Gratis

Afgelopen week werd ik opgebeld door een wildvreemde juffrouw die mij feliciteerde met de aanstaande geboorte van mijn kind. Hoe ze dat wist, is me een raadsel en ik was te verbouwereerd om het te vragen. Ze wilde graag een cadeautje langsbrengen. Ze was namelijk van een felicitatiedienst. En als ze er dan toch was, kon ze ook wel even de mogelijkheden doorspreken voor een geheel vrijblijvend persoonlijk spaaradvies voor mijn jongste kroost. Mijn dochter van vijf had voor haar verjaardag al een kaartje gekregen van Ikea met de mededeling dat er een presentje voor haar klaarlag in Amsterdam-Zuidoost.

De wereld wordt steeds mooier, want steeds meer is gratis. Ook voor mensen zonder kinderen. Zonnet en de KPN bieden kosteloos Internet aan. En op stations kun je zonder te betalen de Metro of Spits meenemen zodat je in de trein slecht opgemaakte en beroerd overgeschreven berichten van het ANP kunt lezen. Wie nog voor iets betaalt, is een dief van zijn eigen portemonnee. Maar Groene-abonnee of losse-verkooplezer ik zal het u maar verklappen: het is niet allemaal liefdadigheid. De lezer die dit stukje in een café leest, weet dat als geen ander. Wat gratis lijkt, wordt bekostigd uit de winst op het biertje dat u straks drinkt. Daar is ook niets mis mee. Slim geld verdienen is niet vies. Iedereen weet dat het zo gaat en toch genieten we van al die zaken die schijnbaar gratis zijn. We willen nu eenmaal belazerd worden. Niet alleen het bedrijfsleven, ook het actiewezen heeft dat inmiddels geleerd. De airmiles-kaart van de Stichting Aap dankt er zijn populariteit aan. Wie spaart helpt de stichting om dieren terug te brengen naar het leefgebied waaruit ze zijn gekaapt. Het kost de bij Albert Heijn winkelende weldoener niets en toch hebben de dieren er baat bij. We weten dat het ons eigenlijk wel iets kost - we zouden na vijf jaar sparen ook zelf een tripje naar Londen kunnen maken - maar het is een draagbaar offer omdat het onzichtbaar is.
Alleen in de politiek is dit soort handigheid taboe. Daar worden impliciete vormen van solidariteit juist aangepakt. Zo is de ziektewet geprivatiseerd om de betrokkenen de kosten te laten voelen. Dat is op zich wel begrijpelijk. Jarenlang hebben werkgevers en werknemers mensen in de WAO gedumpt omdat dat voor zowel het overtollige personeel als de werkgevers een voordelige oplossing was. De kosten werden afge wenteld op een anoniem collectief. Liberalen willen echter zo veel mogelijk geldstromen inzichtelijk maken. Daarom zijn ze tegen inkomensafhankelijke regelingen. Door de wildgroei van wetten en bekostigingssystemen weet niemand meer hoeveel hij betaalt en wie daar baat bij heeft. Solidariteit moet in hun optiek worden georganiseerd via de belasting. In alle andere gevallen geldt: gelijke monniken, gelijke kappen. Voor de crèche of een basisgezondheidsverzekering moet iedereen hetzelfde tarief betalen. Het voorbeeld van de Stichting Aap laat zien dat met het zichtbaar maken van de kosten ook iets verloren gaat. Onzichtbare offers zijn namelijk gemakkelijker te dragen. Het transparant maken van impliciete solidariteit ondergraaft die solidariteit. Als productieve werknemers op het einde van de week geld moeten uitdelen aan de minder productieven, is het met de vrijgevigheid snel gedaan. Maar omdat niemand weet hoeveel hij netto bijdraagt aan het loon van anderen blijft het draaglijk. Elkaar maar vooral onszelf een beetje belazeren is gezond.