Grand guignol van het geweld

Zijn films zitten barstensvol moord en doodslag. Een gesprek met Ian Kerkhof over de cultstatus van seriemoordenaars, de Zuidafrikaanse verkrachtingsmentaliteit, en het verschil tussen geweld op straat, in de film en op tv.
‘HAKKU! HAKKU!’ Terwijl een stuk of zes kaalgeschoren jongens met honkbalknuppels op een rode Porsche inrammen, staat de rest van de groep gabbers zich te verbijten. Schreeuwend, springend en met de armen door de lucht maaiend sporen ze hun maatjes, die uitverkoren zijn het echte werk te verrichten, aan.

Het is vijf uur ’s ochtends. Geleidelijk breekt een fletse, zonloze dag aan. Op een industrieterrein annex filmstudio in Amsterdam-Noord maakt regisseur Ian Kerkhof (32) opnamen voor de speelfilm Naar de klote! die in oktober zal uitkomen. De film speelt in de Nederlandse house-scene en op deze vroege ochtend zijn we getuige van een uit de hand lopende after-party, waarbij niet alleen een Porsche het moet ontgelden maar ook Hugo Metsers jr. in elkaar wordt geslagen. Pas bij de allerlaatste takes krijgen de gabbers toestemming de sportwagen te lijf te gaan. Die mededeling is niet aan dovemansoren gericht: als gieren storten ze zich op hun prooi tot er niet meer dan een onttakeld karkas van over is. Voor een enkeling is zelfs deze destructie nog niet genoeg. Terwijl de rest allang weer binnen aan de cola zit, blijft hij verbeten doormeppen.
De opnamen een week later waarbij het hoofd van Metsers met special effects aan gort zal worden geschoten, mislukken. Hoewel ‘de beste special effects-man in Nederland’ (verantwoordelijk voor de kettingzaagscene in 1000 Rozen) is ingehuurd, is het resultaat volgens Kerkhof niet professioneel genoeg. 'Op die manier was het niveau van de hele film tot nul gezakt. In plaats van het grandguignol-gevoel dat ik wilde hebben, werd het een heel waardige dood: een discrete kogel en een beetje bloed.’
TERWIJL KERKHOF tot over zijn oren in de opnamen zit, publiceert zijn collega Alexander Oey op de Internet-site van de VPRO een essay over geweld in films. Aan de hand van de stelling 'Geweld in de media is verderfelijk als de maker geen stelling neemt tegen dat geweld’, filosofeert hij over de invloed van filmisch geweld op de werkelijkheid. Ian Kerkhof reageert geprikkeld op mijn samenvatting van Oeys teksten: 'Film is een dynamisch, gewelddadig medium’, zegt hij op docerende toon. 'Film is voor 95 procent van de mensheid spannend om naar te kijken omdat het gewelddadig is. Film kan taboes doorbreken, het is een medium dat - op een veel directere en toegankelijkere manier dan literatuur - dingen kan laten zien die volgens de huidige maatschappelijke normen niet acceptabel zijn.’ Als voorbeeld noemt hij Brief Encounter van David Lean uit 1947, waarin een vrouw fantaseert over vreemdgaan: 'Een keurige vrouw, die zo je moeder of zuster had kunnen zijn, overweegt serieus om vreemd te gaan. Daarmee overschrijdt die film de maatschappelijke normen uit die tijd en juist daarom was die film zo populair.’
Nee, dat is niet in tegenspraak met de strikte moraal waarbinnen Hollywoodfilms zich bewegen: 'Op het niveau van geweld worden wel grenzen overschreden. Hollywoodfilms laten zien wat jij zou kunnen doen als je Bruce Willis of Arnold Schwarzenegger was. De attractie van die films is dat dat soort gewelddadigheden verboden en moreel onverantwoordelijk zijn. Zou het niet heerlijk zijn om iemand eens gewoon dood te schieten als hij je irriteert? Dat mag niet en daarom wordt aan het eind alles weer in een moreel kader gegoten. Eigenlijk zou je het moeten omdraaien: films die niet controversieel en gewelddadig zijn, zijn volkomen oninteressant. Daarom is Paul Verhoeven een veel interessantere regisseur dan al die lapzwansen die hem in de jaren zeventig en tachtig bekritiseerden. Van die mensen hoor je nooit meer wat, terwijl Verhoeven nog altijd films maakt.’
Over de vraag of geweld in films kijkers aanzet tot geweld, haalt hij zijn schouders op. 'Kijk naar Burundi. De Hutu’s en Tutsi’s hebben geen film nodig om dat soort wreedheden te verzinnen. Het is zo ahistorisch om zo te denken. Alsof film de reden is dat mensen elkaar vermoorden! Mensen zijn de reden dat mensen elkaar vermoorden. Marquis de Sade heeft al die perversiteiten in zijn boeken ook echt niet zelf bedacht. Hij was wel een van de eersten die dat heeft opgeschreven. Dus je zou kunnen zeggen dat de pornografie in de moderne, industriele zin van het woord, bij hem begint.’
De libertijnen hadden, in tegenstelling tot het gewone volk, het geld en dus de tijd om over seksualiteit na te denken ('Het vereist een conceptuele stap voordat je je met pornografie kunt bezighouden’) maar pornografie werd pas problematisch toen het voor de massa bereikbaar werd. 'Het is altijd hetzelfde verhaal’, fulmineert Kerkhof. 'De mensen die klagen over het geweld in de massamedia, zijn altijd mensen die eigenlijk nijdig zijn dat het volk toegang krijgt tot wat het volk wil. En dat wil zeggen: cheap pleasure, kicks, goedkope sensatie. Dat is wat de meeste mensen willen.’
HET ZIJN WOORDEN die vreemd klinken uit de mond van een regisseur wiens oeuvre bij uitstek experimenteel te noemen is: in de ongeveer 25 titels (qua duur vari erend van een paar minuten tot anderhalf uur) die Kerkhof sinds 1989 heeft gemaakt, is een grimmige, confronterende inhoud verpakt in alle conventies tartende vormen, die het de kijker bepaald niet gemakkelijk maken: statische, eindeloos durende shots, onrustige camerabewegingen, bewerking van de textuur, kleurmanipulaties, naargeestige elektronische muziek et cetera. 'Ja, ik houd van de experimentele film, dat is mijn achtergrond’, beaamt Kerkhof.
NIettemin wil hij met met Naar de klote!, die uitkomt in City 1, een gooi naar het grote publiek doen. 'Naar de klote! wordt zelfs mijn meest experimentele film tot nu toe. In mijn vorige films ging het altijd om de synthese van experimenten die ik al kende, maar dit is onbekend terrein. De film wordt waanzinnig gemonteerd: de hele film gaat 4500 shots tellen, terwijl een gemiddelde speelfilm achthonderd shots heeft. Zoiets is nog nooit eerder gedaan! De scenes zijn vaak vanuit twintig, dertig instellingen gefilmd en per instelling zijn zo'n acht takes gemaakt. Daardoor is alles versplinterd. Soms zie je vier of vijf shots per seconde. Puur Cezanne.’
Inspiratie put Ian Kerkhof uit 'de meest experimentele en de meest commerciele films’. Aan de hand van de onlogica bij Quentin Tarantino en de Japanse manga- film, de hoofdrol van special effects in Amerikaanse actiefilms en veranderende opvattingen over timing en spanningsopbouw, illustreert hij hoe de huidige Hollywoodfilms in feite veel onconventioneler zijn dan de meeste mensen denken. Maar ondanks het feit dat hij acteurs als Tom Cruise en Bruce Willis beschouwt als stupid idiots die 'midden in een special effect kunnen staan zonder dat het iets uitmaakt’, wil hij geen oordeel over die ontwikkelingen uitspreken. 'Dat zijn de dominante films nu’, concludeert hij. 'Het punt is: je hoeft niet naar de film te gaan. Je kunt ook thuis blijven en een boek lezen of televisie kijken. Niemand wordt gedwongen naar een film van Brian de Palma of Quentin Tarantino te gaan. Het interessante is niet of die films gewelddadig zijn of niet, maar dat mensen ervoor betalen om geweld te zien. Ik ben ervan overtuigd dat het geweld in de maatschappij niet zou dalen als er niet langer gewelddadige films gemaakt zouden worden. Televisie heeft daar misschien wel iets mee te maken, omdat de realiteitsbeleving anders is dan in een bioscoop, waar je als het ware voor anderhalf uur in een tijdscapsule gaat. Je bent wel ongelooflijk dom als je in de bioscoop niet begrijpt dat dat niet de realiteit is. Het enge van tv is dat beelden van Hutu’s en Tutsi’s, van een Schwarzenegger- reclame, van Bruce Willis en van de oorlog in Noord-Ierland in elkaar overlopen. Daar ligt een vervaging van de grenzen tussen realiteit en fictie eerder op de loer. Maar mensen, en zeker kinderen, zijn over het algemeen veel slimmer dan intellectuelen denken. Ik denk dat er veel minachting schuilt in al die moreel verantwoorde opvattingen.’
De toename van het geweld verklaart Kerkhof uit een algehele afbrokkeling van maatschappelijke structuren: van de familie, van de autoriteit en van het geloof in politici. En vanuit economische omstandigheden: 'De jongens die in Amsterdam tassen roven, zijn echt geen blanke jongetjes uit Amsterdam-Zuid. Dat zijn voornamelijk Marokkanen. Waarom? Dat is de bevolkingsgroep die het minst toegang heeft tot werk. Zij zijn buiten de reguliere maatschappij terecht gekomen. Ik ga veel uit en ik zie heel veel geweld, veel meer dan tien jaar geleden in Amsterdam. En het is altijd die bevolkingsgroep - en sinds kort ook mensen uit Oost-Europa. In Nederland heerst een nare ontkenning daarvan: dat mag je niet zeggen want de helft van de Marokkanen zijn van die lieve mensen. Daar gaat het niet om. Kijk op straat wie er met messen rondlopen, wie elkaar neersteken. Echt geen blanke Nederlanders, die zijn daar te bang voor. Ik denk dat er een enorme kloof ontstaat tussen het volk en mensen uit de media of mensen die op Internet klooien. Die zijn echt niet met realiteit bezig. Mensen die zich druk maken om films, terwijl er een ongelooflijke toename van geweld gaande is in Amsterdam - dat is pas beangstigend.’
GEWELD IS HET expliciete onderwerp in de meeste films en documentaires van Kerkhof. Vaak betreft het een bizarre, grimmige mix van politieke repressie, racisme, vrouwenhaat, persoonlijke frustratie en agressie in verschillende raamwerken. Zo doet The Turner Revelation, een film die hij samen met de zwarte Amerikaanse acteur- muzikant-dichter Kain maakte, het bittere relaas van een man over de machteloosheid die hij als tweejarig jongetje voelde tegenover zijn overspannen moeder. In een anderhalf uur durende dialoog tussen een zwarte man en een blanke vrouw - die afwisselend als rechter, actrice en zijn partner optreedt - tekent zich een leven vol frustratie, impotentie en bezitsdrang af, culminerend in de moord op de vrouw.
Confessions of a Yeoville Rapist geeft een kijkje in de Zuidafrikaanse keuken, het land waar Ian Kerkhof opgroeide. In deze documentaire geven drie mannen - een zwarte, een Engelse en een joodse - hun visie op het land, de politiek, vrouwen en elkaar. Niet alleen passeren alle cliches over verkrachting de revue, de documentaire toont ook hun onderlinge agressie en het mechanisme dat onderdrukte mensen ertoe aanzet zelf een slachtoffer zoeken om hun woede op te koelen. Hetzelfde materiaal monteerde Kerkhof tot een speelfilmversie, Nice to Meet You, Please Don’t Rape Me. Hoewel de film harder en confronterender is gemonteerd, is er door de vele groteske momenten haast sprake van een 'Raping Show’, inclusief liedjes, sketches en moppen. Hoogtepunt is de scene waarin een keurige politicus het drietal uitlegt dat hij in de verkiezingsstrijd een hoger verkrach tingscijfer nodig heeft: een verkrachting per 83 seconden is niet genoeg, het minimum is een per minuut. 'What the country needs is rape. Sweet rape.’
Ten Monologues from the Lives of the Serial Killers is een collage van monologen. Voor de documentaire deed de filmer studie naar de levens van honderden seriemoordenaars. Meer dan de psychologie van de moordenaars (zoals een gerichte haat tegen de moeder) interesseert hem echter de cult-status van de serial killer. Kerkhof: 'Het verschijnsel zelf is niets nieuws, maar wel het feit dat serial killers nu de culturele helden van jonge mensen zijn. Je kunt plaatjes sparen, corresponderen, er zijn boeken, films en honderden tijdschriften, fanzines. Dat is een hele industrie. Onze westerse beschaving is tweeduizend jaar gebaseerd geweest op de tien geboden. Die morele principes zijn er altijd ingepompt en dat is lang goed gegaan. Natuurlijk zijn er oorlogen geweest en vreselijke wreedheden begaan, maar altijd vanuit een morele verantwoording, vanuit een ideologie. Zelfs de meest meedogenloze politieke terroristen hadden principes waarvoor ze streden. Bij seriemoordenaars ontbreekt elk motief. Ze moorden niet vanuit een perspectief of context. Ze moorden gewoon voor de lol. En juist dat gegeven wordt door miljoenen jonge mensen als cool gezien.’
Kerkhof verklaart die trend uit de totale desillusie van jongeren over hun ouders, over politici en 'de wereld zoals hij is’. Kerkhof: 'Als je kijkt naar de nucleaire ontwikkeling, het testen van wapens… Regeringen hebben de afgelopen drie decennia zo veel gelogen. Als je enigszins bewust bent, geloof je nooit meer in een gezagsfiguur. Het zijn allemaal corrupte leugenaars. En dan vind je zo'n serial killer oke. Die doet wat-ie doet en liegt er niet over. De meeste seriemoordenaars die worden opgepakt, vertellen hun verhaal onmiddellijk. En ze zijn eerlijker dan de meeste politici, die evengoed verantwoordelijk zijn voor honderden of duizenden moordpartijen en die in hun eigen voordeel - in een verkiezingsstrijd - gebruiken.’
MEER DAN Ten Monologues is Nice to Meet You, Please Don’t Rape Me verbonden met Kerkhofs jeugd in Zuid-Afrika. Vrouwenhaat vormt de kern van een onontwarbaar kluwen van sociaal-politieke verhoudingen, seksuele agressie en persoonlijke frustratie. 'Dat is geen nieuw idee’, zegt Kerkhof, 'maar in Zuid-Afrika, met het hoogste verkrachtingscijfer ter wereld, neemt het heel lelijke vormen aan. Overigens wordt Zuid-Afrika tegenwoordig op de voet gevolgd door India en Amerika. En dat maakt het zo gevaarlijk zulke situaties te willen verklaren. Voor Zuid-Afrika kun je met een heel goede formule komen die aannemelijk maakt waarom er zoveel vrouwenhaat is, maar die kun je niet exporteren naar Amerika of India, want daar spelen andere achtergronden.’
Maar uiteindelijk heeft Kerkhof geen antwoord op de vraag waar die vrouwenhaat vandaan komt. Is het een kwestie van sociaal-economische repressie? Of, zoals feministen als Andrea Dworkin beweren, de aard van de man? Of het gevolg van een door apartheid verziekte samenleving? Kerkhof: 'Dat verklaart niet waarom veel blanke mannen uit de bourgeoisie ook vrouwen verkrachten. Ze zijn niet machteloos, ze zijn niet nihilistisch. Maar ze vinden het wel lekker. Als vrouw in Zuid-Afrika heb je geen leven: elke hap lucht die je inademt is vervuld van terreur. Je bent nooit veilig. Nergens.’
Hoe vanzelfsprekend de verkrachtingsmentaliteit is in Zuid-Afrika bleek uit de reactie van de acteurs aan wie Kerkhof het script voorlegde. Ja, het thema kenden ze, maar waarom daar een film over maken? Achteraf was het maken van deze films voor Kerkhof zelf juist een manier om dat cynisme te overwinnen. Hij vertelt dat de recensies hem confronteerden met de 'eenzame man’ die hij in feite was: 'Die mannen waren afspiegelingen van mezelf. Shit, ik vond mezelf juist zo prettig!’
Naar de klote!, een film die humoristischer en lichter van toon is, ziet hij als een nieuwe stap in zijn ontwikkeling. Zijn houding tegenover zijn vorige films is ambivalent. Hij is trots - opgetogen laat hij een contract met een Japanse distributeur zien die alle films heeft aangekocht, de Oostenrijkse tv heeft zijn korte films genomen en in de Nederlandse filmhuizen gaat in december het hele pakket nog een keer in reprise. Maar emotioneel heeft hij afstand genomen van het verleden en herinneren de films hem aan een persoon aan wie hij heeft 'weten te ontsnappen’.
'Daarom is het onmogelijk over die films te praten’, zegt hij. 'Ik ben niet langer dezelfde persoon die die films gemaakt heeft. Het enige wat ik nog met die persoon deel, is zijn naam.’