

Ondanks deze milde vorm van gekte stemde de schamele 1-1 tegen het Sloveense Malibor me niet ontevreden. Dat kwam door AT5 en Studio Sports Hugo Walker. Een AT5-stem sloot het commentaar bij een competitie-overwinning van Ajax af met iets van: ‘Het volgende slachtoffer heet Malibor’, en Walker begon met zich af te vragen tot hoe hoog Ajax’ score zou oplopen. Voor wie bijgelovig is, is dat de goden verzoeken, maar voor een beetje rationalist is het gewoon domme, chauvinistische journalistiek. Hooguit kunnen de heren er achteraf op wijzen dat ze zich in goed gezelschap bevonden: de Ajax-voetballers dachten er kennelijk hetzelfde over en dat verklaarde deels de uitslag.
Enfin, Harry maakt school en de trouwe kijker of vaste lezer weet dat hier Vermeegen wordt bedoeld, de populistische regenjas van Veronica. Geef mij dan alsjeblieft Wilfried de Jong en het naar hem genoemde Sportpaleis. Dieper dan tot sport kan de VPRO niet zinken - althans, ik denk dat velen in de Villa dat denken - maar petje af voor het feit dat ze de beste presentator vonden. Ik vreesde eerst dat ze een lollig programma zouden maken waaruit moest blijken hoe armzalig de (sportende) mens is en hoe verheven de registrerende, beetje zuigende, beetje sarrende televisiemaker-van-niveau. Niks daarvan. De lichte toon van het Sportpaleis schuilt nu eens niet in ironie maar in de persoonlijkheid van De Jong die zijn cliënten en hun hobby/ beroep/ hartstocht volstrekt serieus neemt maar tegelijk de toffe, intelligente, gewone, getalenteerde en oprecht belangstellende jongen meebrengt die hij nu eenmaal is. Dol op een geintje, daar niet van, maar dat moet dan wel uit gesprek of situatie voortkomen. Het programma dient niet tot meerdere eer en glorie van de presentator en juist daardoor draagt het daartoe bij. Althans, in mijn ogen.
Echt verbazen doet dat me niet. Hij is ooit medepresentator van Ophef en vertier geweest en als incidenteel tv-recensent van dat programma hoorde en zag ik van dichtbij hoe auteur en theatermaker daar op dezelfde uitnodigende belangstelling konden rekenen als die zijn toenmalige collega Hanneke Groenteman aan de dag legde (akkoord, behalve dan recent jegens Zwagerman, ook al oud-Ophefcollega) en die hij nu voor sporters heeft. Het tegendeel van blasé. Gewoon een gouwen gozer. En de meest deugende van alle chauffeurs in Taxi, al had hij daar niet in moeten stappen.
Toch denk ik niet dat ik z'n paleis al te vaak zal bezoeken. Een wedstrijd bekijken, okee, maar niet te vaak, want het worden er steeds meer en veel zijn er, behalve voor de fanatieke supporter, nauwelijks om aan te zien. Te vaak voel ik na afloop 'post-Champions League-tristia’, oftewel een kater. En lullen over sport is heerlijk, maar eigenlijk moet je dat, net als sport, zelf doen. Veel sporters hebben toch, ook bij De Jong, niet zo veel te melden. Maar hoogbejaarde boksers in Crooswijk die commentaar leveren op een ge- luidsband van Bep van Klaveren - dat is mooi. Ik zap vast nog wel es naar hem toe.