Grabsteinbuchstabenmaler

‘Sie sind ein Grabsteinbuchstabenmaler’, hadden lezers in Düsseldorf tegen me gezegd en twee dagen later, op een zaterdag, ging ik samen met mijn zus op de algemene begraafplaats in Huisduinen die functie uitvoeren. Ook hadden we een heggenschaar bij ons. Het kind van mijn zus ligt in een buxusrechthoek die gevuld is met boomschors. Er staat een zwerfkei met daarop een bronzen beeldje. De uit de kei gefreesde letters waren ooit donkergroen, nu deels uitgesleten. Zwart moesten ze worden. Uren zou ik ervoor nodig hebben, dacht ik toen ik de naam had geschilderd. Tot ik de tekst onder de naam grof deed en daarna een strakgetrokken lap langs de nogal vettige steen haalde. Kon niet beter, strak en schoon. Dat bespaarde veel tijd en nadat we de buxus bijna net zo strak als de letters hadden geknipt, ging mijn zus aan de gang met de boomschors en een harkje. Ook gooide ze haar niet welgevallige rouwvoorwerpen in een container. Ik rookte een sjekkie en keek naar de andere kindergraven, die er in een halve cirkel liggen.
Daarna gingen we doen wat je misschien helemaal niet mag doen, maar waaraan moeilijk weerstand te bieden is: andere graven aanpakken. Koen lag er, in een grafje waarop paardenbloemen de macht hadden overgenomen. Die rukte ik uit, en spreidde het grind netjes. Alle overhangende takken van een sneeuwbes en forsythia snoeide ik weg en de jeneverbes die tegen de steen aan stond, knipte ik bij, waardoor je weer kon zien dat er een Koen lag. Er stond één datum op Koens steen. Een stukje verderop leek tussen twee graven een lege plek te zijn, maar na onderzoek bleek er simpelweg jarenlang niet gesnoeid. Dat grafje leverde bijna een halve container buxus- en taxusafval op. Mijn zus riep de hele tijd: 'Pas op, daar komt de opzichter!’ Mijn zus is een grapjas. Er lag een Janusi. Hoe lang die geleefd had, wisten we niet, op de vrijgekomen steen stond alleen de naam. Het was bijna etenstijd, dat was erg jammer, anders hadden we in één ruk door en ongevraagd de hele halve cirkel aangepakt.