Onderzoeker, Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI)

Govert Bijwaard

Polarisatie. Staan we met de ruggen naar elkaar?

Polarisatie ofwel de tweedeling in de samenleving is voor mij de meest dringende maatschappelijke kwestie. Waar in het verleden de tweedeling vooral liep langs de sociaaleconomische lijnen van kennis, macht en inkomen, heeft deze tweedeling nu steeds meer een etnische dimensie gekregen. De samenstelling van onze bevolking is door migratie steeds diverser geworden en deze trend zal zich zeker doorzetten. In toenemende mate lijkt Nederland moeite te hebben om met deze diversiteit om te gaan en wordt steeds harder getwijfeld aan het integratievermogen van onze samenleving. Is de internationale migratie daarmee een splijtzwam geworden en staan voor en tegenstanders echt met de rug naar elkaar? Het heeft er alle schijn van, waarbij het welwillende gedogen van integratieproblemen in het recente verleden heeft plaatsgemaakt voor een steeds hardere confrontatie en het tegenover elkaar stellen van “wij” en “zij”. Maar de tweedeling lijkt reikt verder dan migratie en scheidt in de beeldvorming bij voorbeeld ook de politiek (“Den Haag”) van “de mensen in het land”, de elite van de rest, links van rechts, populist van democraat of wat dies meer zij. Polarisatie lijdt vaak tot escalatie, het aanscherpen van (schijnbare) tegenstellingen, waarbij de rede het vaak verliest en de emotie de overhand krijgt.

Tekort aan kennismigranten: het meest onderschatte probleem

Het einde van de bevolkingsgroei is in zicht en bevolkingskrimp wordt een steeds realistischer perspectief voor steeds meer delen van Europa en ook voor Nederland. Samen met de vergrijzing, betekent dit dat arbeid in de toekomst steeds schaarser gaat worden. Arbeidsmigratie is een van de mogelijkheden om krapte op de arbeidsmarkt op te vangen. Vooral kennismigratie zal steeds belangrijker worden. Welk land zal er het best in slagen om kennismigranten aan te trekken en vast te houden? Uit mijn onderzoek blijkt dat 40% van de recente (na 1999) arbeidsmigranten na 5 jaar al weer uit Nederland is vertrokken. Deze migranten komen voornamelijk uit de EU en andere Westerse landen. Vooral migranten met een hoog inkomen en uit de rijkste westerse landen, zoals managers en specialisten uit Japan en de VS, vertrekken veel sneller en veel vaker. Ook kennismigranten waarvoor het een paar jaar geleden gemakkelijker is gemaakt om naar Nederland te komen, vertrekken meestal snel. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat succesvolle migranten naar Nederland komen en hier langer blijven? Buitenlandse studenten blijven nog korter in ons land dan bij voorbeeld arbeidsmigranten, terwijl juist zij als ze in Nederland zouden blijven potentieel een grote bijdrage aan onze economie kunnen leveren.

Immigratie: het meest overschatte probleem

In het huidige politieke en maatschappelijke debat wordt almaar benadrukt dat “de” migranten zo slecht integreren op de Nederlandse arbeidsmarkt. Uit recent onderzoek blijkt echter dat van de migranten die de laatste jaren naar ons land zijn gekomen een groot deel werkt. Dit komt vooral omdat dit andere migranten zijn dan vroeger: de samenstelling van de instroom is veranderd. Arbeidsmigratie vormt nu het belangrijkste motief om naar ons land te komen. Deze nieuwe migranten komen voornamelijk uit de Westerse landen. Ze blijken zelden werkloos te worden. Uit mijn onderzoek blijkt dat als ze toch hun baan verliezen, dat vaak maar voor een korte periode is, waarna ze ons land snel verlaten. De verwachting is dat door de huidige crisis de werkloosheid onder de recente migranten nauwelijks zal toenemen. Zij zullen dan hun heil in andere (Europese) landen zoeken of naar hun land terugkeren.


Bekijk ook de pagina van Govert Bijwaard bij het NIDI