De onderkant van Europa (4)

Grafstemming in Porto

Porto — Vandaag hebben de meer dan 450 medewerkers van textielbedrijf Brax in Vila Nova de Gaia bij Porto per brief vernomen dat niet langer gebruik zal worden gemaakt van hun diensten. Het Duitse modebedrijf verhuist met onmiddellijke ingang naar Roemenië. Aan de poort van de fabriek houdt het personeel van Brax, overwegend vrouwen, een protestdemonstratie. De eigenaren van de fabriek, die met de noorderzon zijn vertrokken, worden uitgemaakt voor «gauwdieven» en «nazi’s».

De vrouwen van Brax zijn boos. Met steun van de vakbond organiseren ze later die dag een demonstratie bij het stadhuis van Porto en bij het consulaat van Duitsland. Haastig belooft de regering dat de zaak tot de bodem zal worden uitgezocht. Maar daar hebben de vrouwen van Brax weinig aan. Verbitterd zwaaien ze met hun spandoeken, aangemoedigd door vertegenwoordigers van de vakbonden en de communistische partij PCP, die er altijd als de kippen bij is om de «kapitalistische uitbuiters» aan te klagen.

Nergens in de Europese Unie komt de economische crisis zo hard aan als in Portugal. Terwijl buurland Spanje juist een ongekende economische bloei doormaakt, zakt het tien miljoen zielen tellende Iberische buurland steeds verder weg in het economische moeras. Bedrijfssluitingen zijn aan de orde van de dag en het werkloosheidscijfer is al opgelopen tot boven de vijf procent. Reden voor Brussel om de armste EU-lidstaat in naam van het Stabiliteitspact te dreigen met sancties — lees: boetes — als dit nog verder oploopt.

De centrum-rechtse regering onder leiding van de gewezen maoïst José Manuel Durão Barroso gebruikt de Brusselse dreigementen als rechtvaardiging voor een keiharde sanering van de publieke sector, waar privatisering en bezuinigingen aan de orde van de dag zijn. De vakbonden reageren met steeds massalere stakingen, met als voorlopig hoogtepunt de nationale ambtenarenstaking van vrijdag 23 januari. De politievakbond van Portugal dreigt nu al met een staking tijdens het Europees Kampioenschap voetbal in de komende zomer. De brandweer overweegt hetzelfde, gefrustreerd als ze is door het feit dat ze tot zondebok is uitgeroepen van de ongekende bosbranden die vorig jaar een vijfde van de Portugese bossen in de as legden.

Kortom, dertig jaar na de Anjerrevolutie van 25 april 1974 lijkt de droom van een vrij en wel varend Portugal verder weg dan ooit. De Portugezen vormen volgens een recent EU-onderzoek het meest ongelukkige volk van Europa. In het kielzog van deze collectieve depressie is er momenteel een epidemie aan huilende Mariabeelden, terwijl ook de dramatische, live op tv uitgezonden dood van Benfica-speler Miklos Fehér op het voetbalveld een even massale als morbide cultus in gang zette.

Voor de gewezen president Marío Soares is de grafstemming die zich van Portugal meester heeft gemaakt een direct gevolg van het economische beleid van de regering-Durão Barroso. De tegenwoordig in het europarlement actieve oprichter van de Portugese Socialistische Partij kwam afgelopen weekeinde met een keiharde aanval op de regering, volgens hem «het meest reactionaire kabinet dat Portugal sinds 25 april 1974 heeft gehad». «Er zijn sectoren in deze regering die de geest en de prestaties van de revolutie in gevaar brengen, en zelfs de vrijheid», aldus Soares. Hij had het vooral gemunt op zijn aartsvijand Paulo Portas, de huidige minister van Defensie. Deze verklaarde eerder dat Soares zich als minister-president van het postrevolutionaire Portugal schuldig heeft gemaakt aan «genocide» door in te stemmen met de onmiddellijke onafhankelijkheid van de Portugese koloniën in Afrika. Portas verklaarde eerder ook al de oorlog aan de Portugese grondwet zoals die direct na de val van de dictatuur gestalte kreeg. Die grondwet, aldus de oud-journalist, draagt nog de sporen van een extreem-links sentiment dat zo snel mogelijk moet worden «uitgesneden».